woensdag, januari 30, 2008

Anne Feddema maakt juweeltjes

Kunstenaars kan je vaak beter niet aan het woord te laten. Dat leidt tot een grote teleurstelling. Als ze praten dan beginnen ze over zichzelf in plaats van over hun werk. Ze hebben ze hun talent te danken aan een klap van de mallemolen, een jeugdtrauma, een ongeluk, te veel armoede of rijkdom. En wat ze zelf daar over zeggen is weinig interessant, want van jezelf is het moeilijk afstand nemen.
De kunstenaar heeft zijn creativiteit te danken aan een speling van het lot. Ze zijn speelbal van goden, maar daardoor worden ze zelf geen god, hooguit orakel.

Toch ben ik benieuwd naar wat Anne Feddema te zeggen heeft, want behalve een begaafd schilder is hij ook dichter. Misschien is hij zo gek als een deur, net als Van Gogh, waarmee hij zichzelf in één van zijn werkjes neerzet.

Anne Feddema's schilderijen zijn juweeltjes. Ze zijn zó mooi dat eigenlijk iedereen maar één schilderij per jaar van Anne Feddema zou mogen zien. Neemt u van mij aan: lange rijen zouden zich vormen voor de nationale expositieruimtes. Zijn schilderijen zijn suikergoed, een veelheid van kleuren en details. Met gevoel voor humor en pracht.
Anne Feddema schildert de componist Liszt op een fiets, Mozart op zijn sterfbed, Poesjkin in duel, en Kuifje. Gaat dat allen zien in Museum Bèlvédere in Oranjewoud! Dat museum is zowiezo wel een bezoekje waard. Ik ga nu een dichtbundeltje van Anne kopen, daarover later bericht.
afbeelding: het Poesjkin duel (2004)

zondag, januari 27, 2008

La Cena

Toegegeven, eten is belangrijk. Eten is een primaire levensbehoefte. Maar een krachtig volk, zoals het Nederlandse, onderscheidt zich toch door het vermogen om af te kunnen zien van deze primaire levensbehoefte, door haar opofferingsgezindheid, door eensgezind néé te zeggen tegen de avondmaaltijd, op het moment dat dat ècht nodig is, voor het vaderland. Dat kunnen wij, Nederlanders. En de Spanjaarden niet. En dat is de zesde reden dat wij de Tachtigjarige Oorlog hebben gewonnen.

Carnaval 1590. De stad Breda was sinds 1581 bezet door de Spanjaarden, maar moest nu heroverd worden. De Nederlanders verzonnen een list, gebaseerd op de legende van het Paard van Troje.

Op 25 februari 1590 zouden soldaten in dienst van Oranje zich op een turfschip verstoppen, en ’s nachts Breda binnen varen met het doel de stad te ontzetten. Acht-en-zestig Oranje-soldaten trokken heldhaftig onder leiding van commandant Charles de Héraugière naar het Zwartenbergse Veer, maar wachtten daar tevergeefs op het schip. De schipper, Adriaen van Bergen uit Leur, die zelf de list had bedacht, had zich verslapen. De volgende dag kwam hij wèl opdagen, maar toen was de moed hem in de schoenen gezonken. Twee van zijn neven moesten tenslotte het schip naar Breda varen, waar het uiteindelijk pas op 3 maart aankwam. In de slotgracht van het Kasteel van Breda stootte het schip lek, en met veel pompen wist men het uiteindelijk drijvende te houden.

De soldaten aan boord hadden het koud. Het was een zeer strenge winter. De manschappen moesten zich warm houden met dierenvellen en wollen kleden. Vuur maken konden ze niet, want dan zouden ze zichzelf verraden. De Spanjaarden waren met vier keer zoveel soldaten, maar, u raadt het al, ze waren druk bezig met La Cena, (het avondeten), op deze Carnavalsavond ongetwijfeld vergezeld van een wijntje en een trijntje. De Soldaten van Oranje klommen uit het turfschip en hadden binnen de kortste keren het Kasteel van Breda heroverd. Op dat moment rukte ook de prins met zijn troepen naar Breda om de stad te veroveren. Maar de aanval werd afgekocht. Zo gaven de Spanjaarden zich over, maar konden ze toch nog even lekker dooreten en carnaval vieren.

Als het overgrote deel van de West-Europese bevolking de avondmaaltijd al lang en breed achter de kiezen heeft beginnen de Spanjaarden pas met koken. Door de week eet de Spanjaard zijn avondmaal zo ongeveer tussen 21.00 en 22.30 uur. In het weekend is dat meestal later, vanaf 22.00 uur, maar dat kan uitlopen tot wel 01.00 uur ’s nachts, een enkele keer nog later.

Als we in Nederland een maaltijd missen, dan zuchten we “ach, dan nemen we wel een boterham”, In Spanje is dit vrijwel ondenkbaar. Eten vormt een dusdanig belangrijk onderdeel uit van de Spaanse cultuur, dat niet-eten als een crime wordt beschouwd, een aanslag op het eigen welzijn, op de cultuur, en dus op het Spanjaard-Zijn. Het avondeten is meestal wel wat minder zwaar dan de middagmaaltijd. Ook de Spanjaard neemt tegenwoordig wat lichter en gezonder voedsel tot zich. Het avondmaal is meestal warm eten, dat wel, maar op doordeweekse avonden wordt meestal licht gegeten, bijvoorbeeld een omelet en wat sla, of spaghetti.

In het weekend, en op feestdagen, vooral bij gelegenheden waar vrienden en familie elkaar ontmoet wordt ’s avonds nog wel eens stevig gegeten, compleet met voor-, hoofd- en nagerecht, natuurlijk met een van een wijntje en een stevige borrel achteraf.

De Spaanse keuken is eenvoudig, recht-toe recht-aan, weinig geraffineerd. De Spanjaard houdt niet van sauzen of dingen waar veel ingrediënten aan te pas komen. Hij eet liever een visje of een stuk vlees gebakken in olijfolie, met aardappels, friet of rijst, dan dat hij zich aan exotische gerechten met een veelheid aan onbekende ingrediënten waagt. Na de maaltijd wordt er nog wel veel gepraat, en soms gedanst, of gevreeën. Maar gevochten wordt er niet meer.

woensdag, januari 23, 2008

La Merienda

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 5: “La merienda”.

Dit schilderij van het Beleg van Alkmaar geeft duidelijk te zien: op de voorgrond het Spaanse tentje met de broodjes voor la merienda en op de achtergrond het leger en de stad.

Er bestaan drie hele angstige momenten in het leven van een Spanjaard. Het eerste moment is dat waarop zijn ouders hem vertellen dat de Reyes niet bestaan. De Reyes dat zijn de Drie Wijze Koningen uit het Oosten die de Spaanse kinderen op 6 januari hun cadeautjes brengen. Het Sinterklaasfeest kennen de Spaanse kinderen niet (logisch, want Sinterklaas deelt zijn cadeautjes liever aan aardige Nederlandse kinderen uit).
Het tweede moment is wanneer zijn moeder hem zegt dat hij nu echt te oud is voor la merienda, meestal zo rond het 14e levensjaar.
En het derde moment is dat waarop zijn ouders hem zeggen dat hij nu eindelijk maar eens op moet hoepelen om een eigen woninkje te gaan zoeken (zonder gekheid; tegenwoordig verlaat de gemiddelde Spanjaard pas op 34-jarige leeftijd het ouderlijk huis).

