dinsdag, mei 13, 2008

Bedriegen

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 15: “Bedriegen”.
Op de foto: De hertog van Alva, wiens bedriegelijkheid uit zijn gelaatstrekken kan worden afgelezen.

Coslada is een voorstad van Madrid. Deze week werden er 11 politieagenten gevangen gezet op verdenking van maffia-activiteiten, waaronder het laten verdwijnen van een deel van een grote som geld afkomstig uit een bankoverval. Daarnaast zijn er nog zo’n negen andere aanklachten, onder meer wegens afpersing, prostitutie, handel in drugs en witwassen van geld. Een gepensioneerde agent van de Guardia Civil verklaarde dat hij nog geprobeerd had om het gedrag van de agenten weer in goede banen te leiden, maar dat dit was mislukt.
De affaire kwamen aan het licht toen er een onderzoek werd gedaan naar criminele activiteiten van een groep Roemenen. Tijdens dat onderzoek bleek dat de Spaanse politie zelf een aardig steentje bijdroeg aan de maffiapraktijken van de Roemenen.
Er moet bij verteld worden dat ook in Spanje de politieagenten slecht verdienen. In Madrid verdient een politieagent gemiddeld 2100 euro bruto per maand. Daar gaat minder belasting vanaf dan in Nederland, maar de kosten van het levensonderhoud zijn inmiddels in Spanje zo gestegen dat de koopkracht van de Spaanse burger lager ligt dan die van de Nederlanders.

In 1567 stuurde koning Filips II de wrede Fernando Álvarez de Toledo naar Nederland . Deze edelman, beter bekend als de Hertog van Alva, besloot flink orde op zake te gaan stellen in de Lage Landen. Een van zijn eerste slachtoffers was de Graaf van Egmont, een brave vaderlandslievende man, met maar liefst elf bloedjes van kinderen. Deze Lamoraal van Egmont had de Spaanse koning Filips II altijd trouw gediend. Zijn grootste misdaad was zijn openlijke protest tegen de wrede Spaanse Inquisitie. De Graaf was overtuigd katholiek en is ook nooit van dat geloof geweken.
De Hertog van Alva nodigde de graaf uit voor een etentje op het kasteel van de graven van Kuilenberg, tegenwoordig Culemborg geheten, waar Lamoraal inderdaad te eten kreeg. Na de maaltijd werd hij echter onmiddellijk gearresteerd. Het is niet duidelijk of dat na het dessert was, of vlak na de koffie met Culemborgs gebak. Daarna werd de graaf onder begeleiding van 3000 soldaten naar Gent gebracht waar hij op het kasteel gevangen werd gezet. Uit dit aantal blijkt wel dat de Spanjaarden toen ook al wisten dat één Nederlander duizenden Spanjaarden te slim af kan zijn. Maar de Graaf van Egmont wist niet te ontsnappen. Samen met de graaf van Horne werd hij op 5 juni 1568 op de Grote Markt in Brusseld onthoofd.

Nog even: hoe schril is niet het contrast tussen de beelden van het heden en het verleden, tussen Alva en Carmen Chacón. Zapatero nam de Catalaanse Carmen Chacón op in zijn nieuwe kabinet als minister van defensie. De beelden waarop de zwangere minister de troepen inspecteert gingen de hele wereld rond.



maandag, mei 12, 2008

Dit is niet mijn Ding, van APE naar WAV

Dit is niet mijn Ding, weetjewel. Net als het niet mijn ding is om “niet mijn ding, weetjewel” te zeggen. Maar deze keer maak ik een uitzondering.

Computers zijn geen wasmachines, roep ik wel eens en daarmee bedoel ik te zeggen dat een computer nog steeds geen gebruiksvriendelijke machine is. Gaat u maar eens na hoeveel tijd u kwijt bent aan het installeren, verwijderen van programma’s, schoonmaken, virussen of spyware verwijderen en andere ellende.
Al tijden download ik muziek via Emule. Meestal lukt het me wel om die muziek op cd te zetten, maar toch kom ik af en toe nog voor verrassingen te staan. Zo bleken de complete fluitconcerten van Vivaldi gecomprimeerd te zijn in twee bestanden, een bestand met de extensie .ape, en een met de extensie .cue. Kenners beginnen nu al meesmuilend te lachen, maar ik zal de gebruiksaanwijzing hieronder even vermelden, dan bent u er hopelijk geen vier uur mee bezig, zoals ik afgelopen middag.

De .ape-bestanden zijn gemaakt met het programma Monkey’s Audio. Met dit programma kunt u wav bestanden comprimeren zonder kwaliteitsverlies. Maar u kunt ze niet via uw cd-speler afspelen.

Wilt u de bestanden kunnen afspelen op uw computer dan moet u het volgende doen:

Ten eerste opent u Windows Explorer, bijvoorbeeld door de map Deze Computer te openen (dus niet Internet Explorer). Uit het menu kiest u Extra, dan Mapopties, dan het tabje Bestandstypen. Vervolgens klikt u op de knop Nieuw, en voert u de extensie .ape in en klikt op de knop OK. Daarna gaat u naar het midden van hetzelfde venster en klikt op Wijzigen. Daar klikt u aan “het programma uit een lijst selecteren” en kiest u of Windows Media Player, of Winamp, of een ander programma dat u gebruikt voor het afspelen van muziek. Nu kunt u de bestanden afspelen.

Om ze op een cd te kunnen zetten doet u het volgende:

Als u één groot .ape bestand aantreft, dan heeft u het bijbehorende cue bestand nodig om het geheel in stukjes te knippen voor uw cd. Dit kunt u doen met het programma Medieval Cue Splitter.

Om de bestanden in wav of mp3formaat te converteren kunt u de Free MP3 WMA Converter van Koyotesoft gebruiken. Terwijl u het programma installeert kunt u beter alle opties om andere rotzooi te installeren unchecken.

Maak eerst een map aan waar u de wav-bestanden gaat neerzetten. Open daarna het programma Free MP3 WMA Converter en selecteer de .ape bestanden via het Bestandsmenu: File en dan Add Files. Kies de map waar u uw bestanden wil hebben in Output Path. Kies Output format wav en daarna Convert!. Uw ape bestanden worden nu keurig naar uw map geschreven.

Het gaat ook met Nero Burning Rom. U moet dan een plugin downloaden voor Nero Burning Rom.

Die vind u op http://www.bitburners.com/software/monkeys-audio-v10037/3822/

U installeert de plugin in C:\Program Files\Common Files\Nero\AudioPlugins.

Nu is het bestand met de extensie .ape een image van de muziek, het .cue bestand bevat in tekst de verschillende muziekstukken die in het .ape bestand zijn opgeslagen. Zet de bestanden samen in één folder (soms is er nòg een bestand aanwezig, meestal een help of logfile, maar daar hoeft u niets mee te doen.

Open het .cue bestand met Kladblok en verander de regel

FILE “ABC123.wav” WAV of FILE “ABC123.wav” WAVE

In FILE “ABC123.ape” MP3

Dit is in het geheel niet logisch, maar wel de enige manier om Nero te laten weten welke indeling er bestaat. Vervolgens opent u Nero Burning Rom, en kiest CD-ROM(ISO), Onderaan kiest u voor de knop Open en vervolgens selecteert u het .cue bestand . Daarna kiest u Burn, en daarna wordt uw cd gebrand.

maandag, april 28, 2008

Opzetzoon naar China

foto: Twee Spaanse soldaten bewonderen elkaars manicure tijdens het beleg van Maastricht in 1579. Behalve dom en lui zijn Spanjaarden ook enorme ijdeltuiten.

"Wie leeft van kunst gaat door voor gek.
Vaak lijdt hij honger en gebrek".

