zondag, september 28, 2008

Converteren van FLAC naar WAV

Afbeelding: George Taylor (Charlton Heston) kust Dr. Zira (Kim Hunter) in Planet of the Apes.

Het blijkt dat mijn blog veel bezocht wordt door domme apenkoppen die willen weten hoe ze verschillende soorten muziekbestanden kunnen converteren om ze vervolgens op een CD te branden. Ik heb hiermee een geheel nieuwe doelgroep aangeboord, die ik beter maar kan koesteren, want in educatief opzicht is ze zeker de moeite waard. Daarom: Welkom beste Apenkop! Wellicht dat ik u als muziekliefhebber er op deze manier toe kan verleiden om eens een van mijn andere blogjes te lezen.

In een vorig stukje getiteld Dit is niet mijn Ding, van APE naar WAV legde ik uit hoe je APE bestanden kunt decomprimeren en vervolgens kunt omzetten naar WAV bestanden. FLAC (Free Lossless Audio Codec) is een ander formaat dat door veel mensen wordt gebruikt om muziekbestanden mee te comprimeren. Je kunt het bestand op je computer met een gewone player afspelen, maar je kunt er geen audio-cd’s mee branden. FLAC bestanden kunnen gemakkelijk worden geconverteerd naar mp3 of naar wav format met de Free MP3 WMA converter van Koyote Soft. Dit programma is freeware en kunt je downloaden van de site van Koyote Soft. Deze site doet soms wat vervelend daarom kun je de software ook hier downloaden. Nu u al dit converteergeklets heeft doorgelezen vraag ik u vriendelijk om ook een van mijn andere blogjes door te spitten. Bij voorbaat dank voor de moeite,

Hoogachtend,

Uw Kleine Demoon

vrijdag, september 19, 2008

Veel Paralympiërs wisten van niets

foto: Dianyuan Wu (79) en Xiuying Wang (77), twee Chinese bejaarde vrouwen, moeten naar een werkkamp wegens het aanvragen van een vergunning voor een demonstratie tijdens de Olympische Spelen.

Let op! Gevoelige lezertjes kunnen dit stukje beter overslaan, want dit wordt een akelig blogje, een haatdragend, cynisch, vervelend stukje.

Gelukkig zijn de Paralympics nu ook voorbij. De Nederlandse atleten zijn vandaag ontvangen in Den Haag en kregen een lintje opgespeld. Bij die Paralympics heb ik het woord mensenrechten niet een keer horen vallen. Niet voor die Paralympische Spelen, niet tijdens, niet na afloop en vandaag tijdens die huldiging ook niet. Ik vraag daarom maar eens aan mijn buurvrouw wat ze daarvan denkt, want die heeft overal een mening over.
Ze zegt: “Het komt omdat gehandicapte mensen zielig zijn. Die mag je niet lastig vallen met mensenrechten".
“Dat is waar”, zeg ik, "en bovendien hebben gehandicapte mensen zelf ook al minder rechten dan andere mensen, omdat ze overal letterlijk en figuurlijk drempels tegenkomen. Dan moet je ze niet met de rechten van ándere mensen lastig vallen” .
“Daarnaast moet je niet vergeten”, vervolg ik, “dat er natuurlijk ook Paralympische sporters zijn die stom zijn, dus die kunnen sowieso niets zeggen over de mensenrechten in Peking. Dan zijn er de doven en de blinden en die weten waarschijnlijk helemaal niets af van die situatie in China”. “Goh”, zegt mijn buurvrouw, “daar had ik nog niet eens aan gedacht”.
“Ja, en dan komt het ergste nog”, roep ik, en ik kom nu echt lekker op dreef, “waarschijnlijk zitten er ook mensen bij die gehandicapt zijn, omdat ze gemarteld zijn. Die moet je natuurlijk al helemaal niet met mensenrechten gaan lastigvallen”. Nu besefte de buurvrouw dat ik misschien wel een mening over iets gaf. Ze raakte daardoor in verwarring en nam afscheid met de opmerking: “Daar ga ik even over nadenken”.

Dianyuan Wu (79) en Xiuying Wang (77), twee bejaarde Chinese vrouwen die herhaaldelijk een verzoek hadden ingediend om tijdens de Olympische Spelen te mogen demonstreren zijn voor een jaar naar een werkkamp gestuurd. Het ging niet om een demonstratie tegen de schending van de mensenrechten, maar om een protest tegen het slopen van hun huizen door de gemeente Beijing.

We hebben de atleten in China niet gehoord, noch de gehandicapten, noch de niet-zieligen. Ik hoop dat ik nog de dag mag meemaken dat iemand zegt: “het spijt me dat ik aan die Spelen van 2008 heb deelgenomen”. En misschien kan Balkenende die Chinese grootmoeders straks ook eens huldigen als ze uit het werkkamp komen.

zaterdag, september 13, 2008

Terugkeer van Superdepor?

foto: het strand van Riazor, in La Coruña, foto van Pedro Ferrer. Rechts, in het midden het stadion van Deportivo

La Coruña is een middelgrote stad, met 240.000 inwoners is het net iets kleiner dan bijvoorbeeld Utrecht. De stad is in het buitenland niet zo bekend, maar in de jaren negentig wist het voetbal La Coruña meer op de kaart te zetten. Veel voetballiefhebbers kennen sindsdien de naam van de plaatselijke voetbalclub. Real Club Deportivo de La Coruña, wordt in de volksmond kortweg Deportivo of Depor genoemd. Door de komst van enkele Braziliaanse spelers zoals Bebeto en Mauro Silva, en dankzij legendarische spelers als Francisco Javier González Pérez, voor de fans Fran, wist Deportivo, onder leiding van trainer Arsenio Iglesias uit te groeien tot een echte topclub.
De voetbalclub kreeg toen de bijnaam Superdepor. In 1999 werd Roy Makaay gecontracteerd en werd de vereniging kampioen van de Spaanse eredivisie. Deportivo ging Europees voetbal spelen en deed dat helemaal niet slecht. Maar in 2004 was het plotseling uit met het succes. Makaay verliet de club en ook andere veteranen, zoals Fran, Luque, en Mauro Silva vertrokken. Hun opvolgers, waaronder zijn Walter Pandiani en Diego Tristán, wisten de successen niet te evenaren.

Het belang van het voetbalsucces voor Galicië moet niet onderschat worden. Deportivo is voor Galicië op dezelfde manier belangrijk als het S.C. Heerenveen voor Friesland. Het laat zien dat de provincie meetelt, ook al loopt die op andere gebieden misschien ver achter.

Duveltje was er zelf bij toen Deportivo een paar weken geleden won van Atlético Madrid in de finale van de copa Teresa Herrera. Dat is het traditionele vriendschappelijke toernooi dat Deportivo organiseert voor dat de nieuwe competitieperiode begint. In het stadion hangt een ontspannen stemming. Bij Depor wandelt de hele familie, man vrouw kinderen oma’s en opa's ooms en tantes, het stadion binnen met tassen met broodjes en frisdrank en natuurlijk met paar grote zakken pipa’s, de zonnebloempitten, die de hele wedstrijd door worden gepeld en gegeten. Er wordt gewoonlijk niet gefouilleerd en alles gaat heel gemoedelijk. De vaste aanhang van Deportivo heet de Riazor Blues. Het is een van de weinige supportersclubs met een linkse politieke voorkeur en ze zorgen voor veel sfeer in het stadion.

Het stadion ligt vlak aan zee en na een overwinning van Deportivo zijn alle kroegen rondom het stadion en aan het waterfront blauwwit gekleurd en heerst er een fantastische sfeer. De verwachtingen voor deze wedstrijd waren niet al te hoog gespannen, de vorige wedstrijden van Deportivo in dit toernooi verdienden geen schoonheidsprijs. Duveltje had wel zin in een leuk potje en probeerde zijn Coruñese gezelschap voor de wedstrijd een beetje enthousiast te krijgen, met verhalen over vorige successen. Want Duveltje heeft hier samen met de Opzetzoon toch mooi Van Gaal zien en horen schreeuwen, Fernando Torres zien rennen, en Ronaldinho op doel zien schieten.

