woensdag, april 16, 2008

Op naar de Medaljes

foto: ludieke provo-aksie bij Het Lieverdje in 1965.

Ik behoor tot de Nix-generatie, Generation X. De born-in-the-fifties. De generatie van studenten die wordt omschreven in “Onder Professoren” van Willem Frederik Hermans, of in "Vallende Ouders" van A.F.Th. van der Heijden. De generatie die hield van ludieke acties, of beter nog “ludieke aksies”. Opgegroeid met sitdowndemonstraties (die toen nog geen demoos heetten), witte fietsen, witkarren, Maagdenhuisbezettingen, ontvoeringen van Het Lieverdje, Johnny de Selfkicker, en ga zo maar door.

Dat vergeet ik wel eens.

Dus vandaar dat ik mijn ludieke aksie bedacht en verstuurde naar Amnesty International. Vergetende dat ludieke aksies niet meer “in” zijn en dat er zakelijkheid moet worden betracht, en wel in alles. Mijn voorstel aan Amnesty was om medailles uit te reiken aan de sporters die tijdens de Olympische Spelen iets over de mensenrechten durven te zeggen. Ik kreeg een heel keurig mailtje terug, niet gegenereerd door de automatische-antwoord-robot, dus dat was al een pluspunt.

In het antwoord van Amnesty stond dat ze de sporters niet op die manier willen aanmoedigen om uitspraken over mensenrechten te doen. Verder zeiden ze dat ze op het ogenblik niet over aandacht te klagen hadden, dankzij Hein Verbruggen en Erik van Muiswinkel. Maar als ze in de toekomst nog iets met mijn idee wilden doen dan zouden ze me dat zeker laten weten.

Daar kan ik wel mee leven. Maar sommige Chinezen misschien weer niet.

Daarom ga ik er zelf maar mee aan de slag. Ik zal die medailles zelf wel uitreiken aan de sporters die wat durven zeggen daar in het Verre China. Laat u alstublieft een reactie achter op dit blog zodra u straks een sporter iets hoort zeggen over mensenrechten. Sponsors voor het maken van de medaljes zijn ook welkom. Zelf ben ik maar een arme duvel.

zaterdag, april 12, 2008

Balkie gaat wel


filmpje: Betogers in Buenos Aires gooien zakjes water naar de athleten die de vlam dragen.

Nog geen antwoord van Amnesty op mijn mailtje van gisteren. Maar die werken natuurlijk ook niet in het weekend!

Spanje gaat wèl naar de Olympische Spelen en Miguel Ángel Moratinos, ook in het nieuwe kabinet minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat een boycot van de spelen niet op zijn plaats is. Een boycot van de openingsceremonie is echter nog steeds niet uitgesloten.
“De Olympische Spelen zijn het beste platform om controversie en crisis van de baan te vegen en een dialoog op gang te brengen, daarom moet men niet boycotten (..)”, zo zei de minister.

Balkenende zegt: “(…)wat is de beste methode, en wat is het meest effectief (...) ik vind dat je het debat moet aangaan op momenten dat het ook zin heeft, en pas op dat je de dialoog gaat mijden, en het zomaar wegblijven kan ook een heel ander effect hebben.(....) Ik weet niet of de situatie van de mensenrechten dan wordt verbeterd. (..) Wat belangrijk is, is dat je consequent aandacht vraagt voor deze belangrijke thema’s”.

Nou hoop ik dat de pers de beide ministers in de gaten houdt en ze na de Spelen afrekent op deze fraaie woorden. Ik denk zelf dat de ministers eerder denken aan de belangen van het bedrijfsleven dat niet gebaat is met ruzie met China.

vrijdag, april 11, 2008

Gouden medaille voor grootste bek

foto: Adolf Hitler op de Olympische Spelen in München, 1 augustus 1936. Bron: United States Holocaust Memorial Museum

Het is welhaast ongelooflijk welk een succes ik heb gehad met mijn oproep tot een boycot van de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Zelfs de Engelse minister Brown heeft nu gezegd dat hij er niet bij zal zijn. Het schijnt dat Hillary Clinton een oproep aan Bush heeft gedaan om de spelen te boycotten en dat een woordvoerder van het Witte Huis heeft gesuggereerd dat de Amerikaanse president misschien niet naar China gaat.