Een van de populairste fabels in Nederland is ongetwijfeld die van de Krekel en de Mier. Dit is een fraaie vertelling, niet alleen over luiheid, maar ook over domheid en meer nog over de fatale combinatie van deze twee eigenschappen.

Vorige keer had ik het over luiheid. Deze keer over hoe dom die Spanjaarden eigenlijk zijn.

In 1594 sloot Filips de II de Spaanse en Portugese havens voor de handel met Nederland. Een grote domheid, want juist die havens leverden de Spanjaarden aardig wat geld op. De maatregel zorgde ervoor dat de zouthandel stil kwam te liggen. Nederland had dat zout hard nodig voor het conserveren van vis. De Nederlanders gingen als echte mieren op zoek naar nieuwe bronnen voor het zout en kwamen zo terecht in Zuid-Amerika. De Spanjaarden, de krekels, hadden alleen bereikt dat hun eigen inkomsten waren geslonken. Een fraaie combinatie van luiheid en domheid.

Nu de Spaanse Opzetzoon besloten heeft om zonder studeren rijk te worden lijkt hij af te stevenen op een totaal van tenminste acht onvoldoendes op zijn eindrapport 3e klas middelbare school. Dat betekent zitten blijven. Een schooljaar overdoen betekent waarschijnlijk ook terecht komen tussen allemaal jongetjes en meisjes die dol zijn op botellon, calimocho en pilletjes (zie het vorige stukje).
Daarom heeft moeder nu bedacht dat hij misschien maar naar het buitenland moet om daar een jaartje te studeren. Hij zit dan in een gecontroleerde omgeving en leert bovendien een buitenlandse taal.

Daar komt een Bijzetvader mooi van pas, want die kan even uitzoeken wat de mogelijkheden in het buitenland zijn. IJverig als ik ben om mijn rol als verantwoordelijke Bijzetvader in te vullen ging ik meteen op zoek. Ik vond een veelheid van mogelijkheden. De Opzetzoon kan naar een internaat of naar een gastgezin. HIj kan naar Ierland, Engeland, Nieuw-Zeeland of naar de Verenigde Staten. Maar het mooiste is, hij kan ook naar China!
Dat lijkt me nou geweldig! De verplichte vakken zijn Chinees, Engels, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, geschiedenis, aardrijkskunde, filosofie, muziek, kunst, sport en informatica.

Het mes snijdt aan drie kanten: mijn Opzetzoon leert Chinees en Engels, naast de vakken die hij nu ook al doet. Klaagt hij bij ons dat hij niets mag? Daar in China leert hij de ware betekenis van onvrijheid kennen. In China mag hij helemaal niet doen en zeggen wat hij wil. Probeert hij dat toch dan heeft hij kans op een pak slaag of andere vreselijke dingen, die ik hem zeker gun.
Aan de andere kant zijn ze in China nog niet klaar met dit jonge Westerse monster. Geheel bedorven, verwend met pizza’s, hamburgers, praten in de klas, te laat komen, spijbelen, schuttingtaal gebruiken en geen tafelmanieren. Laten ze maar eens proberen die eronder te krijgen. De derde kant van het mes: een beter protest tegen de schending van de mensenrechten is niet mogelijk. Ouders, stuur uw opstandige kinderen naar China! Dat zal ze leren!

Dit was deel 14 in de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”: “Domheid”.

woensdag, april 23, 2008

Luiheid

foto: een "Botellon" in Spanje.
In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 13: “Luiheid”.

Wie denkt dat Spaanse kinderen minder problemen hebben met leren dan Nederlandse kinderen, die heeft het mis. Ook in Spanje heb je voortijdige schoolverlaters, een laag slagingspercentage, en kinderen die ternauwernood kunnen spellen.
Wat gaat er mis in Spanje? Dijsselbloem zou misschien ook eens onderzoek in Spanje kunnen doen, maar ik denk niet dat het nodig is. In Nederland ligt de schuld voor slechte resultaten niet bij de kinderen, maar bij de overheid. In Spanje ligt dit anders. Spaanse kinderen zijn namelijk gewoon lui. Dat is genetisch bepaald.

Van 31 oktober 1573 tot 3 oktober 1574 belegerden de Spanjaarden de stad Leiden. Waarom niet een fatsoenlijk bestorminkje, een aanval? Waarom een jaar lang voor de poorten liggen wachten totdat de burgers zich overgeven? Luiheid, dàt is het antwoord. Drank zal trouwens ook wel een rol gespeeld hebben.
Het beleg van Leiden werd tenslotte afgebroken omdat de Hollanders een paar dijken hadden doorgestoken. De Spanjaarden moesten toen vertrekken zonder iets bereikt te hebben.

Een kind van 14 dat opgroeit in een grote stad in Spanje staat bloot aan precies dezelfde verleidingen als een Nederlands kind. Mijn Opzetzoon is daarvan het levende bewijs.
Wat is een Opzetzoon? Ik zal het nog maar eens herhalen: de Opzetzoon is de zoon van een Bijzetvader. Wat is een Bijzetvader? Een Bijzetvader is een vader die een relatie heeft met een gescheiden moeder met kinderen. De kinderen zijn niet de kinderen van de Bijzetvader maar die van een andere vader. De verantwoordelijkheden van een Bijzetvader ten opzichte van zijn Opzetkinderen zijn nogal moeilijk vast te stellen. Hij voelt zich verantwoordelijk, maar er zijn veel momenten waarop de moeder de Bijzetvader zegt dat teveel of te weinig verantwoordelijkheid op zich neemt. (Het zou handig zijn als iemand daar eens een handleiding voor schreef).

Mijn Opzetzoon staat buiten schooltijd bloot aan een veelvoud van verleidingen. Ten eerste de alcohol. In Spanje bestaat geen coma-drinken maar is er het “botellon”. In het weekend en op feestdagen verzamelen jongeren zich op een centrale plek in de stad, meestal een bekend plein in het centrum, waar ze tot in de vroege uurtjes verblijven om zich lam te drinken. Elke week staan er artikelen in de Spaanse pers over klagende buurtbewoners die aan zo’n plein wonen en meegenieten van het lawaai en van de vuilnis die de jongeren achterlaten.

Een populaire mix is de “Calimocho”, een mengsel van goedkope wijn, meestal uit een kartonnen verpakking en cola. Ook wordt er veel frisdrank gemengd met martini, rum of gin. Een ouder vriendje koopt een fles sterke drank en verkoopt hem weer door aan jongere jongetjes. De drank wordt mee naar huis genomen, gemengd en daarna weer in de frisdrankfles mee op straat genomen.

Na de drank komt de “maria”, de marihuana, en “costo”, oftewel de "hachís". Een vriendje van mijn Opzetzoon rookte vorig jaar, 13 jaar oud, “voor de grap” 5 jointjes achter elkaar op. Zijn ouders brachten samen met hem een nacht en een dag in het ziekenhuis door. Als ik het vriendje nu tegen kom lijkt het alsof hij er nog steeds niet helemaal bovenop is. XTC en andere chemische pilletjes zijn ook volop voorhanden. Ook in Spanje sneuvelen er, vooral ’s zomers, wat tieners aan uitdroging. Over harddrugs zal ik maar niet beginnen, want dan worden we erg nerveus.

…. wordt vervolgd.

In de serie "80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft" verschenen eerder:

1. Gebrek aan eensgezindheid

2. El desayuno

3. La comida

4. La siesta

5. La merienda

6. La cena

7. Gebrek aan kennis van de eigen taal

8. Gebrek aan leuke creatieve ideeën

9. Corruptie

10. Geen beslissingen durven nemen

11. Ondeskundig liegen

12. Grootheidswaanzin


woensdag, april 16, 2008

Op naar de Medaljes

foto: ludieke provo-aksie bij Het Lieverdje in 1965.