Om 6 uur ’s middags – nee, niet ’s avonds, want in Spanje is het pas om negen uur avond – is het plotseling tijd voor een hapje: la merienda. Moeders roepen hun kinderen naar binnen: “Hay que merendar” , ”Er moet gemerendeerd worden”. Er is eigenlijk geen Nederlandse vertaling voor de merienda. De Engelsen hebben iets vergelijkbaars met hun “High Tea”.
La merienda bestaat vaak uit een glas melk en een boccadillo, of een panecillo. Een bocadillo is een stuk Spaans stokbrood, met daartussen meestal de bekende Jamon (zie Jamon en Hysterie) , chorizo of kaas. Een panecillo is een klein, hard puntbroodje. De Merienda kan ook bestaan uit een of andere pastei (bollería), zoals een donut, of een wafel. Volgens de statistieken eten de kinderen in Spanje tijdens de merienda:

  • bocadillo (65%),
  • bollería (20%),
  • pan con chocolate (20%), (brood met chocola)
  • yogur y fruta (20%), (yogurt en fruit)

75% van de Spaanse kinderen eet la merienda. Aangezien sommige gewoonten moeilijk af te leren zijn willen de volwassenen zich ook nog wel eens schuldig maken aan een merienda. Vooral als het middageten er een beetje bij ingeschoten is.

Nu stelt u zich voor: De Spanjaarden arriveren bij Alkmaar. Hongerig, moe, en duizenden kilometers ver van huis. Wat is dat voor stad?, vragen ze aan hun commandant, Don Fadrique de Toledo.
De Kaasstad, natuurlijk! roept hun commandant. Hier komt de kaas voor de broodjes van de kinderen vandaan. Dan herinneren de Spaanse soldaten zich plotseling hun kindertijd, hoe ze stierenvechtertje aan het spelen waren op het plein, en hoe hun lieve moeder hen om 6 uur naar binnen riep voor la merienda. Daarop vervallen de soldaten in heimwee en er ontstaat zo’n melancholische stemming dat ze niet meer fatsoenlijk kunnen vechten.

Bij Alkmaar begon de victorie. Tot drie maal werden de Spaanse bestormers afgeslagen. honderd-een-en-twintig welvoltallige compagnieën, zestienduizend soldaten waren niet in staat de dappere Alkmaarders te verslaan.

Een citaat uit “Alkmaars beleg” van Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint:
"Het was of deze rustige burgers, deze visschers uit de zeedorpen, deze huislieden, voormaals door ieder krijgsgeschrei opgeschrikt, nu met elke vrees en schroom hadden afgedaan, of zij in gevleeschte duivels herschapen waren, die maar één vast denkbeeld hadden: weerstand bieden; zij stormden tegen de bestormers in, in de bres stelde ieder het eigen lijf ten bolwerk, zij verweerden zich met alle wapenen die onder hun bereik waren. Die geen vuurroer had trok zijn mes, die geen spies had greep de zeis of den dorschvlegel; wien de arm was afgeknot, sloeg de tanden in het lichaam van zijn tegenstander: niemand week van de wallen in die volle vier uren strijds, tenzij hij dood of gekwetst van daar werd gedragen.
"

Duveltjes waren het die Alkmaarders.

zondag, januari 20, 2008

Symmetrie slaat toe!

Foto: Sinds vanmiddag heb ik een ècht Nederlandse vensterbank.

Tijdens mijn zondagse wandelingetje valt het me op dat in Nederland het symmetrisch denken heeft toegeslagen. Terwijl door het dorp loop kijk ik naar de ramen van de huizen. Voor bijna alle ramen staan, gebroederlijk naast elkaar, twee vazen, of twee kandelaars, twee bloempotten.
Ik vind het verontrustend, grijp naar mijn mobiel en bel een bevriende dame. “Wat heeft dat te betekenen?”, vraag ik. “Beinvloedt kunstmatige inseminatie nu ook al het Nederlandse interieurontwerp? “.
”Nee”, antwoordt ze, “Jan des Bouvrie heeft dat bedacht”. Ze legt uit dat die symmetrie harmonie brengt en rustgevend elementen oplevert. Ik bedank haar en wandel verder.
Ooit heb ik geleerd dat de geometrische figuren in het aardewerk bij de Oude Grieken duidde op een cultuurverarming. Zou deze symmetrie ook duiden op een terugslag? Vast wel.

Hoera! Duveltje heeft het gebracht tot nummer 150 in de Blog50 van categorie van persoonlijke weblogs. Blog 50 is de index van de meest populaire Nederlandstalige blogs in Nederland en België. En in de totaalrangschikking sta ik op 741.

Ik ben euforisch en spring een gat in de lucht. Wat een succes met mijn schrijfsels! Maar dan begin ik er eens over na te denken. Betekent dit dan mijn virtuele identiteit mijn echte identiteit aan het overstijgen is? Mijn virtuele identiteit wordt belangrijker dan mijn “echte” aanwezigheid in deze wereld. Want in het dagelijks leven kent niemand mij. Terwijl mijn virtuele identiteit hoe langer hoe duidelijker aanwezig lijkt begint mijn echte lichaam te verdwijnen. Het lijkt wel een verhaal van Marten Toonder. Wie ben ik dan? Of ben ik twee? En waar houdt dit op?

Jarenlang heb ik minachtend gedaan over al diegenen die zich zonodig moesten verschuilen achter een virtuele identiteit. Kijk naar al die kinderen, waaronder mijn Opzetzoon, met MSN Messenger. Geen één heet er meer Alfredo, Pedro, Herman of Jaap. Ze hebben allemaal bijnamen. Niemand is zichzelf.
Waarom heb ik dan een alias, nick, pseudoniem zo u wilt, gekozen? Ach, u moest eens weten! Misschien dat ik er ooit eens over uit zal wijden, maar neemt u maar aan dat er een serieuze reden voor was. In Spanje zijn de mensen wat minder begripvol dan in Nederland. Bovendien, ná Hirsi Ali denk ik niet veel kans te maken op een adequate beveiliging van overheidszijde.

Ik word heen en weer geslingerd tussen twee landen. Spanjaard ben ik zeker niet, maar Nederlander ook niet meer. “Mijn vaderland is waar ik inlog”, zo schreef Jacob van Kokswijk een paar jaar terug. Voor mij wordt het nu “Mijn vaderland is waarop ik inlog”, met andere woorden, het Internet is mijn vaderland.

Die symmetrie, misschien heeft het wat te maken met het ontkennen van die schizofrenie? Je bent net als een van die witte vazen die daar achter de ramen staan en ter bevestiging zet je het spiegelbeeld er tegenover neer. Nee, nee, zo simpel kan het niet zijn: die symmetrie is gewoon weer zo’n typisch Nederlandse hype. En als ik me Nederlander wil voelen, dan kan dat. Dan moet ik gewoon meedoen. Identiteit is gewoon te koop bij Jan des Bouvrie. Ik moet even snel twee van iets aanschaffen en die in voor het raam zetten. Helaas,.. het is zondag en de winkels zijn hier dicht.

Dan maar gauw iets geïmproviseerd en in de vensterbank neergezet. Het helpt, ik voel me weer een stuk beter. Zo kan ik gewoon weer door met mijn blog!

donderdag, januari 17, 2008

La Siesta


In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 4: La Siesta.

Foto: Net als in Nederland worden tegenwoordig ook in Spanje 65-plussers weer actief ingezet in het arbeidsproces.

Het Spaanse volk is een van de weinige volkeren die het nietsdoen tot cultuurgoed heeft verheven. Natuurlijk, in het zonnige zuiden van Spanje loopt de temperatuur in de middag hoog op en met 35 graden en is het heel onprettig om een akkertje om te moeten ploegen. Dáár vormt die siësta een terechte onderbreking van het werk. Maar in het midden en noorden van Spanje is er nauwelijks een excuus voor een werkonderbreking van soms wel twee of drie uur. Ook in Spanje is de airconditioning geïntroduceerd en zou men Europese arbeidstijden kunnen hanteren.