Deportivo – Atlético de Madrid werd uiteindelijk een mooie wedstrijd, vooral dankzij de drie doelpunten in de 1e helft. Sergio scoorde voor Depor uit een penalty, na een overtreding op de Depor-veteraan Valeron. In de 37e minuut schoot Sergio opnieuw de bal in het doel. Abreu van Atlético scoorde in de extra tijd van de eerste helft. Het werd 2-1 voor Deportivo, dat daarmee de beker voor de 9e achtereenvolgende keer wint. De tweede helft was wat minder, maar toen zat de stemming bij het publiek er al zo goed in, dat het allemaal niet meer uitmaakte. Deportivo had misschien wel een hart onder de riem nodig. Door de ondergang van Fadesa (zie mijn blogje van 1 september) raakte de club zijn hoofdsponsor kwijt. De spelers spelen nu zonder een sponsornaam op het shirt, iets wat toch uitzonderlijk is. Blijkbaar heeft de overwinning de club goed gedaan, want Deportivo won op 31 augustus met 2-1 van titelhouder Real Madrid. Op het ogenblik staat Deportivo 4e in de Spaanse competitie. Hopelijk wordt Depor dit jaar weer Superdepor en kunnen de Coruñezen hun neuzen weer eens trots rechtop in de frisse Atlantische zeewind steken.

woensdag, september 10, 2008

Le Petit Diable à Aix-la-Chapelle - 2

afbeelding: schilderij, voorstellende een Hollands interieur, Pieter de Bloot (1601, Rotterdam - 1658, Rotterdam), werk gestolen uit de verzameling van het museum Suermondt-Ludwig. Olieverf op eikenhout. Meegenomen naar Canada door een zekere Alice Siano, in dienst geweest van de Russische regering. In 1954 verkocht aan kunsthandelaar Victor Spark te New York.

Zondagochtendstond had in Aken goud in de mond. Dáár straalde de zon volop en Duveltje vroeg uit bed gevallen pakte snel zunne spullekes bij elkoar, werkte zich door het verplichte hotel-onbijtbuffet met vruchtensalade en zoete broodjes heen, de koffie was te drinken, en vertrok opnieuw naar het centrum van Aix-la-Chapelle, dorstig naar kunstzinnig vermaak.

Zo kwam het dat ik voor de tweede keer in drie weken als eerste bezoeker een museum betrad.
Beet ik drie weken geleden de spits af in het museum Soares dos Reis in Porto, afgelopen zondag was ik de eerste bezoeker in het museum Suermondt-Ludwig in Aix-la-Chapelle. De overeenkomsten zijn opvallend. De bezoekers zijn op een hand te tellen, ook in dit museum zijn de museumwachten in de meerderheid en net als in Porto is de merchandising slecht geregeld.
Ik kan de oude museumcatalogus kopen voor vijftig eurocent, maar ik kies tenslotte toch de nieuwe uit 1994 (!) voor 12,80 euro. Hun trotse aanwinst uit 2006, weliswaar in bruikleen, een portret van een jonge man door Rembrandt van Rijn, staat er dus niet in.

Ik vraag bij de ingang naar een plattegrond van het museum. Nee, een plattegrond hebben ze niet, maar beneden rechts vind ik de net geopende tijdelijke expositie en boven de vaste collectie. Ik begin met de expositie, Schattengalerie, Verlorene Gemälde des Suermondt-Ludwig-Museums. De volledige collectie van het museum werd in de jaren dertig van de vorige eeuw op de gevoelige plaat vastgelegd. 230 werken verdwenen tijdens en na de 2e Wereldoorlog uit de collectie van het museum. Voor deze tentoonstelling zijn ongeveer 80 foto’s van de verdwenen schilderijen uitvergroot tot de werkelijke dimensies van de originele werken. Onscherpe zwart-wit foto’s die op een zwarte achtergrond hangen. Werkelijk, nooit in mijn leven heb ik een triestere tentoonstelling gezien. Het is alsof je door een grafkelder loopt .

Bij de tentoonstelling publiceert het museum de volgende tekst:

Bei den Verlustgemälden handelt es sich in erster Linie um Werke, die - heute meist subsumiert unter dem Begriff "Beutekunst" – zum Schutz vor Bombardierungen in die Meißener Albrechtsburg ausgelagert worden waren, wo sie wahrscheinlich unmittelbar nach dem Krieg von so genannten "Trophäenbrigaden" beschlagnahmt und in die Sowjetunion verbracht wurden. Vermutlich auf mehrere der ehemaligen Sowjetrepubliken verteilt, fristen sie nunmehr ein Schattendasein in nicht öffentlich zugänglichen Depots.

Bij de verloren werken gaat het in de eerste plaats om werken, die – tegenwoordig meestal aangeduid met “Beutekunst” – als bescherming tegen de bombardementen in de Albrechtsburg in de stad Meissen waren opgeslagen , waar ze waarschijnlijk meteen na afloop van de oorlog door zogenaamde Trofeeënbrigades in beslag zijn genomen, en naar de voormalige Sovjet Unie zijn vervoerd. Vermoedelijk over meerdere vroegere Sovjetrepublieken verdeeld, leiden ze nu een schaduwbestaan in ontoegankelijke opslagruimten (vertaling van de hand van le Petit Diable).

De zwart-wit foto’s vertellen een droevig verhaal. De toeschouwer krijgt nauwelijks een indruk van hoe het eigenlijke werk eruit heeft gezien. De expositie is waarschijnlijk op deze naargeestige manier ingericht in een poging om druk te leggen op Rusland en andere Oostbloklanden om de schilderijen op te sporen en weer terug te geven (hetgeen in slechts een enkel geval gebeurd is).

De organisatoren hebben nogal pech. Na jarenlange voorbereiding en research opent de tentoonstelling net nu de spanning tussen Rusland en de Westelijke wereld weer oploopt. De Russen zullen op dit moment niet geneigd zijn om een onderpand dat miljoenen waard is uit handen te geven.

Heeft u belangstelling, dan kunt u ook de even sobere website van deze tentoonstelling Schattengalerie bekijken, daar zijn 206 afbeeldingen te zien. Meer achtergrondinformatie over de tentoonstelling vindt u op artnet.de .

Gelukkig vind ik op de eerste verdieping van het museum een mooie collectie van Nederlandse en Vlaamse schilders uit de late Middeleeuwen, Renaissance en Barok, waaronder Ruysdael, een enkele Frans Hals en het Portret van een jonge man door Rembrandt van Rijn. Verder is er een fraaie collectie religieuze kunst te zien, met vooral veel houten beelden.

Het is droevig dat de werken die niet verdwenen of gestolen zijn hier hangen en staan voor slechts deze enkele, eenzame, duivelse bezoeker die hier op zondagmorgen een voet naar binnen durft te zetten. Net als in de opslagplaatsen leiden deze schilderijen hier in dit dode museum even goed een schaduwbestaan.

dinsdag, september 09, 2008

Le Petit Diable à Aix-la-Chapelle

Foto: en profil, de troon van Karel de Grote in de Dom van Aken.

Was het Lucifer, of was het Gabriel, die mij opriep: "Luister zunne, duveltje, ’t wordt nou toch eens tijd, dadde gij afreist naar Aix-la-Chapelle, om daar God’s huis te bezichtigen en de domtoren te beklimmen". Ik zweer dat het Aix-la-Chapelle was zoals dat klonk, en niet Aachen, of Aken, zeker omdat voorwaar het in het Frans veel de beter en schoner klinkt.