Ik behoor tot de Nix-generatie, Generation X. De born-in-the-fifties. De generatie van studenten die wordt omschreven in “Onder Professoren” van Willem Frederik Hermans, of in "Vallende Ouders" van A.F.Th. van der Heijden. De generatie die hield van ludieke acties, of beter nog “ludieke aksies”. Opgegroeid met sitdowndemonstraties (die toen nog geen demoos heetten), witte fietsen, witkarren, Maagdenhuisbezettingen, ontvoeringen van Het Lieverdje, Johnny de Selfkicker, en ga zo maar door.

Dat vergeet ik wel eens.

Dus vandaar dat ik mijn ludieke aksie bedacht en verstuurde naar Amnesty International. Vergetende dat ludieke aksies niet meer “in” zijn en dat er zakelijkheid moet worden betracht, en wel in alles. Mijn voorstel aan Amnesty was om medailles uit te reiken aan de sporters die tijdens de Olympische Spelen iets over de mensenrechten durven te zeggen. Ik kreeg een heel keurig mailtje terug, niet gegenereerd door de automatische-antwoord-robot, dus dat was al een pluspunt.

In het antwoord van Amnesty stond dat ze de sporters niet op die manier willen aanmoedigen om uitspraken over mensenrechten te doen. Verder zeiden ze dat ze op het ogenblik niet over aandacht te klagen hadden, dankzij Hein Verbruggen en Erik van Muiswinkel. Maar als ze in de toekomst nog iets met mijn idee wilden doen dan zouden ze me dat zeker laten weten.

Daar kan ik wel mee leven. Maar sommige Chinezen misschien weer niet.

Daarom ga ik er zelf maar mee aan de slag. Ik zal die medailles zelf wel uitreiken aan de sporters die wat durven zeggen daar in het Verre China. Laat u alstublieft een reactie achter op dit blog zodra u straks een sporter iets hoort zeggen over mensenrechten. Sponsors voor het maken van de medaljes zijn ook welkom. Zelf ben ik maar een arme duvel.

zaterdag, april 12, 2008

Balkie gaat wel


filmpje: Betogers in Buenos Aires gooien zakjes water naar de athleten die de vlam dragen.

Nog geen antwoord van Amnesty op mijn mailtje van gisteren. Maar die werken natuurlijk ook niet in het weekend!

Spanje gaat wèl naar de Olympische Spelen en Miguel Ángel Moratinos, ook in het nieuwe kabinet minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat een boycot van de spelen niet op zijn plaats is. Een boycot van de openingsceremonie is echter nog steeds niet uitgesloten.
“De Olympische Spelen zijn het beste platform om controversie en crisis van de baan te vegen en een dialoog op gang te brengen, daarom moet men niet boycotten (..)”, zo zei de minister.

Balkenende zegt: “(…)wat is de beste methode, en wat is het meest effectief (...) ik vind dat je het debat moet aangaan op momenten dat het ook zin heeft, en pas op dat je de dialoog gaat mijden, en het zomaar wegblijven kan ook een heel ander effect hebben.(....) Ik weet niet of de situatie van de mensenrechten dan wordt verbeterd. (..) Wat belangrijk is, is dat je consequent aandacht vraagt voor deze belangrijke thema’s”.

Nou hoop ik dat de pers de beide ministers in de gaten houdt en ze na de Spelen afrekent op deze fraaie woorden. Ik denk zelf dat de ministers eerder denken aan de belangen van het bedrijfsleven dat niet gebaat is met ruzie met China.

vrijdag, april 11, 2008

Gouden medaille voor grootste bek

foto: Adolf Hitler op de Olympische Spelen in München, 1 augustus 1936. Bron: United States Holocaust Memorial Museum

Het is welhaast ongelooflijk welk een succes ik heb gehad met mijn oproep tot een boycot van de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Zelfs de Engelse minister Brown heeft nu gezegd dat hij er niet bij zal zijn. Het schijnt dat Hillary Clinton een oproep aan Bush heeft gedaan om de spelen te boycotten en dat een woordvoerder van het Witte Huis heeft gesuggereerd dat de Amerikaanse president misschien niet naar China gaat.

Natuurlijk, die sporters moeten wèl naar China gaan. Daar ben ik het helemaal mee eens. Er zijn mensen die zijn jarenlang aan het trainen om een centimeter hoger te springen dan een ander, een paar honderdste van een seconde sneller te zijn met rennen, of zwemmen, of wat dan ook.

Politiek en sport hebben niets met elkaar te maken. De foto is uit 1936, dat is al 72 jaar geleden. In 1956 bleven wat landen weg wegens de inval in Hongarije, in 1980 vanwege de Russische bemoeienis in Afghanistan. In 1972 waren er wat problemen in München, maar in principe is dit de schuld van de politiek en niet van de sport.

In 1978 protesteerden wat mensen tegen deelname van Nederland aan het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië. Die martelingen waren helemaal niet bewezen, zeiden sommigen toen. En anderen kwamen, net als nu, met het argument dat je er maar beter heen kan gaan, want dan breng je onze vooruitgang en vrijheid naar die landen toe. Even aan Maxima vragen?

De boycot van de openingsceremonie moet gewoon doorgaan. Daarnaast stel ik een nieuw sportief element voor: de sporter die iets durft te zeggen over mensenrechten terwijl hij in China is krijgt per keer dat hij of zei dat doet 10 punten. De nummer 1, 2, en 3 krijgen van Amnesty-International een gouden, een zilveren en een bronzen medaille. Ik ga Amnesty een mailtje sturen en ik houd u op de hoogte.

Ik ben benieuwd wie zo sportief is om in China straks zijn bek open te trekken.

Meer informatie over mensenrechten in China op:

http://www.amnesty.nl/in_actie/china_acties?gclid=CJ24qOXgz5ICFQGiQwodr3aWHA

maandag, maart 31, 2008

Vaarwel Hugo

foto : Ramón Sampedro

In 2004 kwam de film Mar a Dentro van Alejandro Amenábar uit, met een fantastische vertolking van de hoofdrol door Javier Bardem. De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Het is het verhaal van Ramón Sampedro (1943-1998), een man die na een duik in ondiep water voor de rest van zijn leven vrijwel over zijn hele lichaam was verlamd.

Na een mislukte juridische strijd voor een legalisering van zijn zelfdoding pleegde hij tenslotte toch euthanasie met hulp van een vriendin. De film gaf in Spanje aanleiding tot een flinke discussie rondom het onderwerp zelfdoding.

Avond in avond uit werd er destijds door politici, geestelijken en wetenschappers op televisie gediscussieerd en gedebatteerd. De katholieke kerk heeft in Spanje natuurlijk veel te zeggen. In die discussies wordt Nederland altijd weer als voorbeeld aangehaald. Dankzij de liberale wetgeving zou euthanasie in Nederland een fluitje van een cent zijn. Daarmee wordt een volslagen verkeerde voorstelling van zaken gegeven.

“Héél Amsterdam zit in Antwerpen”, werd afgelopen zaterdag door een verslaggever op de Nederlandse Radio gezegd. Héél Amsterdam, daar bedoelde men waarschijnlijk mee Harry Mulisch, Connie Palmen en Adri van der Heijden. Iedereen wilde natuurlijk zijn gezicht laten zien bij het afscheid van Hugo Claus.