Niet elke Spanjaard “slaapt” de siesta. Er zijn er ook die alleen maar eten en daarna even iets anders gaan doen. Wát precies,dat blijkt vaak een raadsel. Vraag een Spanjaard wat hij tijdens de siësta heeft gedaan en je krijgt meestal een onduidelijk antwoord. Een groot deel van het mystieke leven van de Spanjaard speelt zich af tijdens de siesta.
Als de mogelijkheid bestaat om een bed op te zoeken, dan zal de gemiddelde Spanjaard een kort dutje doen. Zo niet dan brengt hij de tijd door in een restaurant of cafetaria in de nabijheid van zijn werkplaats of kantoor. De overspelige Spanjaard maakt natuurlijk driftig gebruik van de siësta. Eén op de tien getrouwde vrouwen heeft volgens de statistieken een buitenechtelijke relatie, terwijl dit bij de mannen tot één op de twee zou oplopen.

De siesta beïnvloedt de door Het Ontbijt en La Comida toch al zo inefficiënte arbeidsleven op zeer nadelige wijze. Denk alleen al aan het, in Nederland ook niet onbekende, fenomeen van de TeLaatKomers en de WegGlippers. In plaats van één keer te laat komen, wordt het nu twee keer te laat komen, en degenen die bij ons slechts de kans krijgen om één keer te vroeg van het werk weg te glippen, moeten dat nu twéé keer doen. Het gewezen vervoermiddel in Spanje is de auto. Dus twee keer per dag op een neer naar het werk met de auto is geen uitzondering. Twee keer zoveel benzine verstoken, en twee keer een parkeerplaats zoeken in een druk stadscentrum.

Gelukkig hebben de Spanjaarden onderling veel begrip voor deze moeilijke indeling van hun arbeidstijd. “Ah, kom je vandaag wat later, Alfredo, … natuurlijk jongen, geen probleem, “, zegt Pedro. En de volgende dag neemt Pedro de telefoon op en zegt tegen Alfredo: “een half uurtje later,.. nee, dat redden we wel zonder jou .. “.
Zo ging het natuurlijk ook met de soldaten onder Alva. De aflossing van de wacht bracht aardig wat problemen met zich mee, waardoor onze Geuzen en Soldaten van Oranje genadeloos toe konden slaan.

vrijdag, januari 11, 2008

La Comida

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 3: La comida.

Op de foto, gemaakt tijdens de Tachtigjarige Oorlog, en wel op 6 juli 1600, is goed te zien hoe de Nederlandse soldaten tijdens de lunch gewoon doorgingen met vechten. De Spanjaarden zijn in geen velden of wegen meer te bekennen.

De Spaanse werkdag wordt aardig in de war gegooid door de ontbijtcultuur, maar de productiviteit wordt nog eens extra aangetast door la comida, oftewel het Spaanse middageten. Veel Spaanse kantoren zijn vanaf ongeveer 2 uur tot 4 uur ’s middags gesloten.

In 1986 kwam Spanje bij de Europese Unie. Internationale contacten namen toe en in sommige gevallen betekende la comida een dusdanige aanval op de productiviteit dat bedrijven noodgedwongen overgingen tot het invoeren van een ‘”horario Europeo”, een Europees werkurenschema. Op veel kantoren is heeft men echter vastgehouden aan de Spaanse traditie. Er moet gegeten worden, en goed ook. Het ene kantoor gaat om half twee ’s middags al dicht, het andere om twee uur, en anderen om half drie of om drie uur. Winkels gaan meestal om twee uur dicht en daarna om vijf uur weer open.

Een baan als ambtenaar is in Spanje nog steeds een felbegeerde positie. Het salaris is redelijk, vaak zelfs beter dan in het bedrijfsleven en het aantal te werken uren is minimaal. De werkuren van de ambtenaren liggen namelijk veelal tussen 08.00 en 14.00 uur. Na 14.00 uur werken de meeste ambtenaren al helemaal niet meer, met als uitzondering natuurlijk politie, belastingdienst en nog wat andere overheidsdiensten. Banken zijn bijna zonder uitzondering alleen ´s ochtends open.

Al die verschillende openings- en sluitingstijden zijn natuurlijk een excuus om zo weinig mogelijk te hoeven werken. Om de verwarring nog completer kunnen te maken gaan er nu stemmen op voor het invoeren van twee verschillende tijdzones op het Iberische Schiereiland.

Terug naar het eten. De gemiddelde Spanjaard begint om een uur of één last te krijgen van opkomende honger en schuifelt onrustig en knorrend op zijn stoel heen en weer tot het moment waarop hij zich eindelijk huiswaarts mag begeven om aan la comida te beginnen.

De Spaanse lunch neemt zijn aanvang ergens tussen één en vier uur ’s middags. Soms wordt de lunch voorafgegaan door het nuttigen van enkele tapa’s in een bar, doch dit is doorgaans alleen het geval op vrije dagen. In Nederland bestaat nogal wat misverstand omtrent de tapa’s. De tapa’s die wij hier in de supermarkt kopen hebben weinig te maken met de Spaanse tapa’s. Ik zal daar een andere keer wel eens een artikeltje aan wijden. Net zomin als een Japanner dagelijks rauwe vis eet, zo eet een Spanjaard niet iedere dag tapa’s. De Spaanse keuken verschilt sterk van streek tot streek, maar over het algemeen nuttigt een Spanjaard een voorgerechtje, in het Spaans Entrada, bijvoorbeeld een Ensalada Verde (een salade bestaande uit sla, tomaat, ui), en vervolgens vlees, of vis, met aardappelen of rijst, en daarna een Postre (nagerecht). Gedurende het middageten mag best een wijntje of een biertje worden gedronken. Vervolgens wordt de maaltijd afgesloten met een kopje koffie, of een carajillo (koffie waarin een scheut sterke drank is gegoten). Na het eten volgt, voor zo ver dat mogelijk is, de siësta, een middagslaapje, dat varieert in lengte van 15 minuten tot maar liefst 2 uur.

Na het eten neemt de Spaanse bedrijvigheid stevig af. Twee keer deed ik een telefonische interviewronde onder klanten van het bedrijf waar ik werkte. Slechts 10 procent van onze klanten was na de siësta nog te bereiken. De rest was blijkbaar in het eten of in de siësta blijven steken.

Bekend is ook het fenomeen van de vallende bouwvakkers. Aangeslagen door het vele eten en de genuttigde alcohol is het moeilijk om op een gammele steiger je evenwicht te houden. In 2006 kwamen er in Spanje 1352 dodelijke bedrijfsongevallen voor. In Nederland waren dat er ongeveer 75. Verhoudingsgewijs betekent dat dat er in Spanje ongeveer 6 x zoveel mensen om het leven komen bij bedrijfsongevallen.

Van hun eetgewoonten wijken de Spanjaarden slechts bij hoge uitzondering af. Ziet u een toerist om een uur of één ’s middags de menukaarten van een restaurant in Amsterdam verkennen, dan kunt u er vrijwel zeker van zijn dat het een hongerige Spanjaard betreft. Wilt u files op de Spaanse snelweg vermijden? Reis dan tussen twee en vijf uur ’s middags.

Bijna onnodig om te vermelden dat in de Tachtigjarige Oorlog ondanks het feit dat de Spaanse troepen talrijker waren, beter uitgerust en getraind, de Spaanse gevechtskracht dankzij het Spaanse middageten enorm afnam. Voeg daar nog bij het ontbreken van de benodigde ingrediënten voor het bereiden van de Spaanse maaltijden, zoals olijfolie, spaanse pepers, en tomaten. U kunt zich het funeste effect op het Spaanse moreel zeker voorstellen.

donderdag, januari 10, 2008

Spaanse Koffietijd

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deze keer: “El desayuno”.

Eigenlijk maakt eten zo’n belangrijk onderdeel uit van de Spaanse cultuur dat het als één volledige reden voor de ondergang van Spanje in de Tachtigjarige Oorlog zou kunnen worden genoemd.
Het zou echter zonde zijn de ruimte die het onderwerp mij biedt zodanig te verkwisten. Daarom maak ik van eten de volgende afzonderlijke onderwerpen: el desayuno (het ontbijt), la comida (het middageten), la merienda (tussen middageten en avondeten in), la cena (het avondeten), waarbij ik vervolgens tussendoor nog la siesta (het middagslaapje) zal behandelen.

