maandag, augustus 25, 2008

Zware Port - 3

Foto: Livraria Lello e Irmão (Joe Aesmorga)

Een verplicht onderdeel van onze reis naar Porto is een bezoek aan Ikea. Er is geen namelijk geen Ikea in A Coruña. De dichtstbijzijnde Spaanse Ikea is in Oviedo op 3,5 uur rijden. Mijn vrouw is iemand die bijzonder veel plezier beleeft aan het inrichten van haar woning en zichzelf een bezoek aan Ikea niet kan ontzeggen. Duveltje is daarbij onmisbaar vanwege zijn talenten op het gebied van interieurdecoratie.

Twee jaar geleden reden we naar Ikea in Oviedo met een verlanglijst voor het verbouwde flatje van Plof. We wisten precies wat we wilden hebben. We zochten uit, rekenden af en reden met de Billy’s en de Benno’s en nog wat van die woondingen met mooie namen weer terug naar A Coruña.

Zaterdagochtend in Porto. Om kwart voor acht klinkt de wekker van het mobieltje van mijn vrouw. Ze fluistert zachtjes mijn naam. “Kom op, we gaan”, zegt ze. Een half uur later rijden we over een lege snelweg richting Matosinhos, een buitenwijk van Porto. Het regent.
“Kijk, dat komt nou goed uit”, zegt mijn vrouw, “dit is een perfecte dag voor een bezoek aan Ikea. Wat hadden we hier anders moeten doen, met dit lelijke weer?”.
Ik weet het wel, maar ik zeg het niet. Op mijn verlanglijstje stonden nog de prachtige boekwinkel Lello en het station San Bento met de beroemde tegelwanden. Musea zijn er ook volop. Ik roep heldhaftig: “Niets! Schat, dit is ideaal. We hadden het niet beter kunnen treffen”. Ik besluit het als een man te dragen, met een glimlach. Vier dagen zonder zeurend kind, vier dagen vrij, en dan een paar uur in Ikea door brengen , dat is een compromis, dat is op te brengen.“Heb je een lijst van dingen die je hebben wil?”, vraag ik. “De lijst zit in mijn hoofd”, zegt mijn vrouw.
Als dat maar goed gaat, denk ik en mijn vrees wordt later bewaarheid. De lijst blijkt nogal chaotisch te zijn.
Om 9 uur rijden we de parkeergarage van Ikea in O Porto in. We zijn de eersten.

Het ongelooflijke is gebeurd. Duveltje, vijand van grootkapitalisme, globalisme en alles wat daarmee te maken heeft, bevindt zich als eerste klant in een winkel van een van de meest succesvolle Europese multinationals. Midden in het hol van de leeuw, in zijn vakantie, op een zaterdagmorgen.
In Portugal is het een uur vroeger dan in Spanje, dat waren we even vergeten. “Geen gemor!”, roept mijn vrouw. We doen ochtendgymnastiek! Ochtendgymnastiek, op zaterdagmorgen om 09.00 uur in de parkeergarage van de Ikea in Porto. Dat moet mij overkomen. Ochtendgymnastiek houdt in: snelwandelen door de parkeergarage. Ik houd het drie rondjes vol, dan geef ik het op. Inmiddels groeit de rij wachtenden. Plof vraagt hoe laat we naar binnen mogen. Om half tien kunt u het restaurant al in, belooft een Ikea-medewerker opgewekt. Na een kopje Ikea-koffie à 40 cent lopen we de winkel in. Nauwelijks zijn we binnen of Plof blijft al gefascineerd staan bij de bakken vol kinderspeelgoed. Goed, denk ik, net grootouders geworden, dus geen gezeur. Maar ook bij de bedden blijven we lang staan, bij de keukens, bij de eettafels. De lijst in Plof’s hoofd bestond aanvankelijk uit een nieuwe tafel om aan te werken en een rekje voor de pannen in de keuken, maar hoe verder we de winkel binnenlopen hoe groter de lijst blijkt te worden.

Om 12.00 uur zijn we nog steeds niet bij de kassa aanbeland. De winkel is inmiddels zo druk dat de mensen voetje voor voetje over de Ikea-route schuifelen. Negentig procent van de klanten bestaat uit Spanjaarden, waarschijnlijk voor het grootste deel afkomstig uit Vigo. Ik bijt op mijn tanden. Daarna op mijn tong. Probeer mijn glimlach nog vast te houden, maar die is nu inmiddels al veranderd in een akelige verbeten grimas.
Plof heeft het in de gaten. “Je moet niet zo kinderachtig doen”, zegt ze. “Ik zeg toch niets”, kreun ik. “Nee, maar dat smoelwerk van jou zegt genoeg”.

Om 13.00 staan we eindelijk buiten. “Je raadt het nooit”, zegt ze, “ik krijg plotseling een fantastische inval”. “Zo?”, vraag ik hoopvol en ik denk even aan een onverwachte excursie naar een nabijgelegen kasteel of klooster, museumbezoek, of een etentje in een van die geweldige restaurants die haar vader vroeger bezocht.
“Die commode, die we zagen in de slaapkamers. Volgens mij past die perfect.” Ik word duizelig, zie even zwart voor mijn ogen. Dan besluit ik nogmaals mijn goede wil te tonen. Opnieuw de winkel in. Maar niet alleen voor de commode blijkt nu. We gaan ook nog even naar de afdeling Verlichting. Nu word ik boos. Het spijt me, maar ik houd het niet meer. Er volgt een woordenwisseling. Plof geeft gelukkig toe. We vertrekken uiteindelijk na een persoonlijk record in Ikea, 5 uur en twee keer de hele route van ingang tot aan de kassa.

Die middag krijg ik van Plof in Livraria Lello een boek cadeau. Ze had geld over, want de commode heeft ze uiteindelijk toch laten staan.

zaterdag, augustus 23, 2008

Zware Port - 2

foto: Avenida dos Aliados, Porto.

Plof heeft akelige herinneringen aan Porto. Ze is er twee keer eerder geweest, jaren geleden met vriendinnen die een abortus nodig hadden, in tijden dat het allemaal nog illegaal was. De mooie kanten van Porto had ze nog niet gezien. Maar de mooie kanten kunnen niet zonder de lelijke. In Porto ligt het dicht naast elkaar. Achter de stegen, waar het stinkt naar broeiend vuilnis en urine, ligt de schone, witte Avenida dos Aliados, met stoere standbeelden, onder andere van koning Peter IV. De helft van de huizen in het oude stadscentrum lijkt leeg te staan. Veel van het leven is verdwenen naar de buitenwijken.

Vrijdagmorgen nemen we de bus naar de Fundação de Serralves, het museum voor moderne kunst. Ik heb er niet veel zin in. Ik wil liever naar iets authentiek Portugees, maar Plof heeft zin in moderne kunst. Zo rijden we door de buitenwijken, saaier, maar wel schoner en dichter bevolkt. We bekijken de expositie van de Zuid-Afrikaanse fotograaf David Goldblatt, Intersecções intersectadas (Intersections intersected). De foto’s geven een beeld van het troosteloze Zuid-Afrikaanse landschap, geteisterd, eerst door Apartheid, nu door AIDS. Zuid-Afrika, in het tijdperk van AIDS, staat bij sommige titels van de foto’s. In de tijd dat de Apartheid werd opgeheven, na 1990, schakelde Goldblatt over van zwart-wit naar kleur. De foto’s blijven even onthullend en ontluisterend. Verlaten dorpen, kale vlakten, lege pleinen waar op stadsmeubilair, een muur of op een monument een AIDS-symbool is geschilderd. Waarom heb ik nooit zoiets gezien op de foto’s waarmee kennissen terugkomen na hun trips naar Zuid-Afrika?
De entree voor het museum bedraagt 5 euro. Het museum herbergt een te duur restaurant. Vandaar misschien dat hier weinig Portugezen rondlopen. Of komt het omdat het vakantie is en de zon nu zo uitbundig schijnt? Het inkomen per hoofd van de bevolking in Portugal is het laagste van alle West-Europese landen, maar tegelijkertijd staat het land bij de eerste twintig landen op de quality of life index. Die hoge kwaliteit vertaalt zich ondermeer in vriendelijkheid, want de Portugezen zijn over het algemeen bijzonder aardig en behulpzaam.

We laten het museum achter ons en lopen door naar het strand, over de Avenida de Marechel Gomez Costa. Hier woont de gegoede burgerij, in witte villa’s, groene tuinen. Aan het strand eten we vis, met uitzicht over zee, tussen gewone Portugezen.

donderdag, augustus 21, 2008

Zware Port

foto: deel van de gevel van de Capela de Santa Catarina, in Porto, voorstellende een deel van het leven van Sint Franciscus.

Op zoek naar avontuur steekt Duveltje de grens over en belandt hij samen met vrouw Plof in het indrukwekkende Porto. De Portugese havenstad ligt op slechts drie uur rijden van La Coruña.