En toen was er het thema van de euthanasie. Premier Guy Verhofstadt zou de euthanasie van Claus als een heldhaftige daad geclassificeerd hebben en Kardinaal Godfried Danneels zei vervolgens dat hij het géén heldendaad vond. Erwin Mortier reageerde daar weer op in zijn rede bij de plechtigheid afgelopen zaterdag: “Erwin Mortier. "Het is een bittere ironie dat de man die ons uitsprak als wezens die zich nimmer volkomen kunnen beschaven, postuum nog de les wordt gespeld door lieden waarvoor hij steeds een heilzaam gebrek aan ontzag heeft vertoond: prinsen van allerlei slag, kerkvorsten (...), het slag volk dat hem al van in zijn prilste jaren heeft willen kleineren. Louter en alleen omdat de keuze van zijn levenseinde niet de hunne is, komen ze weer van onder de plaveien gekropen en spuien hun laffe gal. De eigen morele superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad. Meneer de kardinaal schaam je."

Hij had gelijk, maar het was jammer dat hij het allemaal op zo’n zalvend toontje uitsprak.

Sterven is een intiem gebeuren, tenminste dat zou het moeten zijn. Net zo intiem als de geboorte, en de liefde. Uitspraken over heldendom zijn niet op zijn plaats. Ik denk niet dat Hugo Claus ooit zelf zijn daad als lafheid, heldendom of iets wat er tussen in ligt zou hebben omschreven. Euthanasie is net zo min heldhaftig als de keuze voor dementie, volledige aftakeling of voor een pijnlijke doodsstrijd.

Kunstenaars, politici en kardinalen, wees voorzichtig met uw woorden, het is niet fout om eens na te denken alvorens je mond open te doen. Met woorden kan je levenden veel pijn doen.

zondag, maart 23, 2008

Grootheidswaanzin

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 12: “Grootheidswaanzin”.foto: kasteeltje van Santa Cruz, zondag 23 maart 2008

We zitten hier te bibberen in A Coruña. Verwarming aan. Truien en vesten. De trip naar O Caurel hebben we afgelast. Hagel en sneeuw waren te verwachten, zo was ons verteld.

Tot overmaat van ramp wordt Duveltje getroffen door een allergieaanval en slikt Ebastel, waar hij weer slaperig en duizelig van wordt. Slik aspirine voor de hoofdpijn en rennie voor de maag die maar op blijft spelen. Maar ik heb geen zin om het glas Rioja te laten staan.

Gelukkig was het vanochtend even zonnig. We wandelden naar een van mijn favoriete plekjes. Het kasteeltje van Santa Cruz, dat tegenwoordig is ingericht als expositieruimte.

Het dateert uit 1594 en werd gebouwd nadat in 1589 bij een aanval van Francis Drake was gebleken dat La Coruña wat kwetsbaar was. De Engelse piraat in dienst van de Engelse kroon viel de stad aan nadat in 1588 de Spaanse Onoverwinnelijke Armada hopeloos was mislukt. "No soy hombre de mar, ni de guerra", (ik ben geen man van de zee, noch van de oorlog) had de bevelhebber van de Armada, de Hertog van Medina-Sidonia, nog gewaarschuwd. Maar dat werd letterlijk in de wind geslagen. Uiteindelijk keerden maar 67 van de 137 schepen in Spanje terug

Overmoed of grootheidswaanzin? We houden het maar op het laatste.

donderdag, maart 06, 2008

Mijn eerste dooie

Ons ouderlijk huis was een etagewoning aan een gracht in Amsterdam. Op de begane grond was een wasserij gevestigd. Mijn moeder liet geen gelegenheid onbenut om te laten merken dat de uitbatende familie tot een andere klasse mensen behoorde dan de onze en dat ze de benedenburen maar een ordinair zootje vond.

Des te meer verbaasde het mij dat ze me toen vroeg: “Ga je mee naar opa C. kijken?” Opa C. was de vader van de benedenbuurman. Ik had gehoord dat de oude man was overleden, dus ik vond haar vraag wat eigenaardig.

“Opa C.? Maar die is toch dood?”, antwoordde ik.
“Jazeker”, zei ze, onverschillig, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was

Ik had nog nooit een dooie gezien, dus ik was nogal verbaasd. Misschien vond mijn moeder de tijd aangebroken dat ik maar eens met de dood kennismaakte. Ik was nieuwsgierig en protesteerde niet.

“Maar waar is hij dan?”
“Ja,…. beneden, … hij ligt gewoon beneden!”.

Ik snapte er niets van. Hoe kon je zo’n dooie nou in huis houden?

“Gaat ie dan niet begraven worden?”, vroeg ik.
“Ja, later”, antwoordde mijn moeder, “maar nu ligt hij nog beneden. En ze hebben gevraagd of we komen kijken”. Ik begreep er heel weinig van, maar voelde aan dat mijn moeder mij mee wilde hebben.
“Nou ja, vooruit dan maar”, .. zuchtte ik.

We trokken aan de bel. De buurvrouw, de dochter van Opa C., deed open en lachte. Lachen dat deed ze anders nooit en door haar gegrijns werd die toch al vreemde situatie nog veel eigenaardiger,

We gingen de woonkamer binnen. Ja hoor, ... daar lag een grote houten kist, op de eetkamertafel. “Daar had ik hem nou nooit neergelegd”, dacht ik.

Het bovenste deel van de kist stond open. Zo zag je de oude man met zijn grijze saaie gezicht.

“Hij ziet er precies zo uit als toen hij nog leefde”, dacht ik, “nèt zo saai en nèt zo grijs”. Dat was de zuivere waarheid. Opa C. zat die laatste jaren alleen maar achter het raam en keek naar buiten, waar wij na schooltijd op de stoep voor het huis aan het voetballen waren. Als we teveel herrie maaken, of de bal tegen het raam schoten dan schoof hij de vitrage opzij, bonsde met zijn vuist tegen het glas, drukte zijn norse kop tegen het raam en schreeuwde ons iets akeligs toe.

“Ik ben blij dat ie dood is”, dacht ik, “ik zal hem niet missen”, maar dat zei ik natuurlijk niet. Volgens mij dacht zijn schoondochter er precies hetzelfde over, want ze lachte voortdurend, waarbij telkens één enkele akelig blinkende gouden tand halverwege haar mond vrijkwam. Dat lachen was iets wat ik haar werkelijk nooit eerder had zien doen.

Mijn moeder kreeg een kopje thee. Ze keek weinig naar de kist en het was alsof ze de hele tijd de andere kant op, naar buiten door het raam, staarde.

Ik probeerde op mijn tenen de gaan staan en boog een beetje naar de kist toe om de dooie kop wat beter te bekijken. Tegelijkertijd snoof ik wat lucht op. Ik had gehoord dat dooien stonken, maar deze rook naar niks.

Mijn moeder trok me snel terug. Blijkbaar vond ze de dode toch niet geheel ongevaarlijk. Maar ik had wel net gezien dat ie zich niet geschoren had voordat ie dood ging.

Mijn moeder dronk snel haar thee op, en we vertrokken, nadat mijn moeder nogmaals haar medeleven had betuigd.

“Nou, hoe vond je het?”, vroeg ze. toen we de trap weer opliepen.

Tja, dat was mijn eerste dooie, toch?”, zei ik, dromerig,..

dinsdag, maart 04, 2008

Ondeskundig liegen

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 11: “Ondeskundig liegen!”.

Hoe zat dat ook alweer met die Mookerheide? Hendrik en Lodewijk van Oranje waren op weg naar hun broer Willem toen ze het Spaanse leger tegenkwamen. Ze onderschatten de kracht van de Spaanse cavalerie en dat kwam hen duur te staan want ze werden door de Spanjaarden de pan in gehakt en de twee Oranjes legden er zelfs het loodje bij.