Terstond verreisde ik daarom naar Aix-la-Chapelle, waar ik rap de toren van de Aacherdom beklom, waarvoor ik God 2 euro moest betalen, nadat ik hem ook al 2 euro had betaald om in de benedenkerk mijn fototoestel te mogen gebruiken. Maar blijkbaar vond Onze Vader het toch wat te gortig dat Duveltje zo snel tot bovenaan de Dom was gekomen, want het begon er zowaar meteen fors te waaien en pijpenstelen te regenen. Ik maakte er wat plaatjes van en schoot toen snel naar beneden. Om de drie meter stond in die kerk een godsvruchtige Duitse vrijwilliger, met een plakkaatje om zijne nek, om aan te duiden dat het hier eentje in dienst van God betrof, om tegen de mensjes te zeggen dat ze nergens aan mochten komen, want die Dom is zó oud, die valt bijkans uit elkaar.

Onderweg stond ergens zo ene stijve Duitser stijf te wezen, naast wat stukken steen, waar over aan de achterkant een versleten roze kleedje hing. Ik vroeg deze oude gesteven vrijwilliger of het hier ook een altaar betrof, en hij keek mij minachtend aan en zei toen: "Dass hier, das ist der Thron von Karl der Grosse".
Maar ik had dat toch onmogelijk kunnen weten, want er stond geen bordje bij, en van de zijkant, en profil, zag het er ook niet uit als een troon. Ik mocht er ook niet omheen wandelen want alles was afgesloten. "En wandelde die Karel, die Grote, dan zo gewoon die kerk binnen, um hier die Messe bei zu wohnen?" vroeg ik dan. “Nein”, zei de stijverd, met strenge blik, “der Karl kwam binnen over een brug vanuit het paleis, zodat hij zich niet onder het gewone volk hoefde te begeven”. Ik zeg: “Weet u dat er in Brugge ook zo’n bruggetje bestaat naar de Onze Lieve Vrouwe kerk?” Ja, dat wist de bejaarde suppoost wel, want da was hij selbst gewesen, en hij ontstijfde en plotseling glimlachte hij ook. Ik schoot door naar beneden, waar God mij nogmaals een paar euro uit de zak probeerde te kloppen met stukjes steen van de Dom, boekwerkjes, ansichtkaarten en andere memorabilia, maar ik stond alweer buiten.
Meteen hield het op met regenen en kwam de zon tevoorschijn. Dat zat hem toch niet lekker, Der Ouwe, zo lachte Duveltje in zijn duivelse vuistje.

vrijdag, september 05, 2008

Tapas, lekker kneuteren

Foto: Nederlandse nep-tapa (Elzasser cervelaatworst, Amsterdamse ui, Griekse feta), copyright Duveltje

Wij Nederlanders houden van kneuterig gedoe. We houden van Anton Pieck, letterbakken, punniken, en we houden ook van kneuterig eten. Er is geen een land in Europa waar zo kneuterig wordt gegeten als in Nederland. Daarom importeren wij ook veel kneuter-eten uit het buitenland. De Indonesische rijsttafel was in de jaren zestig een groot succes. Lekker veel kleine, verschillende hapjes en niet duur. Daar kwamen in de zeventiger jaren de kaas- en vleesfondue bij, met eindeloos veel schaaltjes met sausjes, rauwkost en andere flauwekul. Genoeg om een lange, gezellige, donkere winteravond kneuterend door te brengen. In de jaren tachtig verdwenen de fonduepannen naar zolder en volgde het gourmetten. In de jaren negentig gingen we steengrillen, was de sushi in opkomst en verschenen ook de tapas.

De afgelopen vijftien jaar zijn in Nederland de tapasrestaurants als paddenstoelen uit de grond geschoten. De meeste van deze tapastenten serveren voedsel van twijfelachtige kwaliteit. Er worden veel conservenblikken opengetrokken en er wordt veel ontdooid en opgewarmd. Duveltje heeft, samen met zijn Spaanse vrouw Plof, zelf ooit eens een restaurantje gehad in de buurt van Barcelona. Tapas kunnen veel geld in het laatje brengen, en daarom kwamen we spoedig op het idee om ook tapas te gaan verkopen. Spanjaarden eten “met het oog”. Daarom staan er op veel bars glazen vitrines. In een tapasbar liggen er verschillende soorten tapas in deze vitrines. Het woord tapas komt van het werkwoord tapar, dat bedekken betekent. Een tapa is dus een hapje dat de honger moet toedekken, oftewel stillen.

In Spanje zal je geen tapas-restaurants vinden. Tapas worden daar geserveerd als voorgerecht, of als snack, meestal in bars en cafeteria’s en ook wel in restaurants, maar niet in tapas-restaurants. Na het nuttigen van een of meerdere tapas wordt er in Spanje ècht gegeten.

Er zijn honderden, misschien wel duizenden soorten tapas. Iedere Spanjaard heeft zijn eigen favoriete tapas. In Galicië worden er veel schaal- en schelpdieren gegeten. Net als in Portugal zijn de berberechos (kokkels), mejillones (onze Gewone Mossel, oftewel de Mytilus edulis), almejas, (een ander soort mossel) en percebes (eendenmosselen) heel populair.
De tapas die in Spanje het meest geserveerd worden bij een glas wijn of een biertje zijn olijven, gevuld met paprika of met ansjovis, plakjes chorizo of gerookte ham, worstjes, de tortilla Española en de pincho’s. Een pincho is een prikkertje met bijvoorbeeld een stukje brood, ham en een olijf. Je hebt tapas die bestaan uit groenten, zoals een kleine portie spinazie, of bonen en ook zijn er warme tapas. Kroketten, gebakken of gefrituurde aardappeltjes, gehaktballetjes, inktvis, kippenvleugeltjes of pootjes, gebakken visjes en ga zo maar door.

In het Nederlandse tapas-restaurant dat ik vorig jaar bezocht stonden er gefrituurde kikkerbilletjes, rijstballen met kaas, rundvlees in yoghurtsaus en stukjes Turks brood met “tapanade” op de kaart. Al die zaken, inclusief de “tapanade” heb ik in Spanje nog nooit gezien en geproefd. De “tapanade” heeft niets met tapas te maken, heet eigenlijk tapenade en komt uit zuiden van Frankrijk.

Duveltje en Plof probeerden het in hun eigen Spaanse restaurant ook met tapas, maar kwamen er al snel achter dat het geen makkelijke business is. Als we de vitrine volstouwden met tapas kwam er geen (Spaanse) hond langs en de meeste tapas zijn niet lang houdbaar, zeker niet in het Middellandse Zeeklimaat. De gekoelde vitrines zijn handig, maar kosten veel stroom. Als het eten er lang in ligt droogt het uit en ziet het er lelijk uit. Als we geen klandizie verwachtten stond de zaak plotseling vol met mensen die om tapas zeurden. Uiteindelijk hebben we de vitrine verkocht.

Nog een tip. Als u toch tapas wil gaan eten, let dan goed op als u een zogenaamd tapasrestaurant binnenstapt! Verzeker u ervan of er in de keuken echte Spanjaarden werken of dat u te maken heeft met als Spanjolen vermomde Argentijnen, Mexicanen, Turken of nog veel erger: Nederlanders. Geloof mij, u proeft het verschil. Een echte Spanjaard is trots op zijn keuken en zal u niet snel blikvoer voorzetten.

maandag, september 01, 2008

Wereldberoemd in Galicië

foto links : Armancia Ortega, rechts: Manuel Jove

Galicië is een van de armste provincies van Spanje, maar natuurlijk is niet iedereen in Galicië arm, berooid en onsuccesvol. Er zijn ook Gallego’s die het ver geschopt hebben. In Nederland kennen velen zeker de naam Óscar Pereiro, de winnaar van de Tour de France in 2006. De dictator Franco was een Galiciër, hij was afkomstig uit Ferrol. De in Galicië geboren schrijver Camilo José Cela ontving in 1989 de Nobelprijs voor de literatuur.