Porto is zwaar. Dat voel ik als ik de rivier de Douro oversteek, de Luis I-brug na zonsondergang over loop en omhoog kijk. Tonnen donker staal hangen boven mijn hoofd. Een gevoel vergelijkbaar met hoogtevrees.
Boven die tonnen staal straalt de volle maan, die iedereen die nacht wakker lijkt te houden. Honden huilen en janken, meeuwen krijsen en lachen als kleine, ondeugende, boze kinderen, hanen kraaien, eksters kwekken en katten miauwen volop in de eindeloze Portugese nacht.
We doorkruisen de kleine stegen, klimmen over de steile heuvelwanden. Middeleeuwse taferelen. Een man, in lompen gehuld, op een stoepje, toont de stomp van zijn afgezette been. Een ander hangt roerloos in een portiek, draait woest met zijn ogen, terwijl de rest van zijn lichaam verlamd lijkt. Misschien hard geraakt door de wieken van de mallemolen van het leven?
Dronken mannen, gearmd zwalkend over de straat. De zomer is volop in gang, in Porto heerst de liefde als in de lente. Vrijende paartjes in de straten, op de kaden, in de parken. Een rat schuifelt snuffelend over de boulevard zonder zich ook maar iets van de mensen aan te trekken.
Hippiecultuur, aan de oevers van de Douro. Vrolijke, jonge mensen, in Indiase kleren gehuld, hun huid omhangen en doorstoken met sieraden. Het doet me aan vroeger denken. Een lelijke vuilbruine straathond, zijn ribben steken door zijn armzalige borstkas, die ons vals keffend achtervolgt, twee straten lang, druipt uiteindelijk af als Plof sneller gaat lopen.
De toeristen zoeken elkaar ‘s avonds op, op de Cais de Ribeira, opeen gedrukt op de terrasjes van de restaurants, waar ze graag twee keer te veel betalen om hun eigen soort eens goed te bekijken en zich niet in de stad onder hoeven te dompelen.
Buitenlandse bezoekers lopen de bodega’s af, waar ze geïnviteerd worden op een glas port. Het eerste glas is gratis, met het tweede glas betalen ze het eerste, en het derde glas moet ze over halen een fles Tawny te kopen. De bodega’s hebben elk hun eigen boot die aan de kade van de Douro ligt. Het water van de rivier weerkaatst de maan en de grote neonverlichtingen van Sandeman.
Contrasten, licht en donker, vuil en schoon, kunst en kitsch.
Ik ben er nog niet uit. Die blauwe tegeltjes op de wanden van de kerken, dat is toch gewoon kitsch. Of wordt iets kunst als het oud is?

zondag, augustus 10, 2008

Spartelen op het droge

foto: het ongebruikte zwembad

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 18: “traagheid in de besluitvorming”.

Het flatgebouw waar ik woon ligt aan een ría, dat is een soort een zeeinham. Naast onze flat werden de afgelopen tien jaar rijen nieuwe huizen gebouwd. Toen de tweede huizenrij aan deze zeeinham in 2005 werd voltooid besloot de projectontwikkelaar en eigenaar ook maar meteen een zwembad aan te leggen. In de appartementen wonen veel gezinnen met kinderen. Hier in het noordwesten van Spanje is het niet het hele jaar door zonnig weer, maar vanaf mei tot en met september is het hier zeker warm genoeg voor een buitenbad.

De ría zelf is jammer genoeg niet geschikt om in te zwemmen. Er zijn drie verschillende gemeentes verantwoordelijk voor de zuivering van het water en die maken er allemaal een potje van. Met een beetje eensgezindheid en vaart in de besluitvorming zou het probleem allang opgelost kunnen zijn. De verderop gelegen conservenfabriek schijnt nog steeds haar afvalwater in de ría te lozen. Een zwembad zou een uitkomst kunnen zijn.

Maar sinds het in 2005 gereed kwam heeft nog steeds niemand in dit zwembad gezwommen. Er bestaat namelijk onenigheid wie er voor de kosten van het onderhoud moet betalen. De eigenaar, de geheimzinnige dokter Pombo, een rijke medicus, heeft een deel van de appartementen verkocht, een ander deel heeft hij verhuurd. Hij vind dat de kopers en huurders voor het zwemplezier moeten betalen, maar deze willen daar niets van weten.
Deze week was het bijna 30 graden in La Coruña, maar de bewoners en hun kinderen blijven hier verstoken van zomers zwemplezier in het mooie bad dat voor hun Spaanse neuzen ligt.

De Spaanse traagheid in de besluitvorming heeft Nederland in de Tachtigjarige Oorlog erg geholpen. De Spaanse koning Filips II was een twijfelaar. Als hij een eindelijk eens een besluit nam duurde het vaak ook nog eens een maand of langer voordat men in de Lage Landen op de hoogte was. Aan de andere kant hadden de edelen in dienst van de Spaanse koning ook nog hun persoonlijke belangen die ze wilden verdedigen. Daarom lieten ze vaak de koning niet of slecht informeren over de ontwikkelingen in de Nederlanden. De Nederlandse Staten maakten op hun beurt dankbaar gebruik van het machtsvacuüm om politieke besluiten te kunnen nemen. In juli 1581 leidde de Nederlandse eensgezindheid tegenover de Spaanse koning tot het Plakkaat van Verlatinghe waarin een groot deel van de Nederlanden gezamenlijk verklaarden dat zij in Filips II niet langer hun officiële heerser zagen.

Zouden de buren zich verenigen en gezamenlijk bij de gemeente aankloppen dan was het probleem waarschijnlijk al opgelost. Maar tot nu toe is nog niemand op het idee gekomen. Duveltje laat ze nog even lekker op het droge rondspartelen.

In de serie "80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft" verschenen eerder:

1. Gebrek aan eensgezindheid

2. El desayuno

3. La comida

4. La siesta

5. La merienda

6. La cena

7. Gebrek aan kennis van de eigen taal

8. Gebrek aan leuke creatieve ideeën

9. Corruptie

10. Geen beslissingen durven nemen

11. Ondeskundig liegen

12. Grootheidswaanzin

13. Luiheid

14. Domheid

15. Bedriegen

16. De Barbeknoei

17. Slecht mikken

vrijdag, augustus 08, 2008

Tja, die Che

Foto: de schrijvers Xosé Neira Vilas en Anisia Miranda voor het beeld van Che Guevara.

De burgemeester van Oleiros, een gemeente die grenst aan de stad La Coruña, is een linkse rakker. Ángel García Seoane haalde in 2004 al eens de internationale pers. Hij gebruikte de gemeentelijke elektronische publiciteitsborden om de Israëlische premier Ariel Sharon een moordenaar te noemen. Oleiros is een bijzonder prettige gemeente om in te leven. De burgemeester zorgt voor veel groen. Er worden overal parken en wandelpaden aangelegd. De burgers zijn over het algemeen heel tevreden en vandaar dat hij ondanks zijn uitgesproken linkse politiek en beschuldigingen van fraude in 2006 toch herkozen werd.
Ook na zijn herverkiezing houdt hij de polemiek rondom zijn persoon gaande. De burgemeester onderhoudt goede relaties met het politieke regime op Cuba en met Fidel Castro. Dit uit zich onder meer in een jaarlijkse loterij waarbij reizen naar Cuba worden verloot onder de burgers van Oleiros die deelnemen aan een van de vele cursussen die de gemeente organiseert.

Plotseling verrees er in juni 2008 op een drukbereden rotonde langs de kust een 10 meter hoog beeld voorstellende de kop van Che Guevara, ontworpen door de Cubanen Juan Quintanilla en Carol Williams. Het overbekende portret dat de fotograaf Alberto Korda ooit maakte diende als voorbeeld voor het beeld. De installatie kostte zo’n 160.000 euro. De oppositie beweert dat van dit geld slechts 6000 euro bij de Cubaanse kunstenaars terecht is gekomen.
Een buurman wilde weten wat ik daar nou van vond. Ik zei dat er al zoveel standbeelden voor beroemde mensen op deze aardbol staan, dat er ook nog wel eentje bij kan voor Che. En die 160.000 euro vind ik goed besteed, zeker in vergelijking met 1,2 miljard voor paardensport op de Olympische Spelen. Daarop vertelde mijn buurman mij dat een kennis van hem naast Che gevochten had in de Cubaanse revolutie. Deze zou de guerillero eens hebben aangetroffen in een compromitterende situatie. Che was in het gezelschap van meerdere ontklede dames, die hij met rum had overgoten. Dan hadden ze beter dat als onderwerp kunnen nemen van het standbeeld was mijn reactie. Oleiros kan om Che Guevara heen, maar niet om Ángel García Seoane.

donderdag, augustus 07, 2008

Merluza a la Gallega

foto: Merluza a la Gallega, copyright Duveltje 2008

Nee, dit wordt geen receptenblog. Maar om het uitzetten van de televisie tijdens de Olympische Spelen nog aantrekkelijker te maken voorziet Duveltje u van enige recepten voor heerlijke Spaanse gerechten.

De Spaanse keuken kenmerkt zich door eenvoud. Spanjaarden geven de voorkeur aan vers en simpel en hun keuken kent weinig gecompliceerde gerechten. Recht voor de raap is het devies. Vlees en vis wordt meestal gewoon gebakken en gebraden in olijfolie, groenten gekookt in water. Helaas ontbreekt het in restaurants nogal eens aan verse groenten. Salades worden daarentegen wel volop geserveerd. De Spaanse keuken is eenvoudig, makkelijk en gezond.

Misschien wel het bekendste recept uit Galicië (Spanje) is dat voor de Merluza a la Gallega, in het Nederlands Heek op zijn Gallicisch. Heek is een vis die hoort tot de familie van de schelvissen en is familie van de in Nederland veel gegeten kabeljauw. Heek is echter malser en voller van smaak. Er is nogal wat kwaliteitsverschil en in Spanje zijn bij een goede viskraam vaak meerdere soorten heek te vinden, verschillend in grote en gevangen in verschillende viswateren. In Galicië is dit gerecht een verplicht onderdeel op de menukaart van elk visrestaurant.

Ingrediënten (4 personen)

1 heek van ca. 1,5 kg.
4 middelgrote aardappels
2 à 3 teentjes knoflook
1 middelgrote ui
1 laurierblad
1 à twee theelepeltjes paprikapoeder mild
(als u het kunt bemachtigen; pimenton dulce van het merk Jauja)
2 à 3 eetlepels olijfolie,
1 klein blikje doperwten (optioneel).

De vis schoonmaken; in lengte snijden en de graat verwijderen, daarna de kop en de staart verwijderen (u kunt deze eventueel meekoken).
De rest van de vis in moten van ca. 10 cm dik snijden. Uien pellen, knoflookteentjes pellen en in plakjes snijden.
1 liter water aan de kook brengen. De ui door tweeën snijden en toevoegen. Het laurierblad toevoegen en een beetje zout. Eventueel een scheutje witte wijn in het water doen.
De aardappels toevoegen en laten koken tot ze bijna gaar zijn (ca. 10 tot 15 minuten) . Vervolgens de moten vis toevoegen en de laatste vijf minuten meekoken.