Hoe beloonden de Spanjaarden hun troepen voor deze overwinning? Wij lezen het na in Geschiedenis der Nederlandsche beroerten in de XVIe eeuw, door Willem Johannes Franciscus Nuyens.
“Drie duizend spaansche soldaten, en dat wel de allerbeste troepen des konings in de Nederlanden begonnen met de grootste onstuimigeheid om hunne soldij te schreeuwen. Waarvoor hadden zij, was hunne vraag, dan hun leven gewaagd? (..) men liet hen tot loon niets anders dan armoede, ellende en hunne wonden. De officieren trokken er de eer en het voordeel van terwijl men hun hunne soldij niet betaalde dan voor een deel, en dan nog als een gratie en gunst. Van klachten en dreigementen sloegen zij over tot openbaar oproer en geweld, en binnen weinige uren hadden de officieren al hun gezag verloren en moesten zij zelfs voor hun leven vreezen”.

De Spaanse bevelhebbers beloofden hun soldaten geld en buit, terwijl er op de Mookerhei natuurlijk weinig te halen viel. Een militaire overwinning werd aldus een politieke nederlaag, door ondeskundig liegen.

Op 9 maart is het tijd voor de algemene verkiezingen in Spanje. Eigenlijk gaat het als sinds 1986 tussen twee partijen de conservatieve, rechtse PP, de Partido Popular, en de linkse PSOE, de sociaaldemocraten, de Partido Socialista Obrero Español. De lijstaanvoerders zijn respectievelijk Mariano Rajoy en José Luis Rodríguez Zapatero, de huidige premier.

Beiden gingen afgelopen maandag 25 februari met elkaar in debat op de Spaanse televisie. Daarbij droegen ze allebei nogal wat cijfers aan, onder andere over immigratie, en over de economie. Ze hadden geen rekening gehouden met oplettende journalisten die achteraf even gingen controleren of die cijfers nu eigenlijk wel klopten. Toen bleek dat allebei de politici de cijfers hadden verdraaid om het debat naar hun hand te zetten. De verbazing en de verontwaardiging onder het publiek was groot. Niet vanwege de verkeerde cijfers, maar meer vanwege het onvakkundige aspect van het liegen. Iedereen weet dat politici cijfers verdraaien, maar een goede politicus blinkt toch uit juist door het goed verdraaien van de cijfers.

Gisteren kregen de beide heren een herkansing. Zapatero won, volgens de opiniepeilingen, het tweede debat. Hij had voor de zekerheid nu maar alle cijfers van de Rekenkamer bij zich, op papier, zodat de presentatoren en Rajoy deze in konden kijken. Rajoy verslikte zich, .. stom, waarom had hij daar niet aan gedacht, zo zag je hem denken. En als Zapatero ergens goed in is, dan is het wel in triomfantelijk lachen.

Ondeskundig liegen, dat is de 11e reden dat de Spanjaarden de Tachtigjarige Oorlog hebben verloren.

Meer over de verkiezingen op:

http://www.elpais.com/especial/elecciones-generales/

zondag, februari 24, 2008

¡Hola Ayaan!
















Beveiliging Ayaan achterkant sigarendoosje:

24 uursdienst, 3 man x 8 uur, 2 extra anders kunnen die anderen nooit vrij krijgen of op vakantie. 5x 8 uur per dag = 40. 100 euro netto per uur, 200 bruto, met reiskosten 300, per man.

12000 euro per dag x 365 = 4.380.000 euro per jaar.

Ok, ik schaar me achter Marc Chavannes die in het NRC van afgelopen zaterdag schreef dat Ayaan wegsturen slecht koopmanschap is, omdat ze de bekendste Nederlander is ná Johan Cruijff.

Ik heb daarop meteen contact met Ayaan opgenomen en we hebben een deal over de merchandising.

De eerste producten gaan volgende week over de toonbank:

Keukenschort “Ayaan Kitchen”, verkrijgbaar in de kleuren rood, zwart en marineblauw, 100% katoen, maten s tm xxl 29,95, T-shirt “Who do you wanna Fight?”, maten s t/m xxl 100% katoen, in wit, zwart, ook met v-hals verkrijgbaar.

Binnenkort komt de bomberjack met “Don’t push me around”, en er wordt gedacht over een zomerbadmode-serie onder het thema “I’m no bad girl”.

Als ik Ayaan was, zou ik het toch eens in Spanje proberen. Daar hebben ze veel ervaring met terroristen,.. lekker klimaat en de bekendste Nederlander woont er ook. En Duveltje zelf natuurlijk,..

donderdag, februari 21, 2008

Een heleboel beslissingen!

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 10: “Een heleboel beslissingen!”.

Afbeelding: Admiraal Lumey, Willem van der Marck (let op de oranje broek)

Na 1568 dreigde de Opstand tegen de Spanjaarden een beetje in het slop te raken. De Slag bij Heiligerlee werd gewonnen, maar dat zette niet veel zoden aan de dijk. Willem van Oranje had geen geld meer om zijn troepen te betalen, en de Nederlandse opstand leek te gaan mislukken.

Dan komt er iemand die een beslissing durft te nemen: Admiraal Lumey, eigenlijk Willem van der Marck geheten, valt Den Briel aan. Dit was het begin van een goede samenwerking tussen de adel, de geuzen, en de steden. Daarna moest er nog heel wat afgevochten worden, maar zoals bekend werden de Spanjaarden uiteindelijk toch verslagen. Beslissingen durven nemen, daar gaat het om! En om zo'n Tachtigjarige Oorlog te winnen moeten er een heleboel beslissingen worden genomen.

Als je in Spanje vertelt dat je uit Nederland komt dan begint men vaak over tulpen, kaas, drugs en euthanasie, maar toch vooral over voetbal. Krwief (Cruijff) is bij de oudere generatie nog steeds goed bekend, maar ook Koeman en Van Nistelrooij scoren heel hoog.

In 2004 kwam er in Spanje een documentaire uit over Johan Cruijff, onder de titel “en un momento dado”. “op een gegeven moment”, genoemd naar een van de stopwoordjes van Cruijff, net als trouwens “por lo tanto” (=dus). Als Johan Cruijff aan het woord komt is het raadzaam om altijd pen en papier, of een opnameapparaat bij de hand te hebben, want er komen fraaie uitspreeksels uit zijn mond.

Zo noteerde ik vorig najaar tijdens een interview van Jack van Gelder met Johan Cruijff het volgende: (Het onderwerp was: Ajax stelt een commissie in het leven die de club organisatorisch en technisch tegen het licht moet houden)

JvG: "Wil jij niet in die commissie gaan zitten?"

JC: "Nee, ik ga niet in zo’n commissie zitten. Zo’n commissie dat heeft helemaal geen zin. Dat is alleen maar praten. Er moeten beslissingen genomen worden, anders bereik je niks".

JvG: "Wat zou jij voor beslissingen nemen?"

JC: "Een heleboel beslissingen!"

JvG : "Maar welke dan? Noem er eens een!"

JC: "Ja, maar het is er nooit één, het is er altijd meer dan één. Eén beslissing heeft geen zin, er moeten altijd meerdere beslissingen genomen worden, als je iets op wil lossen."

Prachtig, toch!? En nu gaat hij het nog doen ook, dus hij is heel consequent. En je zal zien, het gaat nèt zoals bij Den Briel. Dat wordt een uitstekende samenwerking tussen alle betrokken partijen. Beslissingen durven nemen, daar gaat het om!

zaterdag, februari 16, 2008

De Corrupte Slager

Foto: 550 jaar corruptie: van Filips II (Felipe II) tot Julián Muñoz, de corrupte burgemeester van Marbella

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 9: “De Corrupte Slager”.

In 1998 werd er in het Escorial in Madrid een grote tentoonstelling georganiseerd, gewijd aan het leven van Filips II (1527-1598). Daarbij werd nauwelijks aandacht besteed aan de Tachtigjarige Oorlog en helemaal géén aandacht besteed aan de negatieve aspecten van zijn regering. Zo ging tijdens zijn bewind Spanje drie maal failliet (in 1557, in 1575, en in 1596), hetgeen de ondergang betekende van vele ondernemers, zowel in Spanje als daarbuiten. De Spaanse staatsschuld liep onder Filips II zó hoog op dat dit ook op veel langere termijn een negatief effect had. De ondergang van de Spaanse economie in de 17e eeuw wordt vaak afgedaan met de magere capaciteiten van zijn opvolgers, Filips III en Filips IV, maar weinig wordt er verteld over het gestuntel van Filips II.