Twee namen die u waarschijnlijk niet kent, maar die in Galicia vaak over de tong gaan, zijn Armancio Ortega en Manuel Jove.
Armancio Ortega begon zijn carrière in een naaiatelier waar keukenschorten werden gemaakt. In 1975 opende hij een klein winkeltje in La Coruña, waar hij overhemden verkocht. In 1975 begon hij met de eerste kledingwinkel onder de naam Zara. De winkel was een succes en Armancio Ortega begon een imperium op te bouwen. Tegenwoordig verschaft de multinational Inditex werk aan tienduizenden mensen in Galicië en daarbuiten. Armancio’s huidige vermogen schijnt meer dan 25 miljard euro te bedragen. Hij staat nummer 22 op de lijst van Forbes voor 2008. Behalve Zara, maken ook de winkels van Massimo Duti, Pull & Bear en Bershka onderdeel uit van Inditex.

Even berucht als bekend is Manuel Jove Capellán, de multimiljonair die vorig jaar het door hem opgebouwde makelaars- en aannemersbedrijf Fadesa verkocht. Evenals Armancio Ortega startte Jove met bijna niets. Hij begon als hulpje van zijn vader, als eenvoudige timmerman.
Ook Manuel Jove’s grote succes kwam in de jaren zeventig. Boze tongen beweren dat het welslagen van Jove voor een groot deel aan zwart werk te danken was. In 1980 werd Fadesa opgericht, een onderneming die uitgroeide tot een internationale aannemers- en onroerendgoedmaatschappij met een opvallende voorkeur voor lagelonenlanden, waaronder Marokko, Portugal, Hongarije, Roemenie. In de Forbeslijst van 2008 staat Jove nu op nummer 307.
Fadesa werd vorig jaar, voorjaar 2007, overgedaan aan Fernando Martín Álvarez, directeur van Martinsa, ook een onroerendgoedbedrijf. Op dit moment gaat het erg slecht met de Spaanse economie. De crisis is te vooral danken aan de slechte markt voor onroerend goed. Het aanbod van woningen is veel groter dan de vraag. Toen de prijzen omhoog gingen dachten veel Spanjaarden hun slag te kunnen slaan en boden hun woning te koop aan. Dit zorgde voor een overschot in het aanbod. De neergang was er al voordat de internationale kredietcrisis losbarstte, maar deze heeft wel een versterkend effect gehad op de Spaanse onroerendgoedmarkt. Door het uitblijven van inkomsten is er bij Martinsa-Fadesa een liquiditeitsprobleem ontstaan. De onderneming heeft in juli uitstel van betaling aangevraagd bij de rechtbank in La Coruña. De totale schuld van het bedrijf schijnt meer dan 7 miljard euro te bedragen. De banen van duizenden mensen, waaronder veel in Galicië, maar ook in andere Spaanse provincies en in het buitenland, staan op het spel. Jove kocht voor het geld aandelen in de Baskische bank BBVA en werd de grootste particuliere aandeelhouder in deze bank. In de Forbeslijst van 2008 staat Jove nu op nummer 307.

Het gerommel van Jove heeft ook in onze directe omgeving zijn sporen achtergelaten. Eerder schreef ik al een stukje over het project Costa Anacara dat Fadesa begon in een dal tussen de dorpen Miño en Pontedeume, een gebied met een oppervlakte van 160 hectare. Op de satellietfoto is duidelijk te zien hoe de urbanisatie over een lengte van tenminste vijf kilometer een gat in her voorheen beboste landschap heeft geslagen.
Voor de bouw begon zagen wij op onze finca nauwelijks vogels. Nu hun oorspronkelijke woongebied hen is ontnomen zien we bij ons plotseling uilen, spechten, mezen en nog veel meer. Aan de duizenden woningen die dichtbij ons buitenhuis in Miño werden gebouwd wordt op dit moment niet meer gewerkt. Een honderdtal is er verkocht, de rest staat kaal en onafgebouwd, de bouwvakkers zijn vertrokken. De kans is groot dat Costa Anacara vooral een woongebied wordt voor ratten en slangen.

vrijdag, augustus 29, 2008

Zware Port - 5

afbeelding: Vrouw gekleed in het zwart, fragment van het schilderij van Henrique Pousão (1859-1884)

Zondagmorgen. Het museum Soares dos Reis ligt om de hoek, dichtbij het hotel. Het is onze laatste stop voordat we terug rijden van Porto naar La Coruña. Op Internet was er weinig informatie over dit museum te vinden. De helft van de website deed trouwens het niet (dit is inmiddels hersteld).
Drie Britse toeristen staan samen bij ons bij het loket. Ze hebben het museum uit een gidsje opgediept en krijgen uitleg van een jonge student. Hij is zichtbaar opgewekt vanwege het feit dat hij het Engels dat hij op school geleerd heeft eens uit kan proberen. Het museum ligt buiten de toeristische routes en vanochtend is er verder bijna geen publiek te bekennen. Blijkbaar wil de directie de bezoekersaantallen niet onnodig opdrijven, hetgeen tegenwoordig zonder meer bewonderenswaardig genoemd kan worden. Zeker na mijn enerverende bezoek aan Ikea van gisteren.

“Linha do horizonte” – "Line of the horizon" heet de tentoonstelling op de begane grond. Hier vinden we werk van eigentijdse Portugese kunstenaars. Het thema, de horizon in het landschap, is de gemeenschappelijke deler. De technieken en stijlen lopen erg uiteen. Mij vallen vooral Álvaro Lapa en fotografe Rita Magalhães op. Rita Magalhães laat zich in haar werk beïnvloeden door Johannes Vermeer. Dat is wel aardig, vooral als je weet dat de Portugese kunstenaars zich in ook de 16e en 17e eeuw op de Nederlandse en Vlaamse kunstenaars oriënteerden.
Op de 1e verdieping van het museum bevindt zich een interessante collectie met enkele hoogtepunten, waaronder de schilderijen van Henrique Pousão (1859-1884) en de beelden van António Soares dos Reis (1847-1889). Als ik een foto neem, zonder flitslicht, komt een van de museumwachten meteen op me toegesneld. “Absoluut verboden!”, zegt hij. “U kunt beneden in de museumwinkel reproducties kopen”. Dat zal ik doen, zo beloof ik hem.
Met de merchandising is het slecht geregeld, want in de museumwinkel is niemand om me te helpen. Er zijn wel ansichten, maar niet van het beeldje dat ik wilde fotograferen. Reproducties zie ik al helemaal niet. Tenslotte verschijnt er toch een mevrouw die mij vier ouderwetse ansichten verkoopt. Eéntje is er voor de Utrechtse, waarvan ik weet dat ze binnenkort weer haar kritisch oog over dit blogje zal laten glijden. We verlaten het museum en nemen afscheid van Porto.

Ter afsluiting van deze vijf blogjes over Porto een gedicht van Fernando Pessoa:

Autopsicografia

De dichter wendt slechts voor.
Hij veinst zo door en door
Dat hij zelfs voorwendt pijn te zijn
Zijn werkelijk gevoelde pijn.
En zij die lezen wat hij schreef,
Voelen in de gelezen pijn
Niet de twee die hij geleden heeft,
Maar een die de hunne niet kan zijn.
En zo rijdt op zijn rails in ’t rond,
Tot vermaak van onze rede,
Die opwindtrein, in dichtermond
Ook wel ‘het hart’ geheten.

(Vertaling August Willemsen)

woensdag, augustus 27, 2008

Zware Port - 4

foto: Jardins do Palácio de Cristal, Porto, Portugal (Creative Commons, Tiago S Costa)

De Postcard Brass Band, een Portugese Dixieband met een alternatief geluid, verrast ons zaterdagavond in het park van het Palacio de Cristal.
Het is tien uur, de zon is al achter de horizon verdwenen en het podium is verlicht met spots en met kaarsen. De sfeer is ontspannen. Het publiek, een mengeling van jong en oud, chique en sportief, meest autochtone Portugezen, een enkele toerist zoals wij, zit deels op de versleten houten klapstoeltjes, deels op het gras daar omheen.
We zijn op tijd en hebben een plekje op de eerste rij. De muzikanten beginnen te spelen. Het is duidelijk dat ze er zin in hebben, want het plezier straalt van ze af.