Als de vis gaar is de helft van het water afgieten, doperwten toevoegen en alles even in de pan laten staan.
In een koekenpan de olijfolie verhitten en daarin 2 of 3 teentjes knoflook bakken, als de teentjes kleur beginnen te krijgen paprikapoeder toevoegen en door de knoflook roeren.
De vis, de aardappels en doperwten uit de pan nemen of afgieten en deze vervolgens in een aardewerken schaal leggen. De olie met knoflook en paprikapoeder er overheen gieten. Warm opdienen. De doperwten zijn optioneel. Volgens mijn vrouw is het originele recept zonder doperwten en komen de erwten uit de Asturiaanse keuken.

Bij dit gerecht kunt u een van de uitstekende Galicische witte wijnen drinken zoals een Ribeiro of een Albariño. Tegenwoordig zijn deze wijnen in de betere Nederlandse slijterijen verkrijgbaar.

woensdag, augustus 06, 2008

Opzetkleindochter

Hier een fotootje van mijn Spaanse Opzetkleindochter. Wat een dotje, niet? Hoewel ze nog maar weinig kan zien zo kort na haar geboorte heeft ze haar ogen wijd open en luistert aandachtig naar alles om zich heen. Net als haar Bijzetgrootvader.

maandag, augustus 04, 2008

Helemaal geen Olympische Spelen


afbeelding: Links een ter dood veroordeelde vrouw in China, 2001. Rechts atletiek.

Nog 4 dagen tot de Olympische spelen. Ik pleitte al eerder voor een tv-boycot van de openingsceremonie. Maar eigenlijk moeten we helemaal niet naar de Spelen kijken en zouden we het hele evenement moeten boycotten.
In El País van gisteren 3 augustus 2008, stond in de column “Cosa de dos” van Enric González een kritische kanttekening bij alle reclame die er gemaakt wordt rondom de Olympische Spelen. “Alle Olympische Spelen van tegenwoordig zijn één groot platform van publiciteit voor een stad en voor een land. (...) China blijft een tirannie (...) een drievoudige alliantie tussen communisme, technologie en multinationals, die wel eens typerend zou kunnen zijn voor wat ons in de 21e eeuw te wachten staat”, zo schreef González.
Gelukkig zijn er ook internationaal gewaardeerde journalisten die tegen de Spelen durven te ageren en niet alleen Duveltjes met een blogje. Ik trap nog maar eens met liefde een open deur in: 1, 2 miljard euro hebben de faciliteiten voor het onderdeel paardensport van de Olympische Spelen gekost. Het onderdeel speelt zich trouwens af in Hong Kong en niet in Peking.
Moet u eens nadenken wat een investering van 1,2 miljard euro zou kunnen betekenen voor bijvoorbeeld kankeronderzoek, voor het genezen van zieken, het bestrijden van hongersnood. Hoeveel mensenlevens hadden er niet gered kunnen worden met 1,2 miljard euro?
Dit is schandalig. Als die miljarden die in de Olympische Spelen worden geïnvesteerd op een of andere manier zouden bijdragen aan het welzijn van mensen, aan de solidariteit tussen mensen, of aan de internationale verbroedering, zoals de voorstanders van dit soort circussen altijd roepen, dan zou dit misschien nog gerechtvaardigd zijn. Maar dat is natuurlijk nooit aan te tonen en daarom zijn de Olympische Spelen in deze vorm waanzin.

vrijdag, augustus 01, 2008

Duveltje is Opa!

Vanmiddag ben ik opa geworden van een kleine, levendige Opzetkleindochter! Overmorgen ben ik in La Coruña en kan ik het wonder met eigen ogen aanschouwen. Moeder en kind maken het goed en oma is door het dolle heen. Dat het zó snel zou gaan had ik in het blogje van vanochtend natuurlijk niet voorzien.

Op zoek naar Rosemary

Afbeelding: hupse moeder achter kinderwagen

Kent u het volgende grapje? Als een man tien jaar oud is vindt hij geen één vrouw leuk. Als hij twintig jaar is vindt hij alle vrouwen leuk. Als hij dertig jaar is vindt hij maar één vrouw leuk. Als hij veertig jaar is vindt hij alle vrouwen leuk behalve één. Voor mij komt daar nu bij: als hij vijftig is vindt hij alleen nog maar vruchtbare vrouwen leuk, plus één.

Ach, hoe graag had Duveltje niet zelf meegedaan aan de nieuwe aflevering van Babyboom. Al mijn sarcasme komt gewoon voort uit jaloezie. Ik word verscheurd door mijn kinderwens, maar het is te laat. Helaas. Duveltje is nooit de juiste vrouw tegengekomen om zijn nageslacht op de wereld te zetten en nu is het te laat. Nu zit ik met de gebakken peren. Of liever: zonder de gebakken peren. Hoe graag had ik niet twee van die lieve gebakken peertjes gehad, een jongen en een meisje, ze het huis laten afbreken, hen geholpen met het huiswerk, een pleister op de geschaafde knieën geplakt als ze met de step of het skateboard waren gevallen, een verjaardagspartijtje georganiseerd, ze een zetje gegeven terwijl ze op de schommel zaten. Twee keer heb ik het aanbod gehad. Zullen we een kind maken? Twee keer heb ik geweigerd omdat ik de omstandigheden geheel niet vond passen en ik ons geen kind zag opvoeden in de chaos waarin we vertoefden en bovendien beschikten we nauwelijks over de financiële middelen. Op die momenten dacht ik nog dat het leven een bepaalde ordening kende en dat je er zelf een draai aan kon geven. Nu weet ik inmiddels dat het niet zo is en dat je beter zo maar wat kan doen, omdat het leven toch van toeval aan elkaar hangt. Doe maar en zie maar waar je uitkomt, dat is het devies. Nu kan het niet meer. Ik zit zonder doetjes. Ik heb weliswaar een Opzetzoon maar die is al vijftien en ziet mij slechts af en toe als vader, meestal echter als Bijzetvader. Mijn vrouw kan geen kinderen meer krijgen voor zover ze dat nog zou willen.

Misschien ben ik zelf wel niet vruchtbaar? U heeft gelijk. Maar er is maar één manier waarop ik daar achter zou willen komen. Hoe ik die verborgen kinderwens heb ontdekt? Ik merk dat ik alleen nog maar op vruchtbare vrouwen val. Nee, natuurlijk val ik nog wel op mijn eigen vrouw. Maar ik merk dat ik mij bijzonder en vooral aangetrokken voel door hupse moeders achter kinderwagens. Volgens mijn vrienden word ik eindelijk volwassen, maar zo zie ik het niet. Binnenkort krijg ik een Spaanse Opzetkleindochter, maar die moet ik delen met vijf Spaanse grootouders, dus dat is niet het echte werk. Loopt er nog een Rosemary voor mij rond?


foto: Mia Farrow in Rosemary's Baby van Roman Polanski (1968)

woensdag, juli 30, 2008

Espinacas a la Catalana

afbeelding: Duveltje kan ook koken.

Om het zomerreces te compenseren en tevens om de leegte na het einde van de Tour een beetje op te vullen richt ik me maar op het culinaire. Hopelijk levert dat weer wat lezertjes op.
De Catalaanse keuken heeft niet mijn voorkeur. In Galicië eten de mensen veel beter, voornamelijk omdat de grondstoffen van een veel hogere kwaliteit zijn. Maar een van mijn favorieten is toch de Catalaanse spinazie, oftewel de Espinacas a la Catalana. U kunt dit gerecht eten als voorgerecht, maar ook als bijgerecht, bijvoorbeeld bij lamskoteletjes in combinatie met gebakken aardappeltjes.

Ingrediënten (4 personen):

1 kilo Spaanse spinazie
75 gram rozijnen
50 gram pijnboompitten
evt. 100 gram spekblokjes of achterham
peper en zout naar smaak.
1 à 2 lepels olijfolie

Bereiding:

De spinazie wassen en koken totdat deze gaar is.
Een of twee lepels olijfolie in een koekenpan opwarmen.
De pijnboompitten en de rozijnen op laag vuur 1 à 2 minuten al roerend bakken.
De spinazie uit laten lekken, daarna toevoegen aan de pan. Door elkaar roeren, van het vuur afnemen.
U kunt voor het opdienen eventueel wat slagroom toevoegen en door de spinazie heen roeren.
Peper en zout naar smaak toevoegen.

Dit recept is uitstekend zonder vlees, oftewel vegetarisch.
Als u toch behoefte heeft aan vlees kunt u voordat u de pijnboompitten en de rozijnen toevoegt alvast het spek aanbraden of de ham toevoegen.

Als u geen Spaanse spinazie kunt krijgen neemt u maar Nederlandse, die is eigenlijk ook beter dan de Spaanse.

Antihelden deel III - Columbo

Scene uit Mickey and Nickey, met Peter Falk en John Cassavetes.

Een van de meest populaire antihelden uit de jaren zestig en zeventig is Inspecteur Columbo. Vooral dankzij de fantastische karakterrol van Peter Falk. De figuur van Columbo was al eerder vertolkt door andere acteurs, maar het was vooral Falk die het personage van de ogenschijnlijk morsige en naïeve inspecteur zo fraai gestalte gaf.

Columbo weet de meest geslepen crimineel in een hoek te drijven door zich voor te doen als een saaie, naïeve politieman met weinig talenten. De misdadiger wordt daardoor in veel gevallen overmoedig en laat steken vallen, waar de inspecteur vervolgens dankbaar gebruik van maakt. Peter Falk was de rol op het lijf geschreven. Klein van gestalte, een glazen oog waardoor het leek alsof hij ongeïnteresseerd weg staarde, altijd dezelfde saaie bruine regenjas, een half opgerookt sigaartje in de hand, vaak een deukhoedje op, zo trok hij ten strijde.

Net als zijn collega-detectives in andere beroemde series, zoals Derrick en Der Alte, stelt Falk vlak nadat hij een interview of een ondervraging met een verdachte heeft beëindigd, nog een vraag: “Oh, just one more thing” of “just one more question”. De verdachte krijgt het gevoel dat de inspecteur maar als een lastige vlieg om zijn hoofd blijft zoemen. In de ogen van de misdadiger is Columbo een domoor, een ongeïnteresseerde ambtenaar die zo snel mogelijk weer naar huis wil om zijn pantoffels aan te trekken. De verdachte vergist zich hierin en loopt zo in de val die de inspecteur voor hem uitzet. Hij wordt onachtzaam, hij begaat een fout, verspreekt zich, wordt overmoedig, gaat gewoon door op de door hem ingeslagen weg. Columbo jaagt hem op, de dader probeert alsnog de sporen uit te wissen en loopt daarna tegen de lamp.