Om zijn dure oorlogen te kunnen betalen hief hij hoge belastingen, de “tercias”, “alcabalas“, en “almojarifazgos“. Daardoor gingen vele ondernemers failliet. In Nederland werd in 1569 de beroemde “tiende penning” ingevoerd, mede aanleiding tot de opstand, die later als de Tachtigjarige Oorlog de geschiedenis in zou gaan.
Na het verlies van de Armada werd in Spanje van 1588-1590 een buitengewone belasting ingevoerd, de “servicios de millones”, die de Spaanse economie de das omdeed. De koning begon een handel in ambten en titels, hetgeen in de hand werkte dat ambtenaren steeds corrupter werden, en anderzijds dat edelen relatief minder belasting gingen betalen dan degenen die lager op de ladder stonden. Om de staatsschuld te kunnen dekken liet de koning tenslotte ook nog al eens beslag leggen op handel, bijvoorbeeld op het zilver in schepen dat uit India afkomstig was.

Terug naar het heden. In Noord-Spanje speelt tegenwoordig iets wat men daar de Ver-Marbella-isering (Marbellalización) van de kust noemt. Grote stukken land worden opgekocht door aannemers en projectontwikkelaars. Vervolgens bouwt men daar op grote schaal woningen, meestal met een golfterrein.

De afgelopen twee jaar verrees in Galicië, ten noorden van La Coruña, nabij het dorp Miño een geheel nieuwe nederzetting, met de fraaie naam Anacara. Twaalfhonderd woningen, een hotel, een supermarkt, èn een golfterrein.
De toestemming voor het project werd gegeven in een raadsvergadering waarbij slechts één gemeenteraadslid aanwezig was, èn een vertegenwoordiger van de multinational Fadesa. De ontwikkel- en aannemersmaatschappij kreeg een vergunning voor het bouwen over een strook van maar liefst 10 kilometer lang, gelegen tussen de dorpen Miño en Pontedeume. De toenmalige landeigenaren, meest boeren, konden hun land aan Fadesa verkopen. Als ze dat niet deden werden ze onteigend. Ze ontvingen dan een vergoeding van 6 euro per vierkante meter.
Achteraf bleek dat de hele zaak illegaal was, want het project had moeten worden aanbesteed. Er werd aangifte gedaan, maar iedereen weet dat de woningen nooit meer afgebroken worden en dat Fadesa nooit een boete zal hoeven betalen. Tegenwoordig verkoopt Fadesa de grond waarop niet gebouwd is weer door. Voor 2000 m2 betaal je dan 240.000 euro. Dat is 120 euro per m2.

Het raadslid dat handjeklap deed met Fadesa, een eenvoudige slager uit het dorp Miño, zit sindsdien heel goed in het pak en rijdt in een mooie Mercedes. Boze tongen beweren dat hij ook een mooie nieuwe woning heeft gekregen, maar niemand weet hoe dat nou precies zit.

In Spanje is weinig veranderd. Zou de Tachtigjarige Oorlog nu uitbreken, dan hoeven we ons helemaal geen zorgen te maken, want we winnen hem zeker wéér, van dat corrupte zootje.

donderdag, februari 07, 2008

Dag van de Liefde

Afbeelding: legertenten worden opgezet voor de nieuwe Nationale Voortplantingsdag

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 8: “Leuke creatieve ideeën".

Met al dat geschrijf over de Tachtigjarige Oorlog groeit er bij mij toch het besef dat De Zaak nog niet verloren is, dat al die inventieve oplossingen ons beter maken dat welk Europees volk dan ook en dat Nederlanders een volk vormen dat niet voor één gat te vangen is.

Ondanks alle bangmakerij van Geert Wilders, het geschreeuw over een naderende economische crisis en dat soort dingen denk ik dat we het samen toch voor elkaar kunnen krijgen.

Er zit nog heel wat in die 21e eeuw voor Ons Nederland en dat kunnen we er best uit halen. Maar we moeten dan wel bereid zijn tot een gezamenlijke inspanning, als onderdeel van de vorming van een nieuw nationaal bewustzijn. En we zijn al op de goede weg. Met het televisieprogramma Babyboom hebben we al een eerste stap gezet naar een collectief antwoord op het negativisme dat ons - vooral vanuit het buitenland - bedreigt. We moeten de handen ineenslaan. Met het Nederlandse realisme, dat waar we zo beroemd om zijn, dat liberale, recht door zee, wat geen ander Europees volk heeft. Niet dat halfzachte van Valentijnsdag, met een kaartje en een roos in zilverpapier, hetgeen toch een erfenis is van het hypocriete Amerikaanse puritanisme. Nederlands heeft iets nodig dat zoden aan de dijk zet.

Daarom: De Nationale Voortplantingsdag. Onder begeleiding van deskundige teams verzamelen verloskundigen, vroedvrouwen, gynaecologen, huisartsen, politieagenten, ambulancebestuurders zich in Fertiliteitsbegeleidingsclubs, en bereiden zich voor op die grote gezamenlijke inspanning van de Nederlandse bevolking. Het antwoord op de vergrijzing.

Weg met het slappe zaad. Maak een omslag naar bevolkingsgroei en een nationale bevolkingsgroei die ons de 22e eeuw in gaat helpen. De economische groei volgt vanzelf. Een nieuwe generatie betekent nieuw arbeidspotentieel.

Uiteraard wordt het een jaarlijks gebeuren, met een evaluatieproces, zodat we elk jaar er wat bij leren en beter van bil leren gaan. De Nationale Voortplantingsdag!

De gordijnen gaan collectief dicht, en wát een lol gaan we daaraan beleven. Véél leuker dan Valentijnsdag, en veel meer recht op de man en vrouw af. Iedereen die meedoet geeft dat van te voren op. Meetbare resultaten, daar gaat het om.

Maar homo’s, en niet-vruchtbaren, mogen, nee, ze moéten ook meedoen, zodat er een gevoel van solidariteit ontstaat, een grote opgewonden wave die door de hele bevolking heen gaat. En is er een motief bijgekomen voor internetdating: “ik zoek nog iemand voor de Nationale Voortplantingsdag”.

Ergens in mei, dacht ik zo. Gelijk met de vogels en dan krijgen we ná de kerst de baby’s. We bereidden ons vanaf januari voor, sporten, vitamines en ijzer slikken. Een vruchtbaarheidsdieet.

Mensen die thuis geen gelegenheid hebben worden opgevangen in Nationale Voortplantingscentra. Hotels dienen kamers af te staan. Desnoods zet het leger tenten op.

Tja, daar hebben wij die Tachtigjarige Oorlog ook mee gewonnen, en daar ontbrak het die Spanjaarden aan. Gewoon, leuke creatieve ideeën.

vrijdag, februari 01, 2008

Carnavalsgedicht

Op de valreep, getiteld "Sjoem aon de vuej"

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, allemoal,..

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Veur goan noe danse

Veur zitte hier gezellig int café
En iedereen die drinkt er eentje mee
We drinken hier nog fijn een glèske bier
Veur hubbe met zun alle zoen plezier.(boem boem)

Ut pils dat plenst gezellig in het rond
Ut glas dat vindt dan plots niet meer de mond
Ent kostbaar vog dat valt dan op de vloer
Ja jammer dan, je kiekt un bitje zoer.(boem boem)

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Veur goan noe danse

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, allemoal,..