Natuurlijk, die sporters moeten wèl naar China gaan. Daar ben ik het helemaal mee eens. Er zijn mensen die zijn jarenlang aan het trainen om een centimeter hoger te springen dan een ander, een paar honderdste van een seconde sneller te zijn met rennen, of zwemmen, of wat dan ook.

Politiek en sport hebben niets met elkaar te maken. De foto is uit 1936, dat is al 72 jaar geleden. In 1956 bleven wat landen weg wegens de inval in Hongarije, in 1980 vanwege de Russische bemoeienis in Afghanistan. In 1972 waren er wat problemen in München, maar in principe is dit de schuld van de politiek en niet van de sport.

In 1978 protesteerden wat mensen tegen deelname van Nederland aan het wereldkampioenschap voetbal in Argentinië. Die martelingen waren helemaal niet bewezen, zeiden sommigen toen. En anderen kwamen, net als nu, met het argument dat je er maar beter heen kan gaan, want dan breng je onze vooruitgang en vrijheid naar die landen toe. Even aan Maxima vragen?

De boycot van de openingsceremonie moet gewoon doorgaan. Daarnaast stel ik een nieuw sportief element voor: de sporter die iets durft te zeggen over mensenrechten terwijl hij in China is krijgt per keer dat hij of zei dat doet 10 punten. De nummer 1, 2, en 3 krijgen van Amnesty-International een gouden, een zilveren en een bronzen medaille. Ik ga Amnesty een mailtje sturen en ik houd u op de hoogte.

Ik ben benieuwd wie zo sportief is om in China straks zijn bek open te trekken.

Meer informatie over mensenrechten in China op:

http://www.amnesty.nl/in_actie/china_acties?gclid=CJ24qOXgz5ICFQGiQwodr3aWHA

maandag, maart 31, 2008

Vaarwel Hugo

foto : Ramón Sampedro

In 2004 kwam de film Mar a Dentro van Alejandro Amenábar uit, met een fantastische vertolking van de hoofdrol door Javier Bardem. De film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Het is het verhaal van Ramón Sampedro (1943-1998), een man die na een duik in ondiep water voor de rest van zijn leven vrijwel over zijn hele lichaam was verlamd.

Na een mislukte juridische strijd voor een legalisering van zijn zelfdoding pleegde hij tenslotte toch euthanasie met hulp van een vriendin. De film gaf in Spanje aanleiding tot een flinke discussie rondom het onderwerp zelfdoding.

Avond in avond uit werd er destijds door politici, geestelijken en wetenschappers op televisie gediscussieerd en gedebatteerd. De katholieke kerk heeft in Spanje natuurlijk veel te zeggen. In die discussies wordt Nederland altijd weer als voorbeeld aangehaald. Dankzij de liberale wetgeving zou euthanasie in Nederland een fluitje van een cent zijn. Daarmee wordt een volslagen verkeerde voorstelling van zaken gegeven.

“Héél Amsterdam zit in Antwerpen”, werd afgelopen zaterdag door een verslaggever op de Nederlandse Radio gezegd. Héél Amsterdam, daar bedoelde men waarschijnlijk mee Harry Mulisch, Connie Palmen en Adri van der Heijden. Iedereen wilde natuurlijk zijn gezicht laten zien bij het afscheid van Hugo Claus.

En toen was er het thema van de euthanasie. Premier Guy Verhofstadt zou de euthanasie van Claus als een heldhaftige daad geclassificeerd hebben en Kardinaal Godfried Danneels zei vervolgens dat hij het géén heldendaad vond. Erwin Mortier reageerde daar weer op in zijn rede bij de plechtigheid afgelopen zaterdag: “Erwin Mortier. "Het is een bittere ironie dat de man die ons uitsprak als wezens die zich nimmer volkomen kunnen beschaven, postuum nog de les wordt gespeld door lieden waarvoor hij steeds een heilzaam gebrek aan ontzag heeft vertoond: prinsen van allerlei slag, kerkvorsten (...), het slag volk dat hem al van in zijn prilste jaren heeft willen kleineren. Louter en alleen omdat de keuze van zijn levenseinde niet de hunne is, komen ze weer van onder de plaveien gekropen en spuien hun laffe gal. De eigen morele superioriteit celebreren boven het lichaam van een geliefde dode is geen heldendaad. Meneer de kardinaal schaam je."