De antiheld is net zoveel Peter Falk als Columbo. Dit wordt bevestigd door de rol die Wim Wenders hem gaf in zijn film “Der Himmel über Berlin”. Hierin speelt Falk een ex-engel. Terwijl Falk door Berlijn loopt komt hij een groep jongens tegen. Een van de jongens zegt: “He, is dat niet Columbo?”. Een ander antwoordt: “Nee, dat kan niet, toch niet met die miezerige jas!”. Peter Falk mocht van Wim Wenders een groot deel van zijn rol in deze film improviseren. Je kan zo goed zien hoeveel Falk er in de rol van Columbo zit. Dat zie je ook in andere films zoals bijvoorbeeld in Mickey and Nickey van Elaine May. Het is bewonderenswaardig dat Falk nooit de vreemde rollen en de independent movies uit de weg ging.


Peter Falk in Der Himmel ueber Berlin

maandag, juli 28, 2008

De leegte na de Tour

Afbeelding: Gisteren tijdens de etappe naar Parijs. Twee renners hebben voor de grap even helmen van motorrijders opgezet.

Vandaag valt er weer een grote leegte in het leven van Duveltje, net als in het leven van duizenden andere Nederlanders en ook van duizenden Fransen, Italianen en Spanjaarden. Want de Tour de France is weer voorbij. Dit jaar had ik het geluk dat ik vaak ’s middags al een deel van de etappe kon volgen, omdat ik al half op vakantie was.
Gelukkig heeft Carlos Sastre deze Tour gewonnen, dankzij zijn aanval op de Alpe d’Huez. Dennis Menchov werd vierde en heeft aan sympathie gewonnen onder het publiek. Hij probeerde het wel, maar kon gewoon niet harder rijden, hoe graag hij dat ook wilde en hij kwam daar eerlijk voor uit. De Rabobankploeg eindigde als derde in het ploegenklassement en de tien Nederlanders hebben allen de finish in Parijs gehaald en dat is natuurlijk een mooie prestatie. Enge Evans is het gelukkig niet geworden. Een vreselijk mannetje, met een akelig humeur en een eng hoog stemmetje dat het gebrek aan kloten verraadt. Bovendien is het niet leuk als iemand van buiten het Europese continent deze ronde wint, want de Tour is een echt Europees sportevenement. Duveltje was blij toen die Armstrong eindelijk eens ophoepelde.
Ondanks Moises Duenas, Riccardo Riccò en Manuel Beltran die werden betrapt op dopinggebruik was het een fraaie Ronde van Frankrijk. Vooral dankzij de mensen van de NOS, die alle complimenten verdienen voor hun prachtige professionele en creatieve aanpak. Ik hoop dat dit zo blijft als Mart Smeets er op een dag mee op houdt. Maar Smeets mag van mij nog een tijdlang de ploegleider van het Studio Sport Wielrenteam blijven. De NOS was compleet, met de leuke achtergrondreportages van Philip Freriks, met het Tourjournaal, met de fraaie website, met columns en veel video- en geluidsopnames. Herbert Dijkstra en Maarten Ducrot deden het prima in de live-verslagen van de etappes. Gelukkig kreeg Maarten gelijk met zijn uitspraak dat je de Tour niet kan winnen zonder aanvallend te rijden. Naast de reguliere dagelijkse uitzendingen waren er als extra mooie televisiedocumentaires over Greg Lemond, Michael Boogaard, Jan Janssen, en Theo Bos. Een magnifiek einde op de laatste zondagmiddag met Mart Smeets, Philip Freriks en Jan Jansen en een mooie eindsprint op de Champs-Élysées.
Het is leuk dat er in de aankondiging van de televisieprogramma’s muziekjes worden gedraaid van de Rolling Stones en andere rockartiesten in tegenstelling tot de domme discodeuntjes van de concurrerende programma’s. Duveltje heeft geen televisietoestel, maar de NOS gebruikt op de site van Studio Sport het geweldige Silverlightprogramma. Dat Silverlight heeft me de hele toer niet één keer in de steek gelaten heeft. Zelfs in de volledige schermweergave is de kwaliteit nog redelijk. Daarnaast had ik het blad Wielerrevue gekocht, met prachtige foto’s van Cor Vos, en alle informatie over de favorieten en over de etappes. Ik was er net zo blij mee als vroeger met de Donald Duck.
Mart Smeets vond het zelf geen goede Tour, maar dat ben ik niet met hem eens. Al die rondes waar Armstrong zo sterk domineerde, waren die dan zo leuk? Maarten Ducrot vond de Tour van dit jaar wel leuk. “Het wordt weer menselijk”, zo zei Maarten. De doping verdwijnt en het niveau nivelleert en iedereen krijgt weer kansen om eerlijk te winnen. Hopelijk krijgt hij gelijk, maar wielrennen is en blijft een duivelse sport.

zondag, juli 27, 2008

Het is er! Babyboom - Het Vervolg

Afbeelding: De Anunciación van Beato Angélico, in het museum van het Prado in Madrid. De aartsengel Gabriël brengt de Heilige Maagd Maria het grote nieuws.

Gelukkig. We kunnen er weer tegenaan. Zou Caroline Tensen mijn tip voor een Nationale Voortplantingsdag nog hebben opgepikt?
Het kan natuurlijk beter met dat Babyboom. We willen graag nog véél meer weten over hoe andere mensen zich voortplanten. We willen eigenlijk ook graag zien hoe ze het doen, dus liefst een kijkje in de slaapkamer.
Wat te denken van een paar verborgen camera's, zodat heel Nederland kan mee gluren? Wat doen ze goed? Wat doen ze fout? Misschien moeten ze wat doping gebruiken? Wat alcohol om los te komen? Pluspunten voor de creatieve standjes, minpunten voor gebrek aan fantasie. Zijn er stellen die toch misschien stiekem voorbehoedsmiddelen gebruiken? Het is niet ondenkbaar dat er inmiddels mensen zijn die zo gewend zijn aan het gebruik van condooms als middel tegen SOA’s dat ze niet vermoeden dat het de bevruchting bemoeilijkt.
Die Tensen moet weg, want die heeft twee kinderen. Het programma moet gepresenteerd worden door iemand die zelf óók gaat proberen om kinderen te krijgen, vanuit dezelfde underdogpositie als die 100 stellen.
De tussenstand na de vorige Babyboom: 55 stellen hebben inmiddels een kindje, 8 stellen zijn nog zwanger (sic! in de serie wordt niet de vrouw zwanger, maar het stel). Er zijn 26 meisjes en 29 jongetjes geboren. De resultaten komen volgens gynaecoloog Bob Boom, die meewerkt aan het NCRV-programma, overeen met het landelijk gemiddelde. Dat lijkt me op zo’n kleine steekproef wel erg toevallig en ik vraag me daarom af of Onze Lieve Heer misschien niet ook een duit in het zakje doet door af en toe bij te dragen met een kleine onbevlekte ontvangenis.

donderdag, juli 24, 2008

North Sea Jazz 2008 – IV- Bernie Wallace, Disorder at the Border & Buddy Guy

Foto: Buddy Guy, van de zotte.

Dit is het laatste stukje over het North Sea Jazz festival. Een beetje verlaat wegens omstandigheden en lang nadenken over wat ik zou gaan schrijven.

Het percussiegeweld van Youssou N’Dour ontvlucht zochten we onderdak bij Bennie Wallace met zijn Disorder at the Border. Wallace speelt sublieme bop & swing, de kenners noemen het post-bop.

Disorder at the Border is een project dat door tenorsaxofonist Wallace werd opgezet om het repertoire van saxofonist Coleman Hawkins te coveren. De bezetting waarmee Wallace op het North Sea Jazz festival optrad was excellent. Vooral trompettist Mike Rodriguez speelde briljante partijen, net als Wallace zelf, die er echt zin in had en een uitstekende set blies.

Buddy Guy is inmiddels al bijna 72 jaar oud, maar ondanks die hoge leeftijd komt hij op het podium bijzonder energiek over. Ook zijn gitaarspel heeft er niet onder geleden want zijn vingers dansen nog snel en behendig over de hals van zijn witte Fendergitaar heen. Humor speelt een belangrijke rol in de show van Buddy Guy. Alle kunstjes en trucs passeren de revue. Buddy speelt gitaar met zijn tanden, met zijn buik. Hij haalt de gitaar over zijn hoofd heen en legt hem in zijn nek. Een tijd lang ligt de gitaar op een luidsprekerbox met een handdoek om haar nek, terwijl Buddy tegen haar praat, alsof het een boxer betreft die tussen de ronden uitrust en wordt toegesproken door de coach.

De gitarist maakt een tocht door de zaal heen, afgeschermd door beveiligingsmensen en wandelt zelfs de zaal uit in de richting van de eettentjes. De hele tocht is op het grote videoscherm in de zaal te volgen. Alles bij elkaar duurt de wandeling een kleine tien minuten. Het publiek vindt het prachtig.
De andere muzikanten van de band spelen het hele optreden nogal slaafs mee. Er wordt door de bassist en de slaggitarist niet gelachen, geen glimlach zelfs en er wordt niet naar elkaar gekeken. Alleen de keyboardman krijgt de kans om in een komische duelsolo zijn kunsten te vertonen. Verder treedt alleen de meester zelf op de voorgrond. Die lacht wel telkens breeduit, maar het is allemaal net een beetje te humoristisch. Met deze show zou Buddy ook in het circus terecht kunnen en dat is mij teveel van het goede. Blues is toch iets wat over weemoed en ellende gaat, over de verscheuring van het hart. Als dat teveel op de achtergrond raakt is de muziek niet meer geloofwaardig.

donderdag, juli 17, 2008

North Sea Jazz 2008 – III- Youssou N’Dour en Alicia Keys

Een van de meest geliefde attracties bij een bezoek aan de Bijenkorf vroeger was een rode kast waar een aapjesorkest in stond. Moeder gooide er een kwartje in en dan begonnen de aapjes vrolijk heen en weer te schudden en klonk er een lekker muziekje. Toen ik vijf jaar oud was moest mijn moeder mij aan een arm wegsleuren van die mooie machine. Vijf jaar later liep ik er zonder omkijken langs. De band van Youssou N’Dour leek afgelopen zondagavond wel wat op dat apenorkestje. Een bandje met een bassist, een gitarist, een drummer, een keyboardman, een percussionist, dat stond te spelen alsof iemand ergens een kwartje in had gegooid.