Een sympathieke zwerfhond, het tegenbeeld van zijn lelijke voorganger die ons een paar dagen eerder een paar straten lang achtervolgde, is samen met ons het park in gelopen. Hij laat zich niet wegjagen door de opgeschoten jongen die trapgebaren naar hem maakt. Hij wacht op een afstand en als de muzikanten beginnen te spelen komt hij vlak voor ons zitten. De hond staart aandachtig naar de artiesten op het podium, waarbij hij zelfs zijn oren omhoog steekt om al die mooie jazzgeluiden goed te kunnen beluisteren. Wat zou een leuke Portugese hondennaam zijn? Amadeu lijkt me wel aardig.

Een eindje van ons af zien we een klein jongetje, met een kastanjebruine krullenbol. Hij is een beetje bol en heeft een uilenbrilletje op. Ik schat dat de kleine professor vijf of zes jaar oud is. Hij danst, gaat helemaal op in zijn eigen wereld en trekt zich niets aan van al die volwassenen om zich heen. In zijn denkbeeldige glazen bol vindt hij telkens nieuwe bewegingen uit, zwaait met zijn heupen, met zijn armen, inventiever dan welke balletdanser dan ook. Hij danst niet op het ritme, maar op de muziek. Speelt de trombonist op het podium een solo, dan maakt de kleine jongen trombone-geluid-bewegingen. Speelt de saxofoon, dan verzint hij daar weer iets bij. De kleuter laat zich vallen, staat weer op, wijst naar de hemel, dan naar de aarde, alsof hij de muziek van een diepere betekenis wil voorzien.
Na een tijdje haalt hij ook zijn kleinere broertje op, pakt hem beet en trekt hem mee zijn wereld in. Dan is er een ontmoeting tussen de twee dansende jongetjes en de hond, die even gaat kijken wat er buiten het podium om nog meer te beleven valt. Het beest wil graag spelen, springt heen en weer, maar de draaiende jongetjes zijn de hond teveel. Amadeu gaat dan maar naast een oudere mevrouw zitten die hem heel gezellig vindt en hem lief aait.
Tenslotte zijn de kereltjes moe gedanst. Het oudste dansertje laat zijn broertje los en gaat dan voor de eerste rij van het publiek zitten. Zijn kleine beentjes bungelen in de lege orkestbak voor het podium. Zo brengt hij de rest van het concert door, met openhangende mond, starend naar de vier muzikanten. Vlak voor het einde van het concert verdwijnt de hond plots weer, alsof hij een afgesproken teken volgt. Hij mist daardoor wel de toegift.
Het publiek loopt het park uit. We hebben een lange dag achter de rug en lopen terug naar het hotel. Het was prachtig. Net alsof we even in een film van Fellini hebben meegespeeld.

Om vier uur ’s nachts word ik wakker. Er klinkt gekraai van hanen, gekrijs van meeuwen en er huilt een hond. Misschien is het Amadeu die zijn eigen toegift geeft.

maandag, augustus 25, 2008

Zware Port - 3

Foto: Livraria Lello e Irmão (Joe Aesmorga)

Een verplicht onderdeel van onze reis naar Porto is een bezoek aan Ikea. Er is geen namelijk geen Ikea in A Coruña. De dichtstbijzijnde Spaanse Ikea is in Oviedo op 3,5 uur rijden. Mijn vrouw is iemand die bijzonder veel plezier beleeft aan het inrichten van haar woning en zichzelf een bezoek aan Ikea niet kan ontzeggen. Duveltje is daarbij onmisbaar vanwege zijn talenten op het gebied van interieurdecoratie.

Twee jaar geleden reden we naar Ikea in Oviedo met een verlanglijst voor het verbouwde flatje van Plof. We wisten precies wat we wilden hebben. We zochten uit, rekenden af en reden met de Billy’s en de Benno’s en nog wat van die woondingen met mooie namen weer terug naar A Coruña.

Zaterdagochtend in Porto. Om kwart voor acht klinkt de wekker van het mobieltje van mijn vrouw. Ze fluistert zachtjes mijn naam. “Kom op, we gaan”, zegt ze. Een half uur later rijden we over een lege snelweg richting Matosinhos, een buitenwijk van Porto. Het regent.
“Kijk, dat komt nou goed uit”, zegt mijn vrouw, “dit is een perfecte dag voor een bezoek aan Ikea. Wat hadden we hier anders moeten doen, met dit lelijke weer?”.
Ik weet het wel, maar ik zeg het niet. Op mijn verlanglijstje stonden nog de prachtige boekwinkel Lello en het station San Bento met de beroemde tegelwanden. Musea zijn er ook volop. Ik roep heldhaftig: “Niets! Schat, dit is ideaal. We hadden het niet beter kunnen treffen”. Ik besluit het als een man te dragen, met een glimlach. Vier dagen zonder zeurend kind, vier dagen vrij, en dan een paar uur in Ikea door brengen , dat is een compromis, dat is op te brengen.“Heb je een lijst van dingen die je hebben wil?”, vraag ik. “De lijst zit in mijn hoofd”, zegt mijn vrouw.
Als dat maar goed gaat, denk ik en mijn vrees wordt later bewaarheid. De lijst blijkt nogal chaotisch te zijn.
Om 9 uur rijden we de parkeergarage van Ikea in O Porto in. We zijn de eersten.

Het ongelooflijke is gebeurd. Duveltje, vijand van grootkapitalisme, globalisme en alles wat daarmee te maken heeft, bevindt zich als eerste klant in een winkel van een van de meest succesvolle Europese multinationals. Midden in het hol van de leeuw, in zijn vakantie, op een zaterdagmorgen.
In Portugal is het een uur vroeger dan in Spanje, dat waren we even vergeten. “Geen gemor!”, roept mijn vrouw. We doen ochtendgymnastiek! Ochtendgymnastiek, op zaterdagmorgen om 09.00 uur in de parkeergarage van de Ikea in Porto. Dat moet mij overkomen. Ochtendgymnastiek houdt in: snelwandelen door de parkeergarage. Ik houd het drie rondjes vol, dan geef ik het op. Inmiddels groeit de rij wachtenden. Plof vraagt hoe laat we naar binnen mogen. Om half tien kunt u het restaurant al in, belooft een Ikea-medewerker opgewekt. Na een kopje Ikea-koffie à 40 cent lopen we de winkel in. Nauwelijks zijn we binnen of Plof blijft al gefascineerd staan bij de bakken vol kinderspeelgoed. Goed, denk ik, net grootouders geworden, dus geen gezeur. Maar ook bij de bedden blijven we lang staan, bij de keukens, bij de eettafels. De lijst in Plof’s hoofd bestond aanvankelijk uit een nieuwe tafel om aan te werken en een rekje voor de pannen in de keuken, maar hoe verder we de winkel binnenlopen hoe groter de lijst blijkt te worden.

Om 12.00 uur zijn we nog steeds niet bij de kassa aanbeland. De winkel is inmiddels zo druk dat de mensen voetje voor voetje over de Ikea-route schuifelen. Negentig procent van de klanten bestaat uit Spanjaarden, waarschijnlijk voor het grootste deel afkomstig uit Vigo. Ik bijt op mijn tanden. Daarna op mijn tong. Probeer mijn glimlach nog vast te houden, maar die is nu inmiddels al veranderd in een akelige verbeten grimas.
Plof heeft het in de gaten. “Je moet niet zo kinderachtig doen”, zegt ze. “Ik zeg toch niets”, kreun ik. “Nee, maar dat smoelwerk van jou zegt genoeg”.