Hij had gelijk, maar het was jammer dat hij het allemaal op zo’n zalvend toontje uitsprak.

Sterven is een intiem gebeuren, tenminste dat zou het moeten zijn. Net zo intiem als de geboorte, en de liefde. Uitspraken over heldendom zijn niet op zijn plaats. Ik denk niet dat Hugo Claus ooit zelf zijn daad als lafheid, heldendom of iets wat er tussen in ligt zou hebben omschreven. Euthanasie is net zo min heldhaftig als de keuze voor dementie, volledige aftakeling of voor een pijnlijke doodsstrijd.

Kunstenaars, politici en kardinalen, wees voorzichtig met uw woorden, het is niet fout om eens na te denken alvorens je mond open te doen. Met woorden kan je levenden veel pijn doen.

zondag, maart 23, 2008

Grootheidswaanzin

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 12: “Grootheidswaanzin”.foto: kasteeltje van Santa Cruz, zondag 23 maart 2008

We zitten hier te bibberen in A Coruña. Verwarming aan. Truien en vesten. De trip naar O Caurel hebben we afgelast. Hagel en sneeuw waren te verwachten, zo was ons verteld.

Tot overmaat van ramp wordt Duveltje getroffen door een allergieaanval en slikt Ebastel, waar hij weer slaperig en duizelig van wordt. Slik aspirine voor de hoofdpijn en rennie voor de maag die maar op blijft spelen. Maar ik heb geen zin om het glas Rioja te laten staan.

Gelukkig was het vanochtend even zonnig. We wandelden naar een van mijn favoriete plekjes. Het kasteeltje van Santa Cruz, dat tegenwoordig is ingericht als expositieruimte.

Het dateert uit 1594 en werd gebouwd nadat in 1589 bij een aanval van Francis Drake was gebleken dat La Coruña wat kwetsbaar was. De Engelse piraat in dienst van de Engelse kroon viel de stad aan nadat in 1588 de Spaanse Onoverwinnelijke Armada hopeloos was mislukt. "No soy hombre de mar, ni de guerra", (ik ben geen man van de zee, noch van de oorlog) had de bevelhebber van de Armada, de Hertog van Medina-Sidonia, nog gewaarschuwd. Maar dat werd letterlijk in de wind geslagen. Uiteindelijk keerden maar 67 van de 137 schepen in Spanje terug

Overmoed of grootheidswaanzin? We houden het maar op het laatste.

donderdag, maart 06, 2008

Mijn eerste dooie

Ons ouderlijk huis was een etagewoning aan een gracht in Amsterdam. Op de begane grond was een wasserij gevestigd. Mijn moeder liet geen gelegenheid onbenut om te laten merken dat de uitbatende familie tot een andere klasse mensen behoorde dan de onze en dat ze de benedenburen maar een ordinair zootje vond.

Des te meer verbaasde het mij dat ze me toen vroeg: “Ga je mee naar opa C. kijken?” Opa C. was de vader van de benedenbuurman. Ik had gehoord dat de oude man was overleden, dus ik vond haar vraag wat eigenaardig.

“Opa C.? Maar die is toch dood?”, antwoordde ik.
“Jazeker”, zei ze, onverschillig, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was

Ik had nog nooit een dooie gezien, dus ik was nogal verbaasd. Misschien vond mijn moeder de tijd aangebroken dat ik maar eens met de dood kennismaakte. Ik was nieuwsgierig en protesteerde niet.

“Maar waar is hij dan?”
“Ja,…. beneden, … hij ligt gewoon beneden!”.

Ik snapte er niets van. Hoe kon je zo’n dooie nou in huis houden?