Duveltje heeft zelf opgetreden en op podia muziek gemaakt. Het leven van een artiest gaat niet over rozen. Meestal moeten muzikanten uren reizen voordat ze op de plaats van het optreden arriveren. Daarna is het wachten, … soundchecken, ... weer wachten. Tochtige kleedkamers, mensen die aan je trekken, of juist van je af willen zijn. Ik vermoed dat de muzikanten van Youssou N’Dour moe waren. Het Afrikaanse gezelschap leek mat en ongeïnspireerd. Dezelfde avond moest de band ook nog eens op het Cactusfestival in België spelen. Tijdens het concert op het North Sea Festival schommelde het tempo vreselijk. Het geluid was niet best. Er was een overdaad aan rommelig getrommel op een te hoog volume. Vooral Assane Thiam drong met zijn Tamatrommeltje veel te veel op de voorgrond. Jammer. Youssou N’Dour is een artiest die zich hard maakt voor mensenrechten, voor gelijkheid en andere goede zaken. In Time Magazine werd hij in 2007 genoemd als een van de 100 meest invloedrijke artiesten ter wereld. Ik zou graag een stuk mooie muziek van zo’n held beluisteren, maar dat zat er afgelopen zondag niet in. Na het derde stuk percussielawaai sloeg ik op de vlucht.

Nog even over Alicia Keys. Om met Alicia mee te mogen zingen moest je bovenop de dagkaart van 75 euro nog eens 15 euro extra neertellen. Maar daar kreeg je ook wat voor.

Een deel van de tekst van het liedje No One:

Through the days and nights
I don’t worry cause
Everything’s gonna be alright
People keep talking
They can say what they like
But all I know is everything's gonna be alright

De fans zongen dit lied, ondanks de moeilijke tekst, uit volle borst mee en deden dit met een grote glimlach op het gezicht. Duveltje kan dus schrijven wat hij wil, maar voor Alicia blijft het toch led for old iron. Eén ding is zeker: het was een grote publiekstrekker en vooral dankzij Alicia zijn er in 2008 op het Noordzee Jazzfestival meer hamburgers, pannekoeken, en falafels verkocht dan ooit tevoren. Voor degenen die er niet bij waren schrijf ik hier nog op dat Alicia een gewone spijkerbroek droeg en een beetje te dik was.

dinsdag, juli 15, 2008

North Sea Jazz 2008 – II - De Britho's en Joe Jackelson

foto links: Gnarls Barkley, Danger Mouse en Cee-lo, The Odd Couple, De Britho's (Brian Burton en Thomas Callaway) foto rechts: Joe Jackson

Is het een veeg teken als je voor een duo tenminste vier gekke namen nodig hebt? Cee-Lo (1) en Danger Mouse (2) willen een beetje opvallen. Dat lukt The Odd Couple (3) aardig want ze hebben miljoenen downloads verkocht en het zelfs tot het Noordzee Jazzfestival gebracht. Maar Gnarls Barkley (4) voldoet niet aan de verwachtingen. Het is popmuziek op amateurniveau, die niet kan ontroeren op omdat de spontaniteit er al lang af is, waarschijnlijk vanwege het grote succes.
Zanger Cee-Lo was slecht bij stem en maakte zijn lange uithalen niet af, hij was niet toonvast en voor de helft goed zingen telt niet op het noordzeeniveau. Alles beneden Rotterdams Peil, zeg maar.

Hester Carvalho noemde in de NRC de songs ingenieuze muzikale bouwwerkjes. Wat mij betreft zijn het oninteressante muzikale bouwvalletjes en origineel is het ook niet. Moby maakt al tien jaar lang dit soort muziek in de hoek van techno-soul-hop-pop.

Het publiek liet zich de muziek niet zomaar door de strot douwen en een groot voordeel van North Sea Jazz is dat de toeschouwers meestal makkelijk van zaal kunnen wisselen. Vandaar dat veel mensen wegliepen en de Gnarls Barklies voor een half lege zaal speelden.

Bij Joe Jackson was de zaal tot de nok toe gevuld en het publiek bleef. Sinds zijn album Jumpin’ Jive uit 1981 wordt er een jazzstempel gezet op de muziek van Joe Jackson. Vandaar dat hij zonder moeite in het programma van het Noordzee Jazzfestival geplaatst kan worden. Zelf vond Joe blijkbaar dat hij er eigenlijk niet thuishoorde. “Hoewel ik geen jazz speel heeft het nummer dat we nu gaan spelen wel wat jazzdingetjes” zei hij op een gegeven moment.

Zelf ben ik nooit zo’n fan van Joe Jackson geweest. Ik vond "Is She Really Going Out with Him?" (1978) destijds een mooie song, maar daar hield het wel mee op. Sinds gisteren ben ik een fan van Joe Jackson. Hij was een van de muzikanten op het festival die authentiek durfden te zijn.

Een goede muzikant kan ook zonder hoog volume of lawaai uit de voeten. Goed gebruik makend van stilte en volumeverschillen wist Joe Jackson een prachtige spanning op te bouwen. Op de momenten waarop er meer kracht en volume nodig was miste ik wel andere instrumenten. Graham Maby is geen bassist die te lege ruimte kan compenseren en ook drummer Dave Houghton is geen virtuoos muzikant. Maar Joe voelt zich met deze oude maten blijkbaar het meest op zijn gemak en ook dàt gevoel weet hij op het publiek over te dragen.

Hoe dom is het publiek? Waarom moet een artiest origineel zijn als de concertgangers alles als zoete koek slikken? Zo riepen Alicia Keys en Buddy Guy gisteren allebei opnieuw “come on, clap your hands”, “sing along with us”, “say hey” en zong het publiek braaf mee, en riep het “hey” en klapte het in haar handen en gilde en joelde het bij het obligate “Thank you, Rotterdam”en Thank you North Sea Jazz”. Dankzij de antirookcampagne zijn de aanstekers bij de langzame nummers nu verdwenen. Daarvoor in de plaats gekomen zijn de digitale cameraatjes en mobieltjes die de mensen boven hun hoofd houden.

Joe Jackson doet gelukkig niet mee aan dat populaire gedoe. Hij doorbreekt het juist door net even iets anders te spelen of te zingen. Tijdens het laatste nummer kon je een speld horen vallen. Iets wat bij andere artiesten vaak onmogelijk is omdat het publiek zo graag mee wil doen. Terwijl bij alle bands de zanger(es) aan het einde van een optreden het eerst van het podium verdwijnt is dat bij Joe Jackson juist andersom. Dat soort dingen maakt hem sympathiek. Joe Jackson heeft aan zijn eenvoudige naam genoeg. Mijn vrouw was helemaal weg van Joe, maar ze is niet zo goed met namen en heeft het sinds zondag steeds over die geweldige Joe Jackelson.



maandag, juli 14, 2008

North Sea Jazz 2008 – I - Dweezil

foto: De Zappa's

Het was al een tijdje geleden dat Duveltje het Noordzee Jazz Festival mocht bijwonen. Het Noordzee Jazz Festival is geen jazzfestival, maar niet alle genodigden zijn daarvan op de hoogte. Joe Jackson merkte tijdens zijn optreden op dat hij zich afvroeg zich af wat voor muziek hij op een jazzfestival moest spelen. Ook Dweezil Zappa vertelde het publiek dat zijn bandje eigenlijk geen jazz speelt. Net als Joe Jackson zei de gitarist ergens tijdens het optreden zoiets als “maar dit volgende nummer is wel een beetje in die richting”.

Op het North Sea Jazz festival is een ratjetoe van muziekstijlen te horen. Dat is mooi, want zo krijg je een heleboel verschillende soorten publiek en musici bij elkaar, die gewild of ongewild kennis maken met verschillende soorten muziek.

Bij elkaar lukte het ons om te kijken en te luisteren naar Dweezil Zappa, Joe Jackson, Alicia Keys, Grupo Fantasma, Youssou N’Dour, Bennie Wallace, Buddy Guy, en Gnarls Barkely. Dat is teveel voor een blogje.

Daarom beginnen we maar met Dweezil (the weasel?). Zappa plays Zappa heet de show van Frank Zappa’s zoon. Opportunistisch, natuurlijk. Nee, ik verwijt Dweezil niet dat hij Frank naspeelt, integendeel. Wat kan je eigenlijk beter doen dan de muziek van je beroemde vader ten gehore brengen? Dweezil bokst altijd op tegen dat enorme genie van zijn vader. Iedereen zoekt Frank in Dweezil, net als iedereen John in Julian (Lennon) zoekt. Dan kan je maar beter de koe bij de horens vatten en je vader’s werk gaan vertolken. Dat is de snelste manier om succesvol te zijn, om de pers te halen, om fans te werven, om je schaapjes op het droge te krijgen. Blijkbaar lukt dat goed want Dweezil speelt al twee jaar lang dit repertoire in deze bezetting.