Een ieder die op een Spaans kantoor heeft gewerkt kent het “vamos a tomar un café” (“we gaan een kopje koffie drinken”). 's Ochtends, niet lang nadat iedereen op kantoor is gearriveerd, meestal om een uur of tien, staan de eerste Spanjaarden al weer op en kondigen aan dat ze een kop koffie gaan drinken. Een echt Spaans ontbijt bestaat niet. Het Spaanse ontbijt bestaat veelal uit een café con leche (koffie met veel melk, oftewel een koffie verkeerd) met een croissant of een ander soort pasteitje met chocola of andere zoetigheid.

Iedere Spanjaard maakt er een sport van om zijn eigen maatwerkkoffie te bestellen. Zo kijkt geen enkele ober op van: “Por favor, un café con leche, pero largo de café y con poca leche, la leche un pocito templada, y si puede ser con sacharina en un vaso en vez de una taza”. ("Alstublieft, een koffie met melk, maar met véél koffie en weinig melk, en de melk een beetje lauw en als het kan met sacharine in een glas en niet in een kopje”).

Het koffiekwartiertje loopt al gauw uit tot een halfuurtje, waar niemand bezwaar tegen kan maken, zelf de baas niet. Die doet zelf het hardste mee, want om de haverklap is hij met een relatie naar de bar om de hoek, waar hij nog een kopje koffie neemt. Komt het ene groepje terug uit de dichtstbijzijnde koffiebar (veelal met Granja aangeduid), dan vertrekt het volgende groepje. De communicatie op de Spaanse kantoren verliep daarom tot de komst van de email uiterst slecht. Op kantoor zelf wordt nauwelijks koffie gedronken. De Spanjaard is een sociaal wezen en met een automaat is het slecht ouwehoeren.

U kunt zich voorstellen wat deze koffiedrinkgewoonte voor effect had bij de belegering van Alkmaar of Leiden. Voor degenen die Spaans willen leren spreken beveel ik nog even deze cursus aan. Het is wel een oude maar nog steeds leuk.



maandag, januari 07, 2008

Samenzweringstheorietjes

In de serie “80 redenen waarom de Spanjaarden de Tachtigjarige Oorlog verloren hebben” :
Reden 1: gebrek aan eensgezindheid.
Op de foto: Lord Mountbatten

Gebrek aan eensgezindheid is de Spanjaarden niet vreemd (zie ook mijn blogje voor of tegen de vrijheid).
De verdeeldheid in de Spaanse politiek wordt ook wel aangeduid met “la crispación”, dat in het Nederlands vertaald kan worden met verkramping.
Het Spaanse koningshuis is sinds de val van Franco een van de weinige krachten geweest die leek te werken aan de eenheid van Spanje. Helaas voor de monarchen ligt het koningshuis het laatste jaar nogal onder vuur. Nationalisten vinden de koning een symbool voor de centraliserende macht van Madrid. Natuurlijk klopt dat. Het zijn de Reyes Católicos die van Spanje één land hebben gemaakt. Rechts Spanje vindt de koning te links, want hij lijkt beter met de socialisten te kunnen opschieten dan met de rechtervleugel van de politiek.
Links Spanje zag de koning jarenlang als degene die na de dood van Franco succesvol had bemiddeld tussen de fascisten en de nieuwe democraten, en daarmee een drijvende kracht achter de moderne Spaanse democratie was. Maar dit krediet heeft de koning inmiddels verteerd en nieuw links ziet de monarchie als een geldverslindend relikwie uit vroeger tijden.
Daar komt nog bij dat Juan Carlos in zijn jongere jaren een bon vivant was, die er - volgens geruchten - wat buitenechtelijke relaties op na hield. Door het volk wordt hij omschreven als “cachondo”, oftewel ondeugend. Vroeger werd hem dat niet aangerekend (ondeugd wordt door veel Spanjaarden juist als een positieve eigenschap beschouwd), maar tegenwoordig werkt het in zijn nadeel.
Nu circuleert in Spanje in linkse kringen het verhaal dat het incident met Hugo Cháves geheel doorgestoken kaart was. De koning zou expres het conflict met Chaves hebben gezocht. Door de aanvaring met de Spaanse koning verloor de Venezuelaanse president tenslotte zoveel stemmen dat hij de verkiezingen verloor.
Dit veronderstelt een band tussen het Huis van Bourbon en de regering Bush.
Die banden waren er vroeger wel. Lord Louis Mountbatten was een neef van de koning en reisde begin jaren ’70 Washington om daar met president Nixon te onderhandelen over Amerikaanse steun aan het Spaanse vorstenhuis. Diezelfde Lord Mountbatten zou voor de CIA hebben gewerkt en werd in 1979 vermoord door een bomaanslag van de IRA. De IRA zou weer banden hebben met ETA.
Nu begin ik een beetje op Willem Oltmans te lijken, dus ik zet er hier een punt achter.

zondag, januari 06, 2008

Het wordt een fijn 2008!

Het schilderij van Velazquez dat de overgave van Breda in 1625 weergeeft wordt in het Spaans ook wel Las Lanzas (de lansen) genoemd.

Op 31 januari 1608, vierhonderd jaar geleden, zette de Spanjaard Ambrogio Spinola, Marqués de los Balbases, voet aan wal in Rotterdam. Met zijn komst begon een nieuwe fase in de Tachtigjare Oorlog, en zonder hem was die oorlog misschien wel heel anders afgelopen.

In Spanje laat ik mij nog wel eens een opmerking over de Tachtigjarige Oorlog ontvallen. “Geen wonder dat jullie die verloren hebben!” roep ik dan. Dat leidt bij Spanjaarden tot wat verwarring. Ze zijn weten helemaal niets van een oorlog met Nederland die tachtig jaar duurde. Ja,..ze weten wel dat er ooit wat problemen waren, ergens daar in het noorden van Europa.

In 1998 was het vierhonderd jaar geleden dat Filips II stierf. Toen werd er in de Nederlandse kranten ook geschreven over deze Spaanse onverschilligheid ten opzichte van de strijd tegen de Lage Landen.

Voor iemand die

  • 1566 – aanbieden van het smeekschrift aan Margaretha van Parma
  • 1568 – slag bij Heiligerlee, begin Tachtigjarige Oorlog
  • 1 april 1572 – verovering van Den Briel
  • 1574 – slag op de Mookerheide
  • 8 februari 1575 – Leids Ontzet
  • 8 november 1576 – Pacificatie van Gent
  • 1579 – Unie van Atrecht, Unie van Utrecht
  • 10 juli 1584 – Willem van Oranje vermoord door Balthasar Gerards
  • 1588 – Spaanse Armada verslagen
  • 1600 - Slag bij Nieuwpoort
  • 1609 – 1621 Twaalfjarig bestand
  • 1648 – vrede van Muenster, einde Tachtigjarige Oorlog

uit zijn hoofd heeft moeten leren is dat moeilijk te verteren.

De afgelopen veertien dagen trok ik met mijn Spaanse vrouw en Opzetzoon naar Brussel en daarna naar Parijs. Op weg kwamen we langs Breda.
'Breda!', riep mijn vrouw enthousiast. 'Dat ken ik van een schilderij van Velazquez, de overgave van Breda!
'Ja, dat was de Tachtigjarige Oorlog', zeg ik.
'Welke oorlog?' vragen vrouw en Opzetzoon. Een oorlog van 80 jaar, Spanje tegen Nederland, … Filips II, Alva,.. 16e en 17e eeuw.
'Ah', mompelen ze, verbaasd maar tegelijkertijd ongeïnteresseerd.