“Gaat ie dan niet begraven worden?”, vroeg ik.
“Ja, later”, antwoordde mijn moeder, “maar nu ligt hij nog beneden. En ze hebben gevraagd of we komen kijken”. Ik begreep er heel weinig van, maar voelde aan dat mijn moeder mij mee wilde hebben.
“Nou ja, vooruit dan maar”, .. zuchtte ik.

We trokken aan de bel. De buurvrouw, de dochter van Opa C., deed open en lachte. Lachen dat deed ze anders nooit en door haar gegrijns werd die toch al vreemde situatie nog veel eigenaardiger,

We gingen de woonkamer binnen. Ja hoor, ... daar lag een grote houten kist, op de eetkamertafel. “Daar had ik hem nou nooit neergelegd”, dacht ik.

Het bovenste deel van de kist stond open. Zo zag je de oude man met zijn grijze saaie gezicht.

“Hij ziet er precies zo uit als toen hij nog leefde”, dacht ik, “nèt zo saai en nèt zo grijs”. Dat was de zuivere waarheid. Opa C. zat die laatste jaren alleen maar achter het raam en keek naar buiten, waar wij na schooltijd op de stoep voor het huis aan het voetballen waren. Als we teveel herrie maaken, of de bal tegen het raam schoten dan schoof hij de vitrage opzij, bonsde met zijn vuist tegen het glas, drukte zijn norse kop tegen het raam en schreeuwde ons iets akeligs toe.

“Ik ben blij dat ie dood is”, dacht ik, “ik zal hem niet missen”, maar dat zei ik natuurlijk niet. Volgens mij dacht zijn schoondochter er precies hetzelfde over, want ze lachte voortdurend, waarbij telkens één enkele akelig blinkende gouden tand halverwege haar mond vrijkwam. Dat lachen was iets wat ik haar werkelijk nooit eerder had zien doen.

Mijn moeder kreeg een kopje thee. Ze keek weinig naar de kist en het was alsof ze de hele tijd de andere kant op, naar buiten door het raam, staarde.

Ik probeerde op mijn tenen de gaan staan en boog een beetje naar de kist toe om de dooie kop wat beter te bekijken. Tegelijkertijd snoof ik wat lucht op. Ik had gehoord dat dooien stonken, maar deze rook naar niks.

Mijn moeder trok me snel terug. Blijkbaar vond ze de dode toch niet geheel ongevaarlijk. Maar ik had wel net gezien dat ie zich niet geschoren had voordat ie dood ging.

Mijn moeder dronk snel haar thee op, en we vertrokken, nadat mijn moeder nogmaals haar medeleven had betuigd.

“Nou, hoe vond je het?”, vroeg ze. toen we de trap weer opliepen.

Tja, dat was mijn eerste dooie, toch?”, zei ik, dromerig,..

dinsdag, maart 04, 2008

Ondeskundig liegen

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 11: “Ondeskundig liegen!”.

Hoe zat dat ook alweer met die Mookerheide? Hendrik en Lodewijk van Oranje waren op weg naar hun broer Willem toen ze het Spaanse leger tegenkwamen. Ze onderschatten de kracht van de Spaanse cavalerie en dat kwam hen duur te staan want ze werden door de Spanjaarden de pan in gehakt en de twee Oranjes legden er zelfs het loodje bij.

Hoe beloonden de Spanjaarden hun troepen voor deze overwinning? Wij lezen het na in Geschiedenis der Nederlandsche beroerten in de XVIe eeuw, door Willem Johannes Franciscus Nuyens.
“Drie duizend spaansche soldaten, en dat wel de allerbeste troepen des konings in de Nederlanden begonnen met de grootste onstuimigeheid om hunne soldij te schreeuwen. Waarvoor hadden zij, was hunne vraag, dan hun leven gewaagd? (..) men liet hen tot loon niets anders dan armoede, ellende en hunne wonden. De officieren trokken er de eer en het voordeel van terwijl men hun hunne soldij niet betaalde dan voor een deel, en dan nog als een gratie en gunst. Van klachten en dreigementen sloegen zij over tot openbaar oproer en geweld, en binnen weinige uren hadden de officieren al hun gezag verloren en moesten zij zelfs voor hun leven vreezen”.