Om 13.00 staan we eindelijk buiten. “Je raadt het nooit”, zegt ze, “ik krijg plotseling een fantastische inval”. “Zo?”, vraag ik hoopvol en ik denk even aan een onverwachte excursie naar een nabijgelegen kasteel of klooster, museumbezoek, of een etentje in een van die geweldige restaurants die haar vader vroeger bezocht.
“Die commode, die we zagen in de slaapkamers. Volgens mij past die perfect.” Ik word duizelig, zie even zwart voor mijn ogen. Dan besluit ik nogmaals mijn goede wil te tonen. Opnieuw de winkel in. Maar niet alleen voor de commode blijkt nu. We gaan ook nog even naar de afdeling Verlichting. Nu word ik boos. Het spijt me, maar ik houd het niet meer. Er volgt een woordenwisseling. Plof geeft gelukkig toe. We vertrekken uiteindelijk na een persoonlijk record in Ikea, 5 uur en twee keer de hele route van ingang tot aan de kassa.

Die middag krijg ik van Plof in Livraria Lello een boek cadeau. Ze had geld over, want de commode heeft ze uiteindelijk toch laten staan.

zaterdag, augustus 23, 2008

Zware Port - 2

foto: Avenida dos Aliados, Porto.

Plof heeft akelige herinneringen aan Porto. Ze is er twee keer eerder geweest, jaren geleden met vriendinnen die een abortus nodig hadden, in tijden dat het allemaal nog illegaal was. De mooie kanten van Porto had ze nog niet gezien. Maar de mooie kanten kunnen niet zonder de lelijke. In Porto ligt het dicht naast elkaar. Achter de stegen, waar het stinkt naar broeiend vuilnis en urine, ligt de schone, witte Avenida dos Aliados, met stoere standbeelden, onder andere van koning Peter IV. De helft van de huizen in het oude stadscentrum lijkt leeg te staan. Veel van het leven is verdwenen naar de buitenwijken.

Vrijdagmorgen nemen we de bus naar de Fundação de Serralves, het museum voor moderne kunst. Ik heb er niet veel zin in. Ik wil liever naar iets authentiek Portugees, maar Plof heeft zin in moderne kunst. Zo rijden we door de buitenwijken, saaier, maar wel schoner en dichter bevolkt. We bekijken de expositie van de Zuid-Afrikaanse fotograaf David Goldblatt, Intersecções intersectadas (Intersections intersected). De foto’s geven een beeld van het troosteloze Zuid-Afrikaanse landschap, geteisterd, eerst door Apartheid, nu door AIDS. Zuid-Afrika, in het tijdperk van AIDS, staat bij sommige titels van de foto’s. In de tijd dat de Apartheid werd opgeheven, na 1990, schakelde Goldblatt over van zwart-wit naar kleur. De foto’s blijven even onthullend en ontluisterend. Verlaten dorpen, kale vlakten, lege pleinen waar op stadsmeubilair, een muur of op een monument een AIDS-symbool is geschilderd. Waarom heb ik nooit zoiets gezien op de foto’s waarmee kennissen terugkomen na hun trips naar Zuid-Afrika?
De entree voor het museum bedraagt 5 euro. Het museum herbergt een te duur restaurant. Vandaar misschien dat hier weinig Portugezen rondlopen. Of komt het omdat het vakantie is en de zon nu zo uitbundig schijnt? Het inkomen per hoofd van de bevolking in Portugal is het laagste van alle West-Europese landen, maar tegelijkertijd staat het land bij de eerste twintig landen op de quality of life index. Die hoge kwaliteit vertaalt zich ondermeer in vriendelijkheid, want de Portugezen zijn over het algemeen bijzonder aardig en behulpzaam.

We laten het museum achter ons en lopen door naar het strand, over de Avenida de Marechel Gomez Costa. Hier woont de gegoede burgerij, in witte villa’s, groene tuinen. Aan het strand eten we vis, met uitzicht over zee, tussen gewone Portugezen.

donderdag, augustus 21, 2008

Zware Port

foto: deel van de gevel van de Capela de Santa Catarina, in Porto, voorstellende een deel van het leven van Sint Franciscus.

Op zoek naar avontuur steekt Duveltje de grens over en belandt hij samen met vrouw Plof in het indrukwekkende Porto. De Portugese havenstad ligt op slechts drie uur rijden van La Coruña.

Porto is zwaar. Dat voel ik als ik de rivier de Douro oversteek, de Luis I-brug na zonsondergang over loop en omhoog kijk. Tonnen donker staal hangen boven mijn hoofd. Een gevoel vergelijkbaar met hoogtevrees.
Boven die tonnen staal straalt de volle maan, die iedereen die nacht wakker lijkt te houden. Honden huilen en janken, meeuwen krijsen en lachen als kleine, ondeugende, boze kinderen, hanen kraaien, eksters kwekken en katten miauwen volop in de eindeloze Portugese nacht.
We doorkruisen de kleine stegen, klimmen over de steile heuvelwanden. Middeleeuwse taferelen. Een man, in lompen gehuld, op een stoepje, toont de stomp van zijn afgezette been. Een ander hangt roerloos in een portiek, draait woest met zijn ogen, terwijl de rest van zijn lichaam verlamd lijkt. Misschien hard geraakt door de wieken van de mallemolen van het leven?
Dronken mannen, gearmd zwalkend over de straat. De zomer is volop in gang, in Porto heerst de liefde als in de lente. Vrijende paartjes in de straten, op de kaden, in de parken. Een rat schuifelt snuffelend over de boulevard zonder zich ook maar iets van de mensen aan te trekken.
Hippiecultuur, aan de oevers van de Douro. Vrolijke, jonge mensen, in Indiase kleren gehuld, hun huid omhangen en doorstoken met sieraden. Het doet me aan vroeger denken. Een lelijke vuilbruine straathond, zijn ribben steken door zijn armzalige borstkas, die ons vals keffend achtervolgt, twee straten lang, druipt uiteindelijk af als Plof sneller gaat lopen.
De toeristen zoeken elkaar ‘s avonds op, op de Cais de Ribeira, opeen gedrukt op de terrasjes van de restaurants, waar ze graag twee keer te veel betalen om hun eigen soort eens goed te bekijken en zich niet in de stad onder hoeven te dompelen.
Buitenlandse bezoekers lopen de bodega’s af, waar ze geïnviteerd worden op een glas port. Het eerste glas is gratis, met het tweede glas betalen ze het eerste, en het derde glas moet ze over halen een fles Tawny te kopen. De bodega’s hebben elk hun eigen boot die aan de kade van de Douro ligt. Het water van de rivier weerkaatst de maan en de grote neonverlichtingen van Sandeman.
Contrasten, licht en donker, vuil en schoon, kunst en kitsch.
Ik ben er nog niet uit. Die blauwe tegeltjes op de wanden van de kerken, dat is toch gewoon kitsch. Of wordt iets kunst als het oud is?

zondag, augustus 10, 2008

Spartelen op het droge

foto: het ongebruikte zwembad

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 18: “traagheid in de besluitvorming”.

Het flatgebouw waar ik woon ligt aan een ría, dat is een soort een zeeinham. Naast onze flat werden de afgelopen tien jaar rijen nieuwe huizen gebouwd. Toen de tweede huizenrij aan deze zeeinham in 2005 werd voltooid besloot de projectontwikkelaar en eigenaar ook maar meteen een zwembad aan te leggen. In de appartementen wonen veel gezinnen met kinderen. Hier in het noordwesten van Spanje is het niet het hele jaar door zonnig weer, maar vanaf mei tot en met september is het hier zeker warm genoeg voor een buitenbad.

De ría zelf is jammer genoeg niet geschikt om in te zwemmen. Er zijn drie verschillende gemeentes verantwoordelijk voor de zuivering van het water en die maken er allemaal een potje van. Met een beetje eensgezindheid en vaart in de besluitvorming zou het probleem allang opgelost kunnen zijn. De verderop gelegen conservenfabriek schijnt nog steeds haar afvalwater in de ría te lozen. Een zwembad zou een uitkomst kunnen zijn.