De eerste drie nummers zoemden de roadies als vliegen om de muzikanten heen. De bandleden leken meer bezig met de geluidstechnici dan met hun publiek. Duimpje omhoog, duimpje omlaag, lelijke bek trekken, glimlachje en vingertje naar een medemuzikant en dan weer naar de monitor. Voor het eerst hoorde ik in de Ahoy een perfect zaalgeluid, maar op het podium was het blijkbaar niet in orde. Het meest fantastische van dit festival is de mogelijkheid om zoveel hele goede muzikanten live te kunnen beluisteren. De muzikanten van Zappa’s band zijn grandioos. Vooral Sheila Gonzales, Joe Travis, en Billy Hulting waren geweldig.
Naarmate het concert langer duurde werd Dweezil eigenlijk steeds sympathieker. Hij speelt veel “gewoner” gitaar dan Frank, maar kiest toch voor hetzelfde wah-wah-geluid en dat is ook al weer een voorbeeld van opportunisme. Zelf trad hij weinig op de voorgrond, hetgeen ook niet nodig was met zo’n stel geweldige muzikanten achter zich. Dat veranderde echter in de laatste nummers. Plotseling moesten de spotlights op hem gericht zijn en volgden er in de twee laatste songs ellenlange vervelende gitaarsoli. Het volume van het zaalgeluid was inmiddels zo opgevoerd dat er alleen maar een hoop lawaai te horen was. Zonde van dat eind. Anders was het een uitstekend concert geweest.

dinsdag, juli 08, 2008

Antihelden deel II - Frederik Vuursteen

Afbeelding: Fred Flintstone was net als Prins Frederik Hendrik een echte family-man.

Nog steeds ken ik de melodie van de televisieserie The Flintstones uit mijn hoofd. Fred was goed voor vele gezellige huiskamermomenten. Op de bank naast de gashaard, zo zaten we rond zeven uur ’s avonds aan de buis gekluisterd. Mijn zusje en ik zongen mee, zonder de Engelse tekst te kennen, de klanken nabootsend en we gilden “Yabadabadoo”, en “Wi-i-i-i-i-i-i-i-lma!!”.

The Flintstones zijn eigenlijk een doorsnee Noord-Amerikaanse workingclass family. Ze wonen in het stadje Bedrock en Fred werkt als een kraanbestuurder in een plaatselijke steengroeve. Hij besteedt zijn vrije tijd met bowlen. De antiheld gaat iedere aflevering op zoek naar avontuur. Dat brengt hem altijd in de problemen, maar aan het eind van de episode loopt het goed af. Zijn vrouw Wilma is huisvrouw, maar dat geeft haar geen ondergeschikte positie. Ik heb tenminste niet het idee dat ze tegenover Fred het onderspit moest delven.

De Flintstones hebben maar één kind, het dochtertje Pebbles. Daarnaast hebben ze een huisdier, de mini-dinosaurus Dino. Hun buren, de Rubbles, zijn heel sympathiek, en zijn net een beetje rustiger dan de Flintstones. De Rubbles hebben een zoontje, dat Bam-Bam heet.

Een kleine karakteranalyse van deze antiheld: Eigenlijk heeft Fred Flintstone wel wat gemeen met heer Ollie B. Bommel. Net als Ollie is hij een goedmoedige, gezellige dikzak. Hij is vriendelijk en heeft met iedereen het beste voor, maar hij is ook wat ijdel en is er van overtuigd dat er verborgen krachten in hem schuil gaan. Fred poogt om, als de kans hem wordt geboden, net iets boven zichzelf en zijn omgeving uit te stijgen. Daarbij gaat er altijd iets mis, waardoor hij weer met beide benen op de grond wordt gezet. Als er bijvoorbeeld een prijsvraag wordt uitgeschreven, dan zal Fred zich vast en zeker opgeven met het idee dat hij de gedoodverfde winnaar is. Wij als toeschouwer weten dat Fred waarschijnlijk niet zonder kleerscheuren uit het avontuur te voorschijn zal komen. Barney speelt net als Tom Poes de rol van de voorzichtige, nieuwsgierige helper, die onze antiheld voor al te grote rampen behoedt.

In Spanje heet Fred Flintstone natuurlijk geen Fred Flintstone. Geen enkele Engelstalige televisieserie ontkomt aan de Spaanse nasynchronisatie-maffia (zie ook mijn stukje Telebasura). Fred Flintstone (in het Nederlands Frederik Vuursteen) heet in Spanje Pedro Picapiedras (in het Nederlands Piet Steenhouwer). Barney Rubbles heet Pablo Mármol.
Het kan niet anders of de Spaanse kinderen hebben de Bedrockcultuur gezien als een onderdeel van het Spaanse erfgoed. Ze hebben zich afgevraagd waar hun ouders gingen bowlen, waar ze echte Spaanse cheerleaders zouden kunnen bewonderen, en waarom de Flintstones hele andere dingen aten voor het ontbijt dan de meeste Spanjaarden.



zondag, juli 06, 2008

Slecht mikken

Afbeelding: Frederik Hendrik (1584-1647) was net als Fred Flintstone een echte family-man. Schilderij van Gerard van Honthorst uit 1647.

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 17: “Slecht mikken”.

Frederik Hendrik van Oranje-Nassau was het enige kind uit het huwelijk tussen de Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, en Louise de Coligny. Hij was een zeer bekwaam veldheer en vanaf 1625 veroverde hij de ene stad na de andere op de Spanjaarden. Vanwege die succesvolle veroveringen kreeg hij de bijnaam "Stedendwinger". Hij had echter nog een andere bijnaam.

In 1629 sloeg Frederik Hendrik zijn beleg om Den Bosch. Hij nam tijdens het beleg zijn intrek in het kasteel Maurik in Vught, vlak onder Den Bosch gelegen. De verdedigers van de belegerde stad vuurden schoten af, waarvan volgens de schepen van Voorne enkele tijdens een maaltijd van de Prins over diens eettafel vlogen, "soodat de spyse werden bedorven". Hadden ze iets lager gemikt, dan was het beleg van Den Bosch misschien heel anders afgelopen.

Frederik nam echter wraak. Hij liet zijn rijke dis voor wat het was en stond meteen op van tafel. Vervolgens snelde hij naar het dichtstbijzijnde kanon richtte dit op de vijand en vuurde dit eigenhandig met een vuursteen af, waarbij hij een Spaanse banier in twee stukken schoot. Dit bezorgde hem de bijnaam "Frederik Vuursteen", oftewel Fred Flintstone. Waarschijnlijk is het toeval dat de makers van de cartoon The Flintstones ongeveer driehonderddertig jaar later dezelfde naam kozen voor hun hoofdrolspeler.


zaterdag, juni 28, 2008

Antihelden deel I – Maxwell Smart



In mijn jeugd kwam ik veel antihelden tegen. Ik was dol op antihelden en eigenlijk ben ik dat nog steeds. Waarom waren er zoveel van die antihelden in de jaren vijftig en zestig? Was dat om de Koude Oorlogssfeer te relativeren? Waarom identificeer ik mij met veel van die antihelden, meer dan met helden?
De antiheld komt voor in boeken, strips, films en televisieseries. Terwijl ik opgroeide ontmoette ik Donald Duck, Swiebertje, Lambiek, Ollie B. Bommel en Guust Flater. In de Amerikaanse televisieseries en films speelden andere antihelden een hoofdrol, zoals Batman en de detective Phillip Marlowe.

Een van mijn meest favoriete antihelden was Maxwell Smart uit de komische serie Get Smart, die van 1965 tot 1969 door de Amerikaanse NBC werd gemaakt. Hij heeft een grote invloed op mijn leven gehad. Zo groot dat ik geen elektrische schuifdeur door kan gaan zonder aan Maxwell te denken.
Aan het begin van iedere episode loopt geheim agent Maxwell Smart (gespeeld door acteur Don Adams) altijd door een vijftal grote luid galmende klap- en schuifdeuren heen om het gebouw van zijn spionagedienst binnen te gaan. Aan het einde van elke aflevering loopt hij het gebouw weer uit en blijft dan met zijn neus tussen de laatste deuren steken. Maxwells codenaam is Agent 86 en hij wordt in zijn avonturen bijgestaan door de charmante Agent 99 (gespeeld door Barbara Feldon). Maxwell werkt voor een spionage-organisatie van de Verenigde Staten, genaamd CONTROL. De vijandelijke organisatie heet KAOS en is de grote vijand van de Amerikanen. CONTROL is een karikatuur van de CIA en KAOS is een komische variant van de Russische KGB.
Op YouTube is gelukkig nog veel Maxwell Smart terug te vinden. Tip: YouTube-fimpjes kun je downloaden en opslaan via http://www.videodl.org/ en afspelen via de FLV-player. (http://www.martijndevisser.com/blog/flv-player/).

woensdag, juni 25, 2008

De Barbeknoei - deel II

foto: Na een barbecue lukte het dikke Spanjaarden, zoals deze, nauwelijks nog om met een ladder een stadsmuur te beklimmen.


In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 16: “De Barbeknoei”.

In mijn vorige blogje maakte ik mijn afkeer van de barbeknoei kenbaar. Maar aan wie hebben we die barbeknoei-ellende eigenlijk te danken? Jawel, … aan een Spanjaard! Het was Hernando de Soto, een Spanjaard uit de Extremadura, die in 1537 op de kust van het Amerikaanse Florida landde en daar ontdekte hoe indianen hun vlees roosterden op een rooster, een zogenaamde barbacoa. In het Engels werd dat woord verbasterd tot barbecue.

De Spanjaarden namen het idee van de barbacoa terug naar het Europese vasteland en introduceerden het in onze Lage Landen, waar het echter toentertijd bij de Nederlanders niet echt aansloeg. Niemand die het in zijn hoofd haalde om die stomme Spanjaarden te gaan na-apen.

De Tachtigjarige Oorlog was een belegeringsoorlog. De steden waren belangrijke machtscentra en beide partijen, zowel de troepen van Oranje, als de troepen van de Spanjaarden probeerden de steden te veroveren en te heroveren. Dit kon maanden, in sommige gevallen zelfs meer dan een jaar duren. Terwijl de Spanjaarden de steden belegerden stroopten ze het platteland er omheen af, op zoek naar eten. Pluimvee, koeien en varkens werden geroofd en vonden hun weg naar de Spaanse barbacoas. Door al dat eten werden de Spanjaarden natuurlijk een stuk trager. Dit was één van de redenen dat de oorlog zo lang duurde en uiteindelijk één van de tachtig redenen waarom de Spanjaarden het onderspit moesten delven.

dinsdag, juni 24, 2008

De Barbeknoei - deel I

foto: De barbecue, ...gezellig!

Io sono al terzo cerchio, de la piova
etterna, maladetta, fredda e greve;
regola e qualità mai non l' è nova.
Grandine grossa, acqua tinta e neve
per l'aere tenebroso si riversa;
pute la terra che questo riceve.