De vuej die kan ik bienoa neet meer zeen
Mun beerboek, joe da kan ich neet omheen
Ich wor vanoavand gere un bietsje zaat,
Mun vuej die zien vanoavond dan maar naat,

Reteketet (en dan nog eens het refrein)

La porra

In de serie In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 7: “La porra”.afbeelding: drie slimme Nederlandse jongens uit de 17e eeuw

In Spanje heb je geen inburgeringscursussen. Als je er als gastarbeider binnenkomt dan zoek je het zelf maar uit. Aanpassen is het motto en als je dat niet doet, dan wordt je met de nek aangekeken. Je moet snel Spaans leren, want alleen in toeristische zones verstaat men nog wel eens een andere taal.

Geen probleem, een Nederlander spreekt meestal al meerdere talen. Hij laat zich niet direct uit het veld slaan en slaat aan het leren. De Spaanse taal is niet ingewikkeld. De grammatica is consistent en er zijn weinig uitzonderingen op de regel. De Spaanse taal is moeilijk om andere redenen. Een daarvan is dat het Spaans soms nogal snel wordt gesproken en een andere, iets belangrijker, is dat de Spaanse taal boordevol zit met dichos, taco’s, en palabrotas, oftewel uitdrukkingen, scheldwoorden, en schuttingtaal.

In mijn ijver mij de Spaanse taal eigen te maken vraag ik wel eens aan mijn vrouw om mij iets uit te leggen.

Zo vroeg ik een tijd geleden:

“Wat betekent het woord porra, in de uitdrukking: ve te a la porra”?
“Waarom wil je dat weten?”.
(Hierbij vermeld ik dat een Gallega of Gallego, iemand die geboren is in Galicië, een vraag bijna altijd met een wedervraag beantwoordt).
“Omdat ik graag meer wil weten over die uitdrukking. Dus,.. wat betekent “ve te a la porra”?
“Niets”, antwoordde mijn vrouw, zonder een spier te vertrekken.
“Hoezo, niets?”, vroeg ik.
“Dat betekent niets. Dat is een uitdrukking: “ve te a la porra”.
“Tja”, zuchtte ik, “dàt weet ik wel, dat het een uitdrukking is, en ik weet ook dat die uitdrukking betekent , “ga heen, of ga toch weg”.
“Nou, als je het zo goed weet, … waarom vraag je het dan?” zei mijn vrouw, al wat geïrriteerd.
Ik zag haar denken: ècht weer iets voor hem, dat gezeur.
“In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld: “loop naar de maan. En dan is de maan de maan, die planeet die om de aarde cirkelt”.
“Volgens mij is de maan geen planeet”, zei mijn vrouw.
“Dat weet ik niet!”, riep ik. “Daar gaat het mij niet om. Wij in Nederland zeggen: loop naar de maan. Dus de maan is iets waar je naar toe moet lopen”.
“Wel romantisch”, … moest mijn vrouw toegeven.
“Maar wat betekent nou porra?”, probeerde ik nog eens.
“Niets”, zei mijn vrouw.

Ik gaf de moed op. Later zocht ik het op. Porra betekent behalve wapenstok, ook gewoon stok, of paal. Het Spaanse gezegde luidt dus: “loop naar de paal”. Ik weet niet waar dat nu vandaan komt. Misschien stond er vroeger in elk Spaans dorp een paal, een soort van schandpaal, of een vergaderpaal. Als de achtergrond weet, schrijft u het mij dan.

Het Spaanse woord mochila betekent in het Nederlands rugzak. De Spanjaarden namen tijdens de Tachtigjarige Oorlog Nederlandse kinderen in dienst om hun ransel te dragen.

Kapitein Alonso Vázquez schreef zijn ervaringen als soldaat in de Tachtigjarige Oorlog op. Zo noteerde hij:

"De mochileros komen als kinderen bij ons in dienst. Ze leren het Spaans en onze soldatentaal soms beter dan hun meesters. Als ze er de leeftijd voor hebben, worden ze gewoon soldaat, soms als een gunst en soms omdat ze daarvoor extra hun best hebben gedaan. In de loop van de tijd vergeten we dan waar ze vandaan kwamen, ook al omdat ze steeds worden overgeplaatst. Iedereen denkt dat het echte Spanjaarden zijn. Dikwijls blijkt echter dat hun liefde voor hun vaderland toch de overhand krijgt en ze hebben ons dan ook vaak verraden. De beste soldaten die de Nederlanden hebben, en die ons het felst bestrijden, zijn onze vroegere mochileros."

Nu kom ik in de knoei want ongewild stip ik hier alweer een veelvoud van redenen voor de Spaanse nederlaag aan: gemakzucht, het onvermogen om iemand iets uit te leggen, gebrek aan overtuigingskracht, en gebrek aan kennis van de eigen taal. Ik kies voor de laatste en dan heeft u voor die andere nog een paar schrijfsels van mij tegoed.

Gebrek aan kennis van de eigen taal is de zevende reden waarom de Spanjaarden de 80-jarige oorlog verloren hebben.



woensdag, januari 30, 2008

Anne Feddema maakt juweeltjes

Kunstenaars kan je vaak beter niet aan het woord te laten. Dat leidt tot een grote teleurstelling. Als ze praten dan beginnen ze over zichzelf in plaats van over hun werk. Ze hebben ze hun talent te danken aan een klap van de mallemolen, een jeugdtrauma, een ongeluk, te veel armoede of rijkdom. En wat ze zelf daar over zeggen is weinig interessant, want van jezelf is het moeilijk afstand nemen.
De kunstenaar heeft zijn creativiteit te danken aan een speling van het lot. Ze zijn speelbal van goden, maar daardoor worden ze zelf geen god, hooguit orakel.

Toch ben ik benieuwd naar wat Anne Feddema te zeggen heeft, want behalve een begaafd schilder is hij ook dichter. Misschien is hij zo gek als een deur, net als Van Gogh, waarmee hij zichzelf in één van zijn werkjes neerzet.

Anne Feddema's schilderijen zijn juweeltjes. Ze zijn zó mooi dat eigenlijk iedereen maar één schilderij per jaar van Anne Feddema zou mogen zien. Neemt u van mij aan: lange rijen zouden zich vormen voor de nationale expositieruimtes. Zijn schilderijen zijn suikergoed, een veelheid van kleuren en details. Met gevoel voor humor en pracht.
Anne Feddema schildert de componist Liszt op een fiets, Mozart op zijn sterfbed, Poesjkin in duel, en Kuifje. Gaat dat allen zien in Museum Bèlvédere in Oranjewoud! Dat museum is zowiezo wel een bezoekje waard. Ik ga nu een dichtbundeltje van Anne kopen, daarover later bericht.
afbeelding: het Poesjkin duel (2004)

zondag, januari 27, 2008

La Cena

Toegegeven, eten is belangrijk. Eten is een primaire levensbehoefte. Maar een krachtig volk, zoals het Nederlandse, onderscheidt zich toch door het vermogen om af te kunnen zien van deze primaire levensbehoefte, door haar opofferingsgezindheid, door eensgezind néé te zeggen tegen de avondmaaltijd, op het moment dat dat ècht nodig is, voor het vaderland. Dat kunnen wij, Nederlanders. En de Spanjaarden niet. En dat is de zesde reden dat wij de Tachtigjarige Oorlog hebben gewonnen.

Carnaval 1590. De stad Breda was sinds 1581 bezet door de Spanjaarden, maar moest nu heroverd worden. De Nederlanders verzonnen een list, gebaseerd op de legende van het Paard van Troje.