`En,.. wie won er nou bij die slag van Breda?` vraagt mijn vrouw.
`Nou, zeg ik, gezien het een schilderij is van Velazquez dat nog steeds in het Prado hangt kan je er wel vanuit gaan dat jullie die slag om Breda hebben gewonnen`.
“Nee hoor”, zegt ze, “volgens mij verloren we die”.
`En waar logeren jullie in Nederland vraag ik?`.
`In Bitzerzog`, zegt mijn vrouw.
`In Bletsterzak` zegt mijn Opzetzoon.
`Na drie maanden kunnen jullie nog steeds de naam van dat dorp niet uitspreken`, roep ik.
`Vinden jullie het gek dat jullie die Tachtigjarige Oorlog verloren hebben? Luiheid, domheid, vergeetachtigheid! Ik kan wel tachtig redenen bedenken waarom jullie die Tachtigjarige oorlog hebben verloren!`
Genoeg mijn blog mee vol te schrijven in 2008, zo denk ik gelukzalig.

  • 1567 vertrekt Willem van Oranje na de beeldenstorm uit Breda, daartoe gedwongen door de oprukkende troepen van Noircarmes.
  • 1577 verlaten de Spaanse troepen Breda en trekken de troepen van Oranje de stad weer binnen.
  • In 1581 wordt Breda opnieuw bezet door de Spanjaarden
  • Op 4 maart 1590 veroverde kapitein Charles de Héraugière voor Prins Maurits Breda op de Spanjaarden, door de beroemde list met het turfschip.
  • In 1624 en 1625 wordt de stad belegerd door de Spaanse veldheer Ambrosius Spinola, en op 5 juni 1625 geeft de stad zich over aan de Spanjaarden.
  • In 1637 wordt Breda uiteindelijk weer terugveroverd door Frederik Hendrik.

dinsdag, december 18, 2007

Zwarte Kerst

Van de week verschenen er foto’s van de ramp voor de kust van Zuid-Korea, zoals deze hierboven. Door de kleuren en de opstelling van de figuren krijgt de foto - heel misplaatst - iets feestelijks.

Januari 2003 maakten ik met mijn vrouw en zoon een uitje naar het plaatsje Muros, een dorpje dat is gelegen op zo’n 100 kilometer onder La Coruña. Het was geen gewoon uitje.
Op 19 november 2002 verging iets zuidelijker de olietanker de Prestige. Hoewel het ramptoerisme ons tegen de borst stuit, leek het ons toch een goed idee om onze zoon te confronteren met een andere realiteit dan die van zijn Playstation. Op ongeveer 2 kilometer van de kust was de misselijke makende stank van olie al allesoverheersend. Ter plekke aangekomen zagen we de zwarte drap op de rotsen, en een paar mensen die daar moedig bezig waren om er wat van weg te krabben. We hielden het er niet lang uit. Zwaar gedeprimeerd keerden we terug naar huis.

De Spaanse regering zette die eerste dagen na de ramp slechts 350 man in, voor een kustlijn van 33 kilometer. Later bleek dat 190 kilometer kust met olie was vervuild. Deze mensen droegen geen beschermende kleding, anders dan die zijzelf hadden georganiseerd. Daarna begint een enorme vrijwilligersbeweging op gang te komen. Mensen stromen toe, bewoners van de dorpen langs de kust zelf, mensen uit andere delen van Spanje, en mensen uit andere landen. Op 2 december komt een rapport naar buiten waarin staat dat de olie zeer giftig en kankerverwekkend is. Op dat moment zijn al honderden mensen in behandeling vanwege vergiftigingsverschijnselen, overgeven, irritatie van huid, keel en ogen, duizeligheid, etc.. Greenpeace schetste de mogelijke lichamelijk schade die de olie op lange termijn zou kunnen hebben zoals blijvende aantasting van het zenuwstelsel, long- en huidkanker.

Ook in Korea zijn het weer de mensen uit de dorpen uit de kust en de vrijwilligers die hun gezondheid, misschien wel hun leven op het spel zetten om de kust weer schoon te maken. Het zal weer maanden duren voordat ze daar mee klaar zijn. In 2002 was het in Galicië, in 2007 in Zuid-Korea, een zwarte kerst.

zondag, december 09, 2007

Vóór klimaatverandering

plaatje: het Laatste Oordeel door Hieronymus Bosch (1450-1516)
Bent u vóór klimaatverandering? Kan dat dan,vraagt u zich af. Jazeker! Duveltje is namelijk vóór klimaatverandering. Wèg met die hysterie. Van de week las ik - in de wachtkamer, bij de dokter - in een modern Nederlands mannenblad een interview met Jan Mulder. Jan riep dat hij tegen “die windmolenhysterie” was . Lelijk, zo vond hij die windmolens. Nee, dan liever één grote kerncentrale, dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Jan Mulder heeft meestal gelijk, waar hij het ook over heeft, dus het kan geen kwaad om er nèt zo over te denken.
Ook Duveltje ziet alleen maar voordelen. Nederland wordt een land met een Middellandse Zeeklimaat. Al die toeristen die nu nog naar Spanje gaan komen straks hier naar toe. Het lelijke polderland stroomt onder en er komen nòg meer stranden bij. En Nederland biedt natuurlijk kwaliteitstoerisme, iets waar die Spanjaarden, Grieken en Italianen niet toe in staat zijn. We krijgen een zuidelijk karakter, dat is gezellig. En het voetbal is in die landen ook veel beter. De poolkappen smelten langzaam weg, en daardoor kan er straks weer geboord worden naar de olie die zich nu nog onder de poolkappen bevindt. Dan zijn we minder afhankelijk van die enge arabieren. Wie had er nu iets aan die poolkappen? Bovendien is George Bush nu ook tegen klimaatverandering. En als Bush ergens tegen is, dan ben ik juist vóór. En die Al Gore die ziet er ook te gelikt uit.
Duizenden diersoorten verdwijnen, maar daar zit ik ook niet mee. Er blijven er nog duizenden over. In Nederland schijnen everzwijnen te leven. Ik heb nog nooit één everzwijn gezien. Mist u de dodovogel? Ik kan me mijn leven zonder pandaberen wel voorstellen.

In mijn nieuwe woning moet ik een voorschotbedrag betalen van 288 euro aan gas en elektriciteit. Dat is bijna evenveel als ik aan huur betaal. In de krant lees ik dat er nog tot 2080 genoeg gas uit de Groningse bodem gewonnen kan worden. Al in de zeventiger jaren hoorde ik dat dat gas na 25 jaar op zou zijn. Ik ben jarenlang voorgelogen. Ik moest zogenaamd zuiniger omspringen met energie. Maar toch verstoken we ieder jaar meer gas, en verbruiken we telkens meer elektriciteit. De winkels liggen vol met steeds meer onnodige elektrische apparaten, energieverkwistende hebbedingetjes. Als er echt een probleem zou zijn, dan zou de overheid al lang een verbod hebben afgekondigd op de verkoop van binnen- en buitenkerstverlichting, doucheradio’s, daglichtsimulatoren, stoomreinigers, massageapparaten en andere flauwekul.
Steeds zuiniger en toch steeds meer betalen. Ik doe er niet meer aan mee. Dan maar lekker verkwisten en nòg iets meer voor energie betalen. Ik bezuinig voorlopig op kleding en op eten.
Als het binnenkort warmer wordt dan verstook ik wel weer wat minder.
Zorgen voor het nageslacht? Ik heb geen kinderen, dus ook geen nageslacht. Bovendien zie ik dat het nageslacht van de anderen zich helemaal geen zorgen maakt over de natuur en zich voornamelijk als goedopgeleide consument gedraagt. Daarom gooi ik van nu af aan al het afval weer bij elkaar, draai ik de kraan niet meer zo snel mogelijk dicht, douche ik zo lang ik wil, laat ik de verwarming aan staan als ik boodschappen ga doen, schaf ik geen spaarlampen meer aan.
En als het dan tòch helemaal mis mocht gaan, dan komen die Jehova’s en andere einde-der-tijden-aanhangers ook een keer echt aan hun trekken. Eindelijk een Laatste Oordeel met alles erop en eraan. Hebben ze toch verdiend na al die jaren met die krantjes langs de deur. In weer en wind. Windmolenhysterie!