(uit Dante's Inferno, Canto VI)

“Kom je ook?“, werd mij gisteren weer gevraagd. “We gaan gezellig barbecueën”. Gelukkig ging het in dit geval om een aangekondigde barbecue. In dat geval kan ik nog op tijd roepen dat ik al een uitnodiging heb of een andere smoes verzinnen. Ik heb ook vrienden en kennissen die houden van een verrassing en die mij “te eten” uitnodigen om vervolgens mijn avond te vergallen met een paar uur stank en lawaai.

Er zijn een paar dingen in het leven waar ik een verschrikkelijke hekel aan heb. En één daarvan is de barbecue. In de volksmond is het woord al een tijdlang treffend verbasterd tot barbeknoei.

Als ik ergens te eten wordt uitgenodigd dan wil ik graag plaatsnemen op een comfortable stoel, aan een stevige tafel waarbij iemand mij het eten en de drank voorzet. Ik heb een hekel aan gelegenheden waarbij ik in een rij moet staan en langs een tafel moet schuiven om zelf dingen op te scheppen, maakt niet uit wat er op die tafel staat.
Het is ècht waar. Ik heb liever een goed geserveerd gebakken ei, dan dat ik Belugakaviaar van een buffet-libre-schaal moet gaan scheppen. De barbecue-party gaat uit van het idee “gezellig”. Bij voorbaat is hij al gezellig, zo’n barbecue, of het nu regent en waait of dat het te koud of snikheet is, of hij in een tuintje in een volksbuurt wordt georganiseerd, of in een tuin van een villa, op een platje of op een erf, of je nu alle feestgangers kent of geen enkele, onthoud dit: een barbecue is altijd gezellig.

Ik houd van goed en gezond eten maar ik heb nog nooit een barbecue meegemaakt waarbij het eten goed en gezond was. De organisatoren vinden dat het allemaal niet te duur mag zijn en bovendien is het feest zóóó gezellig dat het eigenlijk ook niet meer uitmaakt wat de gasten eten. Daarom wordt er goedkoop kip en varkensvlees bij een kiloslager ingekocht. Groenten kan je niet boven houtskool roosteren, hoewel een enkeling wel eens probeert om verbrande wortels aan te bieden. Het bijgerecht bestaat meestal uit een of meerdere salades, vaak met meer mayonaise dan groenten. Die slaatjes zien eruit alsof ze drie dagen geleden in de ijskast zijn gezet en acht uur voor het ontsteken van het heilige barbecuevuur er weer uit zijn gehaald.
Mensen die barbecues organiseren drinken veelal bier. Als er wijn wordt geschonken dan komt die bijna altijd direct uit een brickverpakking van de supermarkt. Voor het bier ontbreekt meestal de koeling. Tegenwoordig is een tap in de mode, maar dat bier komt ook zelden koud uit het vat.

Tegen de tijd dat de het roosteren moet beginnen dient zich vaak een Jolige Jan aan, meestal een beetje aangeschoten, die beweert dat hij vakkundig is en het klusje wel even zal klaren. Een goed houtskoolvuur brandt al uren voordat erop gebraden wordt, maar bij een barbeknoei wordt er steevast door de Jolige Jan geïmproviseerd met aanstekers, spiritus, aanmaakblokjes, soms met hele nare gevolgen.

Een uur later weet een van de aanwezigen het vuur aan de praat te krijgen en niet lang daarna slaat je een vieze rookwalm in het gezicht. Een akelige stank van houtskool, vermengd met die van verbrand vet en vlees.

Omdat de kok graag ook mee wil doen aan het feest let hij niet goed op de barbecue. Het vlees is daarom ongaar, of verbrand, of allebei. Geen nood, er zijn altijd nog die smerige sauzen uit plastic flessen. Ketchup, mayonaise, mosterd, barbecuesaus en satésaus. En niet te vergeten de Hot Chili, waar de echte liefhebbers zo gek op zijn.

Wordt het eerste vlees eindelijk geserveerd dan is iedereen ondertussen al helemaal sacherijnig van de honger. Er vormt zich een rij met zacht duwende klagers die allen zo snel mogelijk een halfgare kippepoot of een verbrande karbonade willen bemachtigen. Heb je eindelijk een smakeloos stuk vlees en een paar stukjes zemig stokbrood op je plastic bord liggen dan moet je zien dat je, met in de ene hand het bord en in de andere een glas lauw bier of hoofdpijnwijn, ergens een zitplaats weet te bemachtigen.

Het ontbreekt steevast aan fatsoenlijke zitplaatsen. De kunst is om, zonder dat je papieren servetten wegwaaien, balancerend op een gammele tuinstoel, de rand van een houten tuinbank of een omgekeerde emmer het verbrande voedsel zo gauw mogelijk weg te stouwen. Het is echter zó gezellig dat je, ondanks de harde muziek en je mond vol verbrand en ongaar vlees, moet proberen een fijne conversatie op te bouwen met de andere feestgangers.
Als u een hekel aan mij heeft kunt u mij alsnog uitnodigen voor uw barbecue, maar let wel! De kans is groot dat ik u in het hiernamaals een plek in de derde kring van het inferno toewijs. Daar plaatste mijn vriend Dante de vraatzuchtigen. Het regent, sneeuwt, waait en hagelt er voortdurend en de vraatzuchtigen liggen tollend van ellende in een stinkende modder, bewaakt door Cerberus.

dinsdag, juni 17, 2008

Vivere per mangiare

Foto: lege schappen in de Spaanse supermarkten. Die op de foto is niet mijn vrouw.

"Vivere per mangiare, mangiare per vivere", riep een Italiaanse kok mij eens toe vanuit de keuken. Leven om te eten, eten om te leven. Ik weet of het gezegde oorspronkelijk uit Italië komt, maar in Spanje is het dezer dagen toepasselijk.

Als protest tegen de moeilijke omstandigheden in de transportsector gingen de Spaanse transporteurs en vrachtwagenchauffeurs vorige week over tot stakingen en blokkades.
Net als in Nederland heeft dit veel te maken met de stijging van de brandstofprijzen, maar er zijn ook andere oorzaken. De voorzitter van de bedrijfsvereniging Fenadismer, Julio Villaescusa zei: "la zorra está dentro de la casa". De letterlijke vertaling is “De vrouwelijke vos zit in het huis”, maar zorra is ook het synoniem voor slet, of een verraderlijke vrouw. Geen fraaie vergelijking. Hij gebruikte deze om aan te geven dat de transportprijzen vaak worden opgedreven door tussenhandelaren.

Het was verschrikkelijk, zo vertelde mijn vrouw. Er stonden nog maar drie pakken appelsap op het schap bij de frisdranken. Er was een week lang geen verse vis meer te krijgen. Zelfs op de kleine plaatselijke markt waar lokaal nog wel eens wat wordt aangevoerd waren de marktplaatsen gesloten.
Ik raakte in paniek en ben als een gek blikken groenten gaan inkopen, vertelde ze. Waardoor ze bij de kassa plotseling 100 euro kwijt was, want blikgroenten zijn in Spanje ook duur geworden.

Inmiddels staken de vrachtwagenchauffeurs in Spanje niet meer. Ze kregen door hun actie de publieke opinie tegen zich. Wat bedoeld was als een felle actie, vooral tegen de accijnzen op de diesel, werd een actie tegen de Spaanse bevolking. Die was verontwaardigd dat ze in haar voornaamste reden van bestaan, namelijk Het Eten, werd gedwarsboomd.

Volgens de Spaanse krant El Mundo leden de Spaanse supermarkten 130 miljoen euro schade,. De transporteurs en vrachtwagenchauffeurs zijn nu aan het nadenken over alternatieve manieren van actievoeren. Dat zal wel niet meevallen, want Spanjaarden kunnen niet zo goed nadenken als ze niet goed gegeten hebben.

vrijdag, juni 13, 2008

Liegen dat het geblogd staat

pictogram "zwijgen" (gratis te downloaden bij Sclera)

De Europese Commissie wil dat bloggers verplicht hun identiteit bekend maken. Het Spaanse socialistische Europarlementslid María Badía vindt dat er door al die blogs sprake is van een overschot aan informatie, hetgeen vervuiling van het internet zou betekenen. Het oorspronkelijke voorstel komt trouwens van Marianne Mikko, een socialistische gedeputeerde die namens Estland in het Europarlement zit.

Afgelopen 3 juni werd door de Europese Cultuurcommissie een resolutie goedgekeurd die een “vrijwillig etiket” voorstelt dat de identiteit van de auteur, zijn politieke en sociale richting en zijn verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij moet aangeven. Het ontbreekt er nog maar aan dat de blogger een webcam in zijn huis moet ophangen om te laten zien hoe netjes hij het houdt.

Volgens Technorati, een zoekmachine en blogpromotie-site komen er elke dag 120.000 blogs bij. Dat zijn natuurlijk niet allemaal van die geweldige blogs als dat van Duveltje. Er zitten blogs bij van bijvoorbeeld schoolkinderen die verplicht voor hun taalvakken een blog moeten maken. Er zitten spamblogs bij en blogs van mensen die nooit meer zullen schrijven dan één artikel. Er zitten blogs bij van nazi’s en blogs van mensen die meer van katten houden dan van hun medemensen.

Het is natuurlijk zo dat er een hoop nonsens wordt geblogd, maar er wordt net zoveel nonsens gepubliceerd in forums, in commerciële websites, op homepages en op de bekende web 2.0 sites, zoals YouTube, MySpace, of Hyves.

In een door het Europees Parlement opgestelde richtlijn met betrekking tot e-commerce (200/31/CE) staat dat alle burgers en ondernemingen vrij toegang moeten hebben tot diensten van aanbieders. Het voorstel om verplicht een identiteit aan een blog te koppelen zou volgens insiders in strijd zijn met deze norm.

De ware oorzaak van ligt natuurlijk in het feit dat het Europees parlement zelf een hoop flauwekul verspreidt, en dan nog wel in 23 verschillende talen. De blogs vormen directe concurrentie voor het geldverspillende Eurogebeuren. De burgers worden te mondig en dat zit de parlementariërs al een tijdje lang niet lekker. Iedereen schrijft er maar op los.