Op 25 februari 1590 zouden soldaten in dienst van Oranje zich op een turfschip verstoppen, en ’s nachts Breda binnen varen met het doel de stad te ontzetten. Acht-en-zestig Oranje-soldaten trokken heldhaftig onder leiding van commandant Charles de Héraugière naar het Zwartenbergse Veer, maar wachtten daar tevergeefs op het schip. De schipper, Adriaen van Bergen uit Leur, die zelf de list had bedacht, had zich verslapen. De volgende dag kwam hij wèl opdagen, maar toen was de moed hem in de schoenen gezonken. Twee van zijn neven moesten tenslotte het schip naar Breda varen, waar het uiteindelijk pas op 3 maart aankwam. In de slotgracht van het Kasteel van Breda stootte het schip lek, en met veel pompen wist men het uiteindelijk drijvende te houden.

De soldaten aan boord hadden het koud. Het was een zeer strenge winter. De manschappen moesten zich warm houden met dierenvellen en wollen kleden. Vuur maken konden ze niet, want dan zouden ze zichzelf verraden. De Spanjaarden waren met vier keer zoveel soldaten, maar, u raadt het al, ze waren druk bezig met La Cena, (het avondeten), op deze Carnavalsavond ongetwijfeld vergezeld van een wijntje en een trijntje. De Soldaten van Oranje klommen uit het turfschip en hadden binnen de kortste keren het Kasteel van Breda heroverd. Op dat moment rukte ook de prins met zijn troepen naar Breda om de stad te veroveren. Maar de aanval werd afgekocht. Zo gaven de Spanjaarden zich over, maar konden ze toch nog even lekker dooreten en carnaval vieren.

Als het overgrote deel van de West-Europese bevolking de avondmaaltijd al lang en breed achter de kiezen heeft beginnen de Spanjaarden pas met koken. Door de week eet de Spanjaard zijn avondmaal zo ongeveer tussen 21.00 en 22.30 uur. In het weekend is dat meestal later, vanaf 22.00 uur, maar dat kan uitlopen tot wel 01.00 uur ’s nachts, een enkele keer nog later.

Als we in Nederland een maaltijd missen, dan zuchten we “ach, dan nemen we wel een boterham”, In Spanje is dit vrijwel ondenkbaar. Eten vormt een dusdanig belangrijk onderdeel uit van de Spaanse cultuur, dat niet-eten als een crime wordt beschouwd, een aanslag op het eigen welzijn, op de cultuur, en dus op het Spanjaard-Zijn. Het avondeten is meestal wel wat minder zwaar dan de middagmaaltijd. Ook de Spanjaard neemt tegenwoordig wat lichter en gezonder voedsel tot zich. Het avondmaal is meestal warm eten, dat wel, maar op doordeweekse avonden wordt meestal licht gegeten, bijvoorbeeld een omelet en wat sla, of spaghetti.

In het weekend, en op feestdagen, vooral bij gelegenheden waar vrienden en familie elkaar ontmoet wordt ’s avonds nog wel eens stevig gegeten, compleet met voor-, hoofd- en nagerecht, natuurlijk met een van een wijntje en een stevige borrel achteraf.

De Spaanse keuken is eenvoudig, recht-toe recht-aan, weinig geraffineerd. De Spanjaard houdt niet van sauzen of dingen waar veel ingrediënten aan te pas komen. Hij eet liever een visje of een stuk vlees gebakken in olijfolie, met aardappels, friet of rijst, dan dat hij zich aan exotische gerechten met een veelheid aan onbekende ingrediënten waagt. Na de maaltijd wordt er nog wel veel gepraat, en soms gedanst, of gevreeën. Maar gevochten wordt er niet meer.

woensdag, januari 23, 2008

La Merienda

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 5: “La merienda”.

Dit schilderij van het Beleg van Alkmaar geeft duidelijk te zien: op de voorgrond het Spaanse tentje met de broodjes voor la merienda en op de achtergrond het leger en de stad.

Er bestaan drie hele angstige momenten in het leven van een Spanjaard. Het eerste moment is dat waarop zijn ouders hem vertellen dat de Reyes niet bestaan. De Reyes dat zijn de Drie Wijze Koningen uit het Oosten die de Spaanse kinderen op 6 januari hun cadeautjes brengen. Het Sinterklaasfeest kennen de Spaanse kinderen niet (logisch, want Sinterklaas deelt zijn cadeautjes liever aan aardige Nederlandse kinderen uit).
Het tweede moment is wanneer zijn moeder hem zegt dat hij nu echt te oud is voor la merienda, meestal zo rond het 14e levensjaar.
En het derde moment is dat waarop zijn ouders hem zeggen dat hij nu eindelijk maar eens op moet hoepelen om een eigen woninkje te gaan zoeken (zonder gekheid; tegenwoordig verlaat de gemiddelde Spanjaard pas op 34-jarige leeftijd het ouderlijk huis).

Om 6 uur ’s middags – nee, niet ’s avonds, want in Spanje is het pas om negen uur avond – is het plotseling tijd voor een hapje: la merienda. Moeders roepen hun kinderen naar binnen: “Hay que merendar” , ”Er moet gemerendeerd worden”. Er is eigenlijk geen Nederlandse vertaling voor de merienda. De Engelsen hebben iets vergelijkbaars met hun “High Tea”.
La merienda bestaat vaak uit een glas melk en een boccadillo, of een panecillo. Een bocadillo is een stuk Spaans stokbrood, met daartussen meestal de bekende Jamon (zie Jamon en Hysterie) , chorizo of kaas. Een panecillo is een klein, hard puntbroodje. De Merienda kan ook bestaan uit een of andere pastei (bollería), zoals een donut, of een wafel. Volgens de statistieken eten de kinderen in Spanje tijdens de merienda:

  • bocadillo (65%),
  • bollería (20%),
  • pan con chocolate (20%), (brood met chocola)
  • yogur y fruta (20%), (yogurt en fruit)

75% van de Spaanse kinderen eet la merienda. Aangezien sommige gewoonten moeilijk af te leren zijn willen de volwassenen zich ook nog wel eens schuldig maken aan een merienda. Vooral als het middageten er een beetje bij ingeschoten is.

Nu stelt u zich voor: De Spanjaarden arriveren bij Alkmaar. Hongerig, moe, en duizenden kilometers ver van huis. Wat is dat voor stad?, vragen ze aan hun commandant, Don Fadrique de Toledo.
De Kaasstad, natuurlijk! roept hun commandant. Hier komt de kaas voor de broodjes van de kinderen vandaan. Dan herinneren de Spaanse soldaten zich plotseling hun kindertijd, hoe ze stierenvechtertje aan het spelen waren op het plein, en hoe hun lieve moeder hen om 6 uur naar binnen riep voor la merienda. Daarop vervallen de soldaten in heimwee en er ontstaat zo’n melancholische stemming dat ze niet meer fatsoenlijk kunnen vechten.

Bij Alkmaar begon de victorie. Tot drie maal werden de Spaanse bestormers afgeslagen. honderd-een-en-twintig welvoltallige compagnieën, zestienduizend soldaten waren niet in staat de dappere Alkmaarders te verslaan.

Een citaat uit “Alkmaars beleg” van Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint:
"Het was of deze rustige burgers, deze visschers uit de zeedorpen, deze huislieden, voormaals door ieder krijgsgeschrei opgeschrikt, nu met elke vrees en schroom hadden afgedaan, of zij in gevleeschte duivels herschapen waren, die maar één vast denkbeeld hadden: weerstand bieden; zij stormden tegen de bestormers in, in de bres stelde ieder het eigen lijf ten bolwerk, zij verweerden zich met alle wapenen die onder hun bereik waren. Die geen vuurroer had trok zijn mes, die geen spies had greep de zeis of den dorschvlegel; wien de arm was afgeknot, sloeg de tanden in het lichaam van zijn tegenstander: niemand week van de wallen in die volle vier uren strijds, tenzij hij dood of gekwetst van daar werd gedragen.
"

Duveltjes waren het die Alkmaarders.