dinsdag, december 04, 2007

Beslissen doe je niet zó


(foto boven: Jolet als ze mocht kiezen hoe ze eruit kon zien- foto beneden: de èchte Jolet.)
Nu onze vorsten zo boos zijn, slaat die boosheid natuurlijk ook een beetje over op het plebs, het gewone volk, zeg maar. Ik huurde een professionele klusjesman in om een werkkamertje te bouwen. Hij ging driftig aan de slag en timmerde het geheel af met balkjes en met gipsplaten en isoleerde het geheel met glasvezel en andere rommel. Door de isolatie-actie kromp de kamer.
Nadat de klusjesman was vertrokken kwam ik erachter dat door de deur van de kamer niet meer dichtging. Ik belde de vakman op en zei voorzichtig: “misschien dat u er eens over na kan denken hoe we dit op kunnen lossen”. Hij werd boos en sprak: “U kijkt alleen maar naar wat er mis is gegaan! Heeft u niet gezien hoe mooi het behang er op zit?”
“U heeft gelijk”, stamelde ik, verrast, en ik hing de hoorn op de haak. Iedereen heeft recht op zijn eigen boosheid, dacht ik. Als Bea boos mag zijn, dat mag de klusjesman dat ook.
Toen ik afgelopen zaterdag door de Volkskrant bladerde stuitte ik op een artikel onder de titel “Beslissen doe je zo” van Jolet Plomp, E-Coach beslissen. En ik werd boos. Hoewel het eigenlijk te min voor woorden is. “Beslissen is hot”, zo begint het artikel. Natuurlijk is dat alleen al absolute flauwekul. Vervolgens gaat ze door: “Beslissen is leuk, het hoort bij onze welvaart en daar hebben we hard en doelbewust naar toegewerkt. We kunnen en mogen veel meer kiezen dat vijftig jaar geleden”.
Mensen opgelet, weest waakzaam, dit is rioolpsychologie! Het is juist dit soort zich prostituerende wetenschappers, zichzelf verkopend onder de naam E-Coach, waartegen de maatschappij beschermd zou moeten worden. Keuze veronderstelt vrijheid. De keuzes waarmee de huidige maatschappij ons opzadelt hebben echter niets met vrijheid te maken. Integendeel, ze simuleren vrijheid. Een vriendin van mij bezocht laatst een wat minder ontwikkeld land. “Heerlijk”, riep ze, toen ze terug was. “Er was maar één soort frisdrank te koop in de winkel, ik hoefde niet te kiezen tussen vijftig soorten zoals hier in de supermarkt”. De kapitalistische maatschappij schept een schijnvrijheid. We mogen kiezen tussen vijftig verschillende frisdranken, twintig soorten shampoo en als we geld hebben tussen honderden verschillend vakanties, maar over veel belangrijke dingen mogen we helemaal niet beslissen, en niet kiezen. Zo mogen de meeste mensen niet kiezen of ze morgen gaan werken of een vrije dag nemen, of ze om negen uur willen beginnen met werken of om twaalf uur ’s middags. In veel gevallen beslist iemand anders wanneer je met vakantie of met pensioen mag. Beslissen of je dood wil als je een ernstige ziekte hebt, of beslissen dat je van je partner gaat scheiden, met alle problemen vandien; “beslissen is hot” en “beslissen is leuk”.
Dan: “Mensen zijn gebouwd op schaarste – elke kans pakken in een ongewisse omgeving. Toen de mensen op de savanne rondtrokken, lang geleden, was dit de beste overlevingsstrategie”. Mevrouw Plomp heeft misschien tijdens haar studie geput uit “Winnetou en Old Shatterhand”?
Tenslotte citeer ik nog één stukje (anders word ik te boos): “Uiteindelijk stommelen we allemaal maar wat rond. Soms leidt een keuze tot mooie dingen, en soms valt het enorm tegen”. Hoe kan je jezelf nu overleveren aan zo’n onbenul?!
Jolet heeft er ook een boekje over geschreven. Dat moet verkocht worden. En Jolet heeft besloten dat het boekje beter verkoopt met de foto van een mooie jonge vrouw op de voorkant dan met haar oude, lelijke kop. Jaaaa, Jolet kan zelf héél goed kiezen.

woensdag, november 28, 2007

Wie is er bang voor de Boze Bea?


illustratie: Koning Willem II was een vrolijke man, maar soms was hij ook wel eens boos.

De Spaanse Juan Carlos was boos, en nu is onze koningin ook al boos. Is er sprake van een kleine herfstdepressie onder de Europese monarchen? Zijn ze zo geprikkeld door een tekort aan licht, of is het misschien een roep om aandacht?
Vroeger was het sidderen en beven als de koning boos werd. Voordat je het wist hing je dan aan een galg of lag je hoofd in een mandje onder een guillotine. Dat is gelukkig niet meer zo. Waarom is Bea boos? Omdat er een boek is verschenen over haar voorvaders Willem I, Willem II en Willem de zoveelste waarin vooral akelige dingen over de familie naar voren komen. Dat vindt Bea eenzijdig.
Beatrix is zelf een van de beste marketeers die het Oranjehuis ooit gekend heeft. Ze lijkt vriendelijk, gematigd progressief (als ze mocht stemmen dan zou het D’66 worden, zo werd er ooit beweerd) en haar carriere is vlekkeloos verlopen, zeker in vergelijking met die van haar moeder, koningin Juliana en haar vader Prins Bernhard en helemaal vergeleken bij die grootvaderen. De kroonprins komt trouwens over als een echte zoon van zijn moeder, al even onbezorgd, energiek, vrijwel altijd met een glimlach en getrouwd met de juiste echtgenote.
De beste verkoopstunt van het koningshuis was het handhaven van de verjaardagsfeestdag op 30 april nadat Juliana in 1980 afstand deed. Vooral dankzij de de vrijmarkt is koninginnedag sindsdien uitgegroeid tot dé belangrijkste feestdag. Want waar worden Nederlanders blij van? Juist: van zwart geld bijverdienen op hun vrije dag. Dáár heeft Maxima ook aan gedacht bij die affaire over de Nederlandse identiteit, maar natuurlijk niet uitgesproken.
Natuurlijk is het koningshuis één grote poppenkast. Duveltje vraagt zich af: zou een republiek ons meer opleveren? Kijk naar Italië, dat is toch een zootje. Of Frankrijk: corruptie en auto’s in brand. Nee, dan liever een constitutionele monarchie. Een poppenkast, maar wel een feestelijke poppenkast! Daarom spreken we af dat onze vorsten in de herfst even boos mogen worden. Geeft helemaal niet. Even boos, heel eventjes, een weekje boos. Mag.