Ik vraag me af wat er dan vervolgens zou moeten gebeuren met degenen die reageren op een blogartikel. Moeten die dan ook hun identiteit onthullen? Ik vermoed van wel. Hoe zit het met al die spammers die reclame voor goksites proberen te maken door “reacties“ in mijn blog te douwen? Moeten die hun paspoort laten zien? Het is opvallend dat na 15-20 jaar internet nog steeds mensen zijn die van de virtuele identiteit afwillen en dan nog wel binnen het Europees Parlement. Misschien moeten ze eerst onze klokkenluiders maar eens een goede wettelijke bescherming gaan geven, voordat we ons dit soort enge repressieve maatregelen vanuit het Europese Brussel laten opleggen.

Overigens kunt u er zeker van zijn dat alles wat in Duveltje’s blog staat de zuivere waarheid is. Van voor tot achter.

woensdag, juni 11, 2008

Ode aan de Utrechtse,..

afbeelding: De Domtoren. In Utrecht weten ze hem overeind te houden.

Wilt u ook een blog beginnen? Laat u niet afschrikken, want iedereen kan schrijven. Het is net als met muziek maken. In het begin maak je de ene fout na de andere, maar oefening baart zeker kunst en hoe meer u schrijft des te beter het wordt.

Dat neemt niet weg dat mijn blog zijn grote kwaliteit voor een groot deel te danken heeft aan de hulp van de Utrechtse. Ze verbetert, redigeert, geeft aanbevelingen daar waar nodig. Ze is vervolmakend. Ze zet de puntjes op mijn ies, de spijker slaat ze meest op de kop, en elke slordigheid wordt onmiddelijk afgestraft. Zo kon mijn laatste stukje (Bedriegen) geen goedkeuring vinden. Genadeloos haalde ze uit met de moker. Het hangt als los zand aan elkaar, zo sprak ze streng en ze heeft gelijk. Ik geef het toe: ik had niet mijn best gedaan. Maar dat krijg je dan, als je zo’n blog hebt. Ik wilde mijn lezers coûte que coûte vasthouden en toen schreef ik maar wat uit de losse pols.

Daarnaast is ze ook nog zinnelijk, opwindend en prikkelend, deze Utrechtse. Niet iedereen heeft een Utrechtse, speels en kruidig, eentje die spreekt tot de verbeelding. Zo eentje die zo tot je verbeelding spreekt dat je van haar gaat dromen, met name van haar lange wimpers, …

Mijn vrienden vragen zich af. Wie is toch die Utrechtse waarmee Duveltje tegenwoordig op zonnige zondagmiddagen door de tuinen van Slot Zeist en Kröller-Müller dwaalt? Tja, ze zijn jaloers, natuurlijk, begrijpelijk. Want niet iedereen heeft een Utrechtse.

dinsdag, mei 13, 2008

Bedriegen

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 15: “Bedriegen”.
Op de foto: De hertog van Alva, wiens bedriegelijkheid uit zijn gelaatstrekken kan worden afgelezen.

Coslada is een voorstad van Madrid. Deze week werden er 11 politieagenten gevangen gezet op verdenking van maffia-activiteiten, waaronder het laten verdwijnen van een deel van een grote som geld afkomstig uit een bankoverval. Daarnaast zijn er nog zo’n negen andere aanklachten, onder meer wegens afpersing, prostitutie, handel in drugs en witwassen van geld. Een gepensioneerde agent van de Guardia Civil verklaarde dat hij nog geprobeerd had om het gedrag van de agenten weer in goede banen te leiden, maar dat dit was mislukt.
De affaire kwamen aan het licht toen er een onderzoek werd gedaan naar criminele activiteiten van een groep Roemenen. Tijdens dat onderzoek bleek dat de Spaanse politie zelf een aardig steentje bijdroeg aan de maffiapraktijken van de Roemenen.
Er moet bij verteld worden dat ook in Spanje de politieagenten slecht verdienen. In Madrid verdient een politieagent gemiddeld 2100 euro bruto per maand. Daar gaat minder belasting vanaf dan in Nederland, maar de kosten van het levensonderhoud zijn inmiddels in Spanje zo gestegen dat de koopkracht van de Spaanse burger lager ligt dan die van de Nederlanders.

In 1567 stuurde koning Filips II de wrede Fernando Álvarez de Toledo naar Nederland . Deze edelman, beter bekend als de Hertog van Alva, besloot flink orde op zake te gaan stellen in de Lage Landen. Een van zijn eerste slachtoffers was de Graaf van Egmont, een brave vaderlandslievende man, met maar liefst elf bloedjes van kinderen. Deze Lamoraal van Egmont had de Spaanse koning Filips II altijd trouw gediend. Zijn grootste misdaad was zijn openlijke protest tegen de wrede Spaanse Inquisitie. De Graaf was overtuigd katholiek en is ook nooit van dat geloof geweken.
De Hertog van Alva nodigde de graaf uit voor een etentje op het kasteel van de graven van Kuilenberg, tegenwoordig Culemborg geheten, waar Lamoraal inderdaad te eten kreeg. Na de maaltijd werd hij echter onmiddellijk gearresteerd. Het is niet duidelijk of dat na het dessert was, of vlak na de koffie met Culemborgs gebak. Daarna werd de graaf onder begeleiding van 3000 soldaten naar Gent gebracht waar hij op het kasteel gevangen werd gezet. Uit dit aantal blijkt wel dat de Spanjaarden toen ook al wisten dat één Nederlander duizenden Spanjaarden te slim af kan zijn. Maar de Graaf van Egmont wist niet te ontsnappen. Samen met de graaf van Horne werd hij op 5 juni 1568 op de Grote Markt in Brusseld onthoofd.

Nog even: hoe schril is niet het contrast tussen de beelden van het heden en het verleden, tussen Alva en Carmen Chacón. Zapatero nam de Catalaanse Carmen Chacón op in zijn nieuwe kabinet als minister van defensie. De beelden waarop de zwangere minister de troepen inspecteert gingen de hele wereld rond.



maandag, mei 12, 2008

Dit is niet mijn Ding, van APE naar WAV

Dit is niet mijn Ding, weetjewel. Net als het niet mijn ding is om “niet mijn ding, weetjewel” te zeggen. Maar deze keer maak ik een uitzondering.

Computers zijn geen wasmachines, roep ik wel eens en daarmee bedoel ik te zeggen dat een computer nog steeds geen gebruiksvriendelijke machine is. Gaat u maar eens na hoeveel tijd u kwijt bent aan het installeren, verwijderen van programma’s, schoonmaken, virussen of spyware verwijderen en andere ellende.
Al tijden download ik muziek via Emule. Meestal lukt het me wel om die muziek op cd te zetten, maar toch kom ik af en toe nog voor verrassingen te staan. Zo bleken de complete fluitconcerten van Vivaldi gecomprimeerd te zijn in twee bestanden, een bestand met de extensie .ape, en een met de extensie .cue. Kenners beginnen nu al meesmuilend te lachen, maar ik zal de gebruiksaanwijzing hieronder even vermelden, dan bent u er hopelijk geen vier uur mee bezig, zoals ik afgelopen middag.

De .ape-bestanden zijn gemaakt met het programma Monkey’s Audio. Met dit programma kunt u wav bestanden comprimeren zonder kwaliteitsverlies. Maar u kunt ze niet via uw cd-speler afspelen.

Wilt u de bestanden kunnen afspelen op uw computer dan moet u het volgende doen:

Ten eerste opent u Windows Explorer, bijvoorbeeld door de map Deze Computer te openen (dus niet Internet Explorer). Uit het menu kiest u Extra, dan Mapopties, dan het tabje Bestandstypen. Vervolgens klikt u op de knop Nieuw, en voert u de extensie .ape in en klikt op de knop OK. Daarna gaat u naar het midden van hetzelfde venster en klikt op Wijzigen. Daar klikt u aan “het programma uit een lijst selecteren” en kiest u of Windows Media Player, of Winamp, of een ander programma dat u gebruikt voor het afspelen van muziek. Nu kunt u de bestanden afspelen.

Om ze op een cd te kunnen zetten doet u het volgende:

Als u één groot .ape bestand aantreft, dan heeft u het bijbehorende cue bestand nodig om het geheel in stukjes te knippen voor uw cd. Dit kunt u doen met het programma Medieval Cue Splitter.

Om de bestanden in wav of mp3formaat te converteren kunt u de Free MP3 WMA Converter van Koyotesoft gebruiken. Terwijl u het programma installeert kunt u beter alle opties om andere rotzooi te installeren unchecken.

Maak eerst een map aan waar u de wav-bestanden gaat neerzetten. Open daarna het programma Free MP3 WMA Converter en selecteer de .ape bestanden via het Bestandsmenu: File en dan Add Files. Kies de map waar u uw bestanden wil hebben in Output Path. Kies Output format wav en daarna Convert!. Uw ape bestanden worden nu keurig naar uw map geschreven.

Het gaat ook met Nero Burning Rom. U moet dan een plugin downloaden voor Nero Burning Rom.

Die vind u op http://www.bitburners.com/software/monkeys-audio-v10037/3822/

U installeert de plugin in C:\Program Files\Common Files\Nero\AudioPlugins.

Nu is het bestand met de extensie .ape een image van de muziek, het .cue bestand bevat in tekst de verschillende muziekstukken die in het .ape bestand zijn opgeslagen. Zet de bestanden samen in één folder (soms is er nòg een bestand aanwezig, meestal een help of logfile, maar daar hoeft u niets mee te doen.

Open het .cue bestand met Kladblok en verander de regel

FILE “ABC123.wav” WAV of FILE “ABC123.wav” WAVE

In FILE “ABC123.ape” MP3

Dit is in het geheel niet logisch, maar wel de enige manier om Nero te laten weten welke indeling er bestaat. Vervolgens opent u Nero Burning Rom, en kiest CD-ROM(ISO), Onderaan kiest u voor de knop Open en vervolgens selecteert u het .cue bestand . Daarna kiest u Burn, en daarna wordt uw cd gebrand.