Maar sinds het in 2005 gereed kwam heeft nog steeds niemand in dit zwembad gezwommen. Er bestaat namelijk onenigheid wie er voor de kosten van het onderhoud moet betalen. De eigenaar, de geheimzinnige dokter Pombo, een rijke medicus, heeft een deel van de appartementen verkocht, een ander deel heeft hij verhuurd. Hij vind dat de kopers en huurders voor het zwemplezier moeten betalen, maar deze willen daar niets van weten.
Deze week was het bijna 30 graden in La Coruña, maar de bewoners en hun kinderen blijven hier verstoken van zomers zwemplezier in het mooie bad dat voor hun Spaanse neuzen ligt.

De Spaanse traagheid in de besluitvorming heeft Nederland in de Tachtigjarige Oorlog erg geholpen. De Spaanse koning Filips II was een twijfelaar. Als hij een eindelijk eens een besluit nam duurde het vaak ook nog eens een maand of langer voordat men in de Lage Landen op de hoogte was. Aan de andere kant hadden de edelen in dienst van de Spaanse koning ook nog hun persoonlijke belangen die ze wilden verdedigen. Daarom lieten ze vaak de koning niet of slecht informeren over de ontwikkelingen in de Nederlanden. De Nederlandse Staten maakten op hun beurt dankbaar gebruik van het machtsvacuüm om politieke besluiten te kunnen nemen. In juli 1581 leidde de Nederlandse eensgezindheid tegenover de Spaanse koning tot het Plakkaat van Verlatinghe waarin een groot deel van de Nederlanden gezamenlijk verklaarden dat zij in Filips II niet langer hun officiële heerser zagen.

Zouden de buren zich verenigen en gezamenlijk bij de gemeente aankloppen dan was het probleem waarschijnlijk al opgelost. Maar tot nu toe is nog niemand op het idee gekomen. Duveltje laat ze nog even lekker op het droge rondspartelen.

In de serie "80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft" verschenen eerder:

1. Gebrek aan eensgezindheid

2. El desayuno

3. La comida

4. La siesta

5. La merienda

6. La cena

7. Gebrek aan kennis van de eigen taal

8. Gebrek aan leuke creatieve ideeën

9. Corruptie

10. Geen beslissingen durven nemen

11. Ondeskundig liegen

12. Grootheidswaanzin

13. Luiheid

14. Domheid

15. Bedriegen

16. De Barbeknoei

17. Slecht mikken

vrijdag, augustus 08, 2008

Tja, die Che

Foto: de schrijvers Xosé Neira Vilas en Anisia Miranda voor het beeld van Che Guevara.

De burgemeester van Oleiros, een gemeente die grenst aan de stad La Coruña, is een linkse rakker. Ángel García Seoane haalde in 2004 al eens de internationale pers. Hij gebruikte de gemeentelijke elektronische publiciteitsborden om de Israëlische premier Ariel Sharon een moordenaar te noemen. Oleiros is een bijzonder prettige gemeente om in te leven. De burgemeester zorgt voor veel groen. Er worden overal parken en wandelpaden aangelegd. De burgers zijn over het algemeen heel tevreden en vandaar dat hij ondanks zijn uitgesproken linkse politiek en beschuldigingen van fraude in 2006 toch herkozen werd.
Ook na zijn herverkiezing houdt hij de polemiek rondom zijn persoon gaande. De burgemeester onderhoudt goede relaties met het politieke regime op Cuba en met Fidel Castro. Dit uit zich onder meer in een jaarlijkse loterij waarbij reizen naar Cuba worden verloot onder de burgers van Oleiros die deelnemen aan een van de vele cursussen die de gemeente organiseert.

Plotseling verrees er in juni 2008 op een drukbereden rotonde langs de kust een 10 meter hoog beeld voorstellende de kop van Che Guevara, ontworpen door de Cubanen Juan Quintanilla en Carol Williams. Het overbekende portret dat de fotograaf Alberto Korda ooit maakte diende als voorbeeld voor het beeld. De installatie kostte zo’n 160.000 euro. De oppositie beweert dat van dit geld slechts 6000 euro bij de Cubaanse kunstenaars terecht is gekomen.
Een buurman wilde weten wat ik daar nou van vond. Ik zei dat er al zoveel standbeelden voor beroemde mensen op deze aardbol staan, dat er ook nog wel eentje bij kan voor Che. En die 160.000 euro vind ik goed besteed, zeker in vergelijking met 1,2 miljard voor paardensport op de Olympische Spelen. Daarop vertelde mijn buurman mij dat een kennis van hem naast Che gevochten had in de Cubaanse revolutie. Deze zou de guerillero eens hebben aangetroffen in een compromitterende situatie. Che was in het gezelschap van meerdere ontklede dames, die hij met rum had overgoten. Dan hadden ze beter dat als onderwerp kunnen nemen van het standbeeld was mijn reactie. Oleiros kan om Che Guevara heen, maar niet om Ángel García Seoane.

donderdag, augustus 07, 2008

Merluza a la Gallega

foto: Merluza a la Gallega, copyright Duveltje 2008

Nee, dit wordt geen receptenblog. Maar om het uitzetten van de televisie tijdens de Olympische Spelen nog aantrekkelijker te maken voorziet Duveltje u van enige recepten voor heerlijke Spaanse gerechten.

De Spaanse keuken kenmerkt zich door eenvoud. Spanjaarden geven de voorkeur aan vers en simpel en hun keuken kent weinig gecompliceerde gerechten. Recht voor de raap is het devies. Vlees en vis wordt meestal gewoon gebakken en gebraden in olijfolie, groenten gekookt in water. Helaas ontbreekt het in restaurants nogal eens aan verse groenten. Salades worden daarentegen wel volop geserveerd. De Spaanse keuken is eenvoudig, makkelijk en gezond.

Misschien wel het bekendste recept uit Galicië (Spanje) is dat voor de Merluza a la Gallega, in het Nederlands Heek op zijn Gallicisch. Heek is een vis die hoort tot de familie van de schelvissen en is familie van de in Nederland veel gegeten kabeljauw. Heek is echter malser en voller van smaak. Er is nogal wat kwaliteitsverschil en in Spanje zijn bij een goede viskraam vaak meerdere soorten heek te vinden, verschillend in grote en gevangen in verschillende viswateren. In Galicië is dit gerecht een verplicht onderdeel op de menukaart van elk visrestaurant.

Ingrediënten (4 personen)

1 heek van ca. 1,5 kg.
4 middelgrote aardappels
2 à 3 teentjes knoflook
1 middelgrote ui
1 laurierblad
1 à twee theelepeltjes paprikapoeder mild
(als u het kunt bemachtigen; pimenton dulce van het merk Jauja)
2 à 3 eetlepels olijfolie,
1 klein blikje doperwten (optioneel).

De vis schoonmaken; in lengte snijden en de graat verwijderen, daarna de kop en de staart verwijderen (u kunt deze eventueel meekoken).
De rest van de vis in moten van ca. 10 cm dik snijden. Uien pellen, knoflookteentjes pellen en in plakjes snijden.
1 liter water aan de kook brengen. De ui door tweeën snijden en toevoegen. Het laurierblad toevoegen en een beetje zout. Eventueel een scheutje witte wijn in het water doen.
De aardappels toevoegen en laten koken tot ze bijna gaar zijn (ca. 10 tot 15 minuten) . Vervolgens de moten vis toevoegen en de laatste vijf minuten meekoken.

Als de vis gaar is de helft van het water afgieten, doperwten toevoegen en alles even in de pan laten staan.
In een koekenpan de olijfolie verhitten en daarin 2 of 3 teentjes knoflook bakken, als de teentjes kleur beginnen te krijgen paprikapoeder toevoegen en door de knoflook roeren.
De vis, de aardappels en doperwten uit de pan nemen of afgieten en deze vervolgens in een aardewerken schaal leggen. De olie met knoflook en paprikapoeder er overheen gieten. Warm opdienen. De doperwten zijn optioneel. Volgens mijn vrouw is het originele recept zonder doperwten en komen de erwten uit de Asturiaanse keuken.