dinsdag, november 27, 2007

Het gebaar van Juan Carlos

“Porque no te callas?” zei de Spaanse koning Juan Carlos tegen de president van Venezuela, Hugo Cháves. Op het NOS-journaal en in de dagbladen werd dat vertaald als “Houd je waffel eens even”. Feitelijk niet correct, maar ik moet toegeven, de vertaling is geen makkelijke klus. Callar betekent zwijgen. “Waarom zwijg je niet eens even?”, klinkt veel te plechtig in het Nederlands. Je zou kunnen zeggen: “Waarom houd je niet even je mond?”, hetgeen een betere vertaling zou zijn. De beledigende toon wordt gezet doordat de koning de president tutoyeert, en niet door het gebruik van het werkwoord callar. Callar is gewoon taalgebruik, niet ordinair, en op zich niet beledigend.
In Spanje weten ze niet zo goed wat ze ervan moeten denken. De stemming onder sommige nationalisten, zoals de Catalanen, was de laatste tijd toch al aardig anti-monarchistisch. Juan Carlos was voor eerdere generaties het boegbeeld van Spanje, omdat hij er persoonlijk voor zou hebben gezorgd dat Spanje in de zeventiger jaren een vlekkeloze overgang van fascisme naar sociaal-democratie meemaakte. Nú zeggen de jongere anti-monarchisten dat hij destijds vooral de plaats van het Spaanse koningshuis veilig wilde stellen. Het verleden, en daarmee ook het fascisme wordt met de Ley de la Memoria ("Wet van de Herinnering") eindelijk bespreekbaar. In dit tijdperk, waarin Catalanen, Basken, en Galiciers fel naar autonomie streven, is het incident met Chaves koren op de molen van de republikeinen.
Het was op zichzelf al een rare situatie. Chaves is de meest linkse president van Zuid-Amerika. Hij voert voortdurend een psychologische oorlog tegen de Verenigde Staten. De voormalige president van Spanje, Aznar, steunde de USA onvoorwaardelijk in de oorlog tegen Irak. Uiteindelijk betekende dit de politieke ondergang van Aznar na de aanslagen in Madrid van 11-M. Geen wonder dat Chaves uithaalt naar Aznar. Zapatero is een president die voortdurend het compromis zoekt en graag vriendjes blijft met de oppositie. Hij verdedigt daarom in het openbaar zijn voormalige politieke vijand Aznar, en de koning vindt dat Chaves zeurt en laat dit duidelijk merken.
“In wat voor land leven we toch?”, verzucht mijn vrouw. Ach, zeg ik, toch leuk?! Die koning van jullie valt tenminste eens uit zijn rol. Daar kan ons koningshuis nog wat van leren!

zondag, november 25, 2007

Sint Jabikspaad


Het Blog verkeert wederom een beetje in het slog, maar dat komt door veel reisbewegingen, verhuizingen en een grote werklast. Ik beloof echter beterschap.
Vanochtend stond ik op, deed het gordijn opzij en keek ik door het raam naar een stralend blauwe lucht. Een prachtige dag voor een fietstochtje, zo dacht ik bij mezelf, en ik vertrok naar G. alwaar de fietsen in de garage staan.
Helaas, juist deze week had de eigenaresse de garage voorzien van een elektrische automatisch-openen-installatie met afstandsbediening, voorzien van codering, die ze natuurlijk niet voor mij had laten liggen. Een mooi voorbeeld van hoe Vooruitgang de Mooie Dingen in het leven tegenhoudt.
“Dan maar een beetje aan het werk”, verzuchtte ik, en ik begaf mij online, waar ik mijn Spaanse echtgenote in de Skype trof. “Waarom zit jij binnen?”, sprak ze streng. “Omdat de fiets achter zon en grendel staat”, antwoordde ik zielig. “Je hebt toch ook benen? Waarom ga je niet wandelen?
Met Spaanse vrouwen is het net zo slecht krakelen als met Nederlandse, dus zo gezegd zo gedaan. Ik pakte de auto en trok naar Oranjewoud, waar het museum Belvédère staat, want ik had besloten om meteen maar de tentoonstelling van het werk van Roger Raveel mee te pakken. Zeer de moeite waard, maar hierover een andere keer.
Nauwelijks in Oranjewoud aangekomen bleek dat een fietstocht tot een mislukking zou zijn uitgelopen. Het begon te stormen en te regenen en Duveltje maakte een spectaculaire boswandeling door de bossen van het landgoed Oranjewoud. Geteisterd door de elementen raakte ik even de weg kwijt en zie: plotseling stond ik daar voor een groot blauw bord dat aangaf dat ik mij op de weg naar Santiago de Compostela bevond. In het Fries heet de Camino de Santiago het Jabikspaad.
Als ik het pad af zou wandelen dan zou ik mijn vrouw aan het eind tegen het lijf lopen. Mijn leven valt toch van toeval in elkaar!

dinsdag, november 06, 2007

Bemanning van Zoé's Ark gaat vrijuit

In Spanje waren de media de afgelopen dagen vooral bezig met de zaak van de Ark van Zoé. Deze organisatie wilde honderd kinderen vanuit Tsjaad naar Frankrijk smokkelen. Het zou gaan om weeskinderen maar dat bleek niet het geval en ooggetuigen verklaarden dat de kinderen nepverbanden kregen omgelegd om de immigratiediensten om te tuin te leiden. De regering van Tsjaad werd echter getipt en stak er een stokje voor. De medewerkers van de Franse organisatie werden gearresteerd alsmede de bemanning van het Spaanse chartervliegtuig.
Nicolas Sarkozy haalde politieke winst met de vrijlating van de vier Spaanse stewardessen die in Tjaad gevangen werden gehouden. Volgens de Franse president was de vrijlating het resultaat van nauwe samenwerking met de Spaanse premier José Luis Zapatero vanaf het begin van het incident. De presidenten maakten er afgelopen zondag een mediashowtje van.
Volgens de laatste berichten moeten de drie mannelijke bemanningsleden van het gecharterde vliegtuig van de maatschappij Girjet nu ook binnen een paar dagen vrijkomen. De Spaanse piloot, copiloot en steward beweren natuurlijk dat ze van niets afwisten en dat ze ter goeder trouw waren. Als iemand met een auto vol met drugs de grens over gaat en door de douane wordt gesnapt kan hij beweren dat hij van niets wist. Meestal verdwijnt zo iemand toch achter de tralies. Anderen proberen het met vrachtwagens vol chinezen, of boten met Afrikaanse emigranten. Maar als het een vliegtuig vol met Afrikaanse kinderen betreft gelden er blijkbaar andere regels.
Het zou niet zo slecht zijn om de bemanningsleden, de directie en andere betrokken werknemers van de chartermaatschappij voor het gerecht te slepen. Dan wordt duidelijk dat je als werknemer een eigen verantwoordelijkheid hebt binnen een onderneming, dat je misschien wel stil moet staan bij een opdracht die je van bovenaf opgelegd krijgt. Het is te makkelijk om je zomaar van mensenhandel af kunnen maken. Misschien moet er een straf opgelegd worden voor gebrek aan sociale verantwoordelijkheid, voor gebrek aan interesse in waar je collega’s en je baas mee bezig zijn.
Gek dat ons geheugen vaak zo kort is als het om ons eigen geweten gaat. Hoe zat dat ook al weer met: “Wir haben es nicht gewust”?

dinsdag, oktober 23, 2007

Spaanse verdraagzaamheid

Ongeveer 100 passagiers van een trein die reisde van Girona naar Figueres (in Catalonië) kwamen vandaag in opstand toen de conducteur dreigde een zwarte passagier uit de trein te zetten. De conducteur liep door de trein zonder plaatsbewijzen van de passagiers te controleren. Volgens getuigen vroeg hij alleen aan Iván Ramos, kinderarts in Figueres, of hij zijn plaatsbewijs wilde laten zien. Deze weigerde echter om zijn kaartje te voorschijn te halen, met het argument dat de trein al twintig minuten vertraging had.
De conducteur liet vervolgens de trein op twee verschillende stations stoppen om Iwán door de politie van de trein te laten halen. De politie kwam echter pas op het eindpunt in Figueres opdagen. De racistische conducteur werd door de sommige passagiers uitgefloten terwijl anderen het voor Iwán opnamen. Bijna alle reizigers hadden bij aankomst hun buik flink vol van de conducteur, die er met zijn stopacties in was geslaagd om de vertraging te laten oplopen meer dan 50 minuten. Iwán liet zijn geldig plaatsbewijs toen wèl aan de politie zien, waarna hij ongestraft zijn weg mocht vervolgen.

Nederlandse identiteit anno 2007: nieuwe haring meenemen, uitjes en zuur apart.

zondag, oktober 21, 2007

Dresselhuys nog maar beperkt houdbaar.


Samen met Margriet liet Opzij onlangs een onderzoek uitvoeren naar “Hoe (on)tevreden is de Nederlandse vrouw?”. Daaruit bleek onder meer dat Nederlandse vrouwen niet zoveel ambitie hebben wat betreft hun carrière, en zelfs liever wat minder zouden willen werken. Uit het onderzoek blijkt ook nog dat het moederschap voor slechts 15 procent van de Margrietvrouwen, en voor 5 procent van de Opzijvrouwen het meest belangrijk is in het leven. Dat cijfer vind ik schrikbarend. Stel dat slechts 5 procent van de mannen zou zeggen dat het vaderschap het belangrijkste in het leven is. Ik kan het me niet voorstellen. Misschien dat vrouwen beter kunnen liegen dan mannen?
Cisca Dresselhuys is sinds 1982 hoofdredactrice van Opzij. De laatste weken zie ik haar regelmatig op de Nederlandse televisie verschijnen. Zelf beweert ze dat ze binnenkort met pensioen gaat, maar ik vermoed dat ze met dit publiciteitsoffensief eigenlijk een carrière-move voorbereid. Naar aanleiding van de documentaire “Beperkt Houdbaar” van Sunny Bergman merkte ze op dat ze persoonlijk niets tegen face-lifts had. Toch een vreemde opmerking voor de hoofdredactrice van een feministisch blad. Erkent ze daarmee dat ze zelf ook beperkt houdbaar is?
In een van de talkshows mocht ze iets over haar eigen (on)tevredenheidsonderzoekje zeggen. Cisca is ontevreden over de uitkomst. Ze vindt dat vrouwen ambitieuzer moeten zijn. Haar verhaal leek verdacht veel op dat van het zesje van Balkenende. Vrouwen kunnen wel roepen dat ze geen carrière willen maken, maar daarmee doen ze zichzelf te kort, volgens Cisca (zelf vind ik dat vrouwen gewoon slimmer zijn dan mannen als ze zeggen dat ze juist minder willen werken,..).

Het is vreemd zoals sommige vrouwen op verklede mannen lijken. Wim de Bie deed een tijd lang Thea Ternauw. De overeenkomsten tussen Thea en Cisca zijn talrijk. Kijk maar naar de plaatjes. Ze hebben allebei een stijf kapsel, teveel en te felle lipstick op, ze spreken wat bekakt en kleden zich een beetje ballerig.
Ik vermoed dat Thea Ternauw een uitstekende hoofdredactrice van de Opzij had kunnen worden als ze nèt iets ambitieuzer was geweest.

vrijdag, oktober 19, 2007

Een standbeeld voor Simon van Lienden

Over de doden zeggen we liever niets dan goeds. Dat is geen wonder in de tijd waarin onze nationale identiteit op het spel staat. Dan willen we dat ook de mindere Nederlandse goden er goed van afkomen en doen we er een extra schepje bovenop.

Jan Wolkers. "Als je één boek van Wolkers hebt gelezen dan heb je ze allemaal gelezen", zei mijn leraar Nederlands, de grote Simon van Lienden. Ik was het met hem eens. Het ging altijd over hetzelfde. Jan Wolkers is een fenomeen, iemand die het heerlijk vond om tegen heilige huisjes te trappen, net als Gerard Reve of Johnny de Selfkicker. Maar het is geen literair genie.
Ik heb er gelezen, Turks Fruit natuurlijk, Een Roos van Vlees, Terug naar Oegstgeest, Serpentina’s Petticoat en De Walgvogel. Toen heb ik er echt een punt achter gezet. Het werk van Wolkers is niet aan mij besteed. Het is te provinciaal, te veel polder, teveel koeien en modder, teveel vieze zinnen. Misschien wel te Nederlands?

Terug naar Simon van Lienden. Die verdient een standbeeld. Ik heb van hem meer geleerd dan van de rest van mijn leraren op de middelbare school bij elkaar. Hij was geïnteresseerd in zijn vak en vooral in cultuur. Als hij ergens gedreven over vertelde dan gingen zijn oogjes gloeien en moest je goed opletten want anders kon hij aardig boos worden. Hij was niet bij alle leerlingen geliefd, want hij kon ons met zijn scherpe tong flink te kijk zetten.
“Of je het leuk vindt of niet, of je er principieel voor bent of tegen, of je hoog of laag springt - zodra je een goede opleiding hebt gehad, behoor je tot een elite,” zo beweerde hij.
Hij gaf Nederlandse les, maar, zo beweerde hijzelf, hij gaf eigenlijk de helft Nederlands en de helft cultuurhistorie en -filosofie. Hij vertelde over de oude Grieken, over Socrates, over Plato en de allegorie van de schaduwen van de gevangen in de grot. Hij vertelde over de middeleeuwen, over mystiek, over Hadewijch en over Kierkegaard. Je mocht ook Russische boeken op je literatuurlijst zetten, of een Marten Toonder. Dat vond hij best. Als je maar oplette in de les.

Zo stond hij voor de klas, op het Hervormd Lyceum Zuid in Amsterdam, bijna altijd gehuld in een grijs kostuum, stropdas, klein van gestalte, uilenbrilletje. Soms rook hij heel sterk naar knoflook, naar tabak, of naar jonge jenever en dat maakte hem menselijker.
Over geloof kon je discussiëren, zo vond hij, maar niet over het feit dat je in een cultuur leefde die gebaseerd was op 2000 jaar christendom. Hij kon ons uitdagen met opmerkingen als “maar je kan natuurlijk ook weer in een rieten rokje gaan lopen, als je dat leuker vind”, of “als je het niet interessant vind dan donder je maar op, dan kan je meteen achter de kassa van de HEMA gaan zitten”. Soms bood hij voor zo’n opmerking later zijn excuses aan.

Naderhand ben ik nog eens bij hem thuis geweest. Over zichzelf wilde hij weinig kwijt, hij wilde vooral weten hoe het ons was vergaan. In de woonkamer stonden wanden vol boeken. “Jullie denken toch niet dat ik die allemaal gelezen heb?”, zo grapte hij. Maar ik wist zeker van wel.

woensdag, oktober 17, 2007

Fraga City 2

Voor de architectuur van Fraga City werd een wedstrijd uitgeschreven waaraan ook de Nederlander Rem Koolhaas meedeed. De strijd werd gewonnen door Peter Eisenman, een beroemde architect uit de Verenigde Staten.
Eisenman was uiteraard blij met de opdracht. Tijdens een college voor de universiteit gaf hij aan de studenten toe dat zijn opdrachtgever onmiskenbaar een relikwie van de Franco-dictatuur was, maar dat hem dat niets uitmaakte, zolang zijn rekeningen maar werden betaald. Daarna vergeleek hij zichzelf met Albert Speer, een van de architecten en handlangers van Hitler. Bekend is ook het citaat van Peter Eisenman : "Liberal Views Have Never Built Anything of any Value." (http://www.archinect.com/features/article.php?id=4618_0_23_0_M).
Volgens insiders doet Eisenman graag controversiële uitspraken en presenteert zich als een enfant terrible om in de picture te blijven. Ook rondom zijn Holocaust-Mahnmal in Berlijn onstond enig tumult.

Eisenman ontwierp weliswaar de Stad van de Cultuur, maar de Amerikanen wisten niet goed wat ze er verder mee aanmoesten. Spanje was toch wel erg ver weg, en bovendien een hele andere cultuur. De Amerikanen gooiden het over de schutting en het project werd overgedaan aan een Engelse firma, die het opnieuw uitbesteedde aan de Spanjaarden. Onderweg bleef uiteraard wel wat geld aan de strijkstok hangen. De aanvankelijke begroting was 108 miljoen euro, maar inmiddels is het wel duidelijk dat de Cidade da Cultura tenminste vier keer zoveel gaat kosten.

Eisenman mocht ook het nieuwe Riazorstadion ontwerpen. Op de foto, het relikwie Fraga, voorzitter Lendoiro van voetbalclub Deportivo, en rechts Eisenman.