Bij dit gerecht kunt u een van de uitstekende Galicische witte wijnen drinken zoals een Ribeiro of een Albariño. Tegenwoordig zijn deze wijnen in de betere Nederlandse slijterijen verkrijgbaar.

woensdag, augustus 06, 2008

Opzetkleindochter

Hier een fotootje van mijn Spaanse Opzetkleindochter. Wat een dotje, niet? Hoewel ze nog maar weinig kan zien zo kort na haar geboorte heeft ze haar ogen wijd open en luistert aandachtig naar alles om zich heen. Net als haar Bijzetgrootvader.

maandag, augustus 04, 2008

Helemaal geen Olympische Spelen


afbeelding: Links een ter dood veroordeelde vrouw in China, 2001. Rechts atletiek.

Nog 4 dagen tot de Olympische spelen. Ik pleitte al eerder voor een tv-boycot van de openingsceremonie. Maar eigenlijk moeten we helemaal niet naar de Spelen kijken en zouden we het hele evenement moeten boycotten.
In El País van gisteren 3 augustus 2008, stond in de column “Cosa de dos” van Enric González een kritische kanttekening bij alle reclame die er gemaakt wordt rondom de Olympische Spelen. “Alle Olympische Spelen van tegenwoordig zijn één groot platform van publiciteit voor een stad en voor een land. (...) China blijft een tirannie (...) een drievoudige alliantie tussen communisme, technologie en multinationals, die wel eens typerend zou kunnen zijn voor wat ons in de 21e eeuw te wachten staat”, zo schreef González.
Gelukkig zijn er ook internationaal gewaardeerde journalisten die tegen de Spelen durven te ageren en niet alleen Duveltjes met een blogje. Ik trap nog maar eens met liefde een open deur in: 1, 2 miljard euro hebben de faciliteiten voor het onderdeel paardensport van de Olympische Spelen gekost. Het onderdeel speelt zich trouwens af in Hong Kong en niet in Peking.
Moet u eens nadenken wat een investering van 1,2 miljard euro zou kunnen betekenen voor bijvoorbeeld kankeronderzoek, voor het genezen van zieken, het bestrijden van hongersnood. Hoeveel mensenlevens hadden er niet gered kunnen worden met 1,2 miljard euro?
Dit is schandalig. Als die miljarden die in de Olympische Spelen worden geïnvesteerd op een of andere manier zouden bijdragen aan het welzijn van mensen, aan de solidariteit tussen mensen, of aan de internationale verbroedering, zoals de voorstanders van dit soort circussen altijd roepen, dan zou dit misschien nog gerechtvaardigd zijn. Maar dat is natuurlijk nooit aan te tonen en daarom zijn de Olympische Spelen in deze vorm waanzin.

vrijdag, augustus 01, 2008

Duveltje is Opa!

Vanmiddag ben ik opa geworden van een kleine, levendige Opzetkleindochter! Overmorgen ben ik in La Coruña en kan ik het wonder met eigen ogen aanschouwen. Moeder en kind maken het goed en oma is door het dolle heen. Dat het zó snel zou gaan had ik in het blogje van vanochtend natuurlijk niet voorzien.

Op zoek naar Rosemary

Afbeelding: hupse moeder achter kinderwagen

Kent u het volgende grapje? Als een man tien jaar oud is vindt hij geen één vrouw leuk. Als hij twintig jaar is vindt hij alle vrouwen leuk. Als hij dertig jaar is vindt hij maar één vrouw leuk. Als hij veertig jaar is vindt hij alle vrouwen leuk behalve één. Voor mij komt daar nu bij: als hij vijftig is vindt hij alleen nog maar vruchtbare vrouwen leuk, plus één.

Ach, hoe graag had Duveltje niet zelf meegedaan aan de nieuwe aflevering van Babyboom. Al mijn sarcasme komt gewoon voort uit jaloezie. Ik word verscheurd door mijn kinderwens, maar het is te laat. Helaas. Duveltje is nooit de juiste vrouw tegengekomen om zijn nageslacht op de wereld te zetten en nu is het te laat. Nu zit ik met de gebakken peren. Of liever: zonder de gebakken peren. Hoe graag had ik niet twee van die lieve gebakken peertjes gehad, een jongen en een meisje, ze het huis laten afbreken, hen geholpen met het huiswerk, een pleister op de geschaafde knieën geplakt als ze met de step of het skateboard waren gevallen, een verjaardagspartijtje georganiseerd, ze een zetje gegeven terwijl ze op de schommel zaten. Twee keer heb ik het aanbod gehad. Zullen we een kind maken? Twee keer heb ik geweigerd omdat ik de omstandigheden geheel niet vond passen en ik ons geen kind zag opvoeden in de chaos waarin we vertoefden en bovendien beschikten we nauwelijks over de financiële middelen. Op die momenten dacht ik nog dat het leven een bepaalde ordening kende en dat je er zelf een draai aan kon geven. Nu weet ik inmiddels dat het niet zo is en dat je beter zo maar wat kan doen, omdat het leven toch van toeval aan elkaar hangt. Doe maar en zie maar waar je uitkomt, dat is het devies. Nu kan het niet meer. Ik zit zonder doetjes. Ik heb weliswaar een Opzetzoon maar die is al vijftien en ziet mij slechts af en toe als vader, meestal echter als Bijzetvader. Mijn vrouw kan geen kinderen meer krijgen voor zover ze dat nog zou willen.

Misschien ben ik zelf wel niet vruchtbaar? U heeft gelijk. Maar er is maar één manier waarop ik daar achter zou willen komen. Hoe ik die verborgen kinderwens heb ontdekt? Ik merk dat ik alleen nog maar op vruchtbare vrouwen val. Nee, natuurlijk val ik nog wel op mijn eigen vrouw. Maar ik merk dat ik mij bijzonder en vooral aangetrokken voel door hupse moeders achter kinderwagens. Volgens mijn vrienden word ik eindelijk volwassen, maar zo zie ik het niet. Binnenkort krijg ik een Spaanse Opzetkleindochter, maar die moet ik delen met vijf Spaanse grootouders, dus dat is niet het echte werk. Loopt er nog een Rosemary voor mij rond?


foto: Mia Farrow in Rosemary's Baby van Roman Polanski (1968)

woensdag, juli 30, 2008

Espinacas a la Catalana

afbeelding: Duveltje kan ook koken.

Om het zomerreces te compenseren en tevens om de leegte na het einde van de Tour een beetje op te vullen richt ik me maar op het culinaire. Hopelijk levert dat weer wat lezertjes op.
De Catalaanse keuken heeft niet mijn voorkeur. In Galicië eten de mensen veel beter, voornamelijk omdat de grondstoffen van een veel hogere kwaliteit zijn. Maar een van mijn favorieten is toch de Catalaanse spinazie, oftewel de Espinacas a la Catalana. U kunt dit gerecht eten als voorgerecht, maar ook als bijgerecht, bijvoorbeeld bij lamskoteletjes in combinatie met gebakken aardappeltjes.

Ingrediënten (4 personen):

1 kilo Spaanse spinazie
75 gram rozijnen
50 gram pijnboompitten
evt. 100 gram spekblokjes of achterham
peper en zout naar smaak.
1 à 2 lepels olijfolie

Bereiding:

De spinazie wassen en koken totdat deze gaar is.
Een of twee lepels olijfolie in een koekenpan opwarmen.
De pijnboompitten en de rozijnen op laag vuur 1 à 2 minuten al roerend bakken.
De spinazie uit laten lekken, daarna toevoegen aan de pan. Door elkaar roeren, van het vuur afnemen.
U kunt voor het opdienen eventueel wat slagroom toevoegen en door de spinazie heen roeren.
Peper en zout naar smaak toevoegen.

Dit recept is uitstekend zonder vlees, oftewel vegetarisch.
Als u toch behoefte heeft aan vlees kunt u voordat u de pijnboompitten en de rozijnen toevoegt alvast het spek aanbraden of de ham toevoegen.

Als u geen Spaanse spinazie kunt krijgen neemt u maar Nederlandse, die is eigenlijk ook beter dan de Spaanse.