De Spaanse bevelhebbers beloofden hun soldaten geld en buit, terwijl er op de Mookerhei natuurlijk weinig te halen viel. Een militaire overwinning werd aldus een politieke nederlaag, door ondeskundig liegen.

Op 9 maart is het tijd voor de algemene verkiezingen in Spanje. Eigenlijk gaat het als sinds 1986 tussen twee partijen de conservatieve, rechtse PP, de Partido Popular, en de linkse PSOE, de sociaaldemocraten, de Partido Socialista Obrero Español. De lijstaanvoerders zijn respectievelijk Mariano Rajoy en José Luis Rodríguez Zapatero, de huidige premier.

Beiden gingen afgelopen maandag 25 februari met elkaar in debat op de Spaanse televisie. Daarbij droegen ze allebei nogal wat cijfers aan, onder andere over immigratie, en over de economie. Ze hadden geen rekening gehouden met oplettende journalisten die achteraf even gingen controleren of die cijfers nu eigenlijk wel klopten. Toen bleek dat allebei de politici de cijfers hadden verdraaid om het debat naar hun hand te zetten. De verbazing en de verontwaardiging onder het publiek was groot. Niet vanwege de verkeerde cijfers, maar meer vanwege het onvakkundige aspect van het liegen. Iedereen weet dat politici cijfers verdraaien, maar een goede politicus blinkt toch uit juist door het goed verdraaien van de cijfers.

Gisteren kregen de beide heren een herkansing. Zapatero won, volgens de opiniepeilingen, het tweede debat. Hij had voor de zekerheid nu maar alle cijfers van de Rekenkamer bij zich, op papier, zodat de presentatoren en Rajoy deze in konden kijken. Rajoy verslikte zich, .. stom, waarom had hij daar niet aan gedacht, zo zag je hem denken. En als Zapatero ergens goed in is, dan is het wel in triomfantelijk lachen.

Ondeskundig liegen, dat is de 11e reden dat de Spanjaarden de Tachtigjarige Oorlog hebben verloren.

Meer over de verkiezingen op:

http://www.elpais.com/especial/elecciones-generales/

zondag, februari 24, 2008

¡Hola Ayaan!
















Beveiliging Ayaan achterkant sigarendoosje:

24 uursdienst, 3 man x 8 uur, 2 extra anders kunnen die anderen nooit vrij krijgen of op vakantie. 5x 8 uur per dag = 40. 100 euro netto per uur, 200 bruto, met reiskosten 300, per man.

12000 euro per dag x 365 = 4.380.000 euro per jaar.

Ok, ik schaar me achter Marc Chavannes die in het NRC van afgelopen zaterdag schreef dat Ayaan wegsturen slecht koopmanschap is, omdat ze de bekendste Nederlander is ná Johan Cruijff.

Ik heb daarop meteen contact met Ayaan opgenomen en we hebben een deal over de merchandising.

De eerste producten gaan volgende week over de toonbank:

Keukenschort “Ayaan Kitchen”, verkrijgbaar in de kleuren rood, zwart en marineblauw, 100% katoen, maten s tm xxl 29,95, T-shirt “Who do you wanna Fight?”, maten s t/m xxl 100% katoen, in wit, zwart, ook met v-hals verkrijgbaar.

Binnenkort komt de bomberjack met “Don’t push me around”, en er wordt gedacht over een zomerbadmode-serie onder het thema “I’m no bad girl”.

Als ik Ayaan was, zou ik het toch eens in Spanje proberen. Daar hebben ze veel ervaring met terroristen,.. lekker klimaat en de bekendste Nederlander woont er ook. En Duveltje zelf natuurlijk,..

donderdag, februari 21, 2008

Een heleboel beslissingen!

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 10: “Een heleboel beslissingen!”.

Afbeelding: Admiraal Lumey, Willem van der Marck (let op de oranje broek)

Na 1568 dreigde de Opstand tegen de Spanjaarden een beetje in het slop te raken. De Slag bij Heiligerlee werd gewonnen, maar dat zette niet veel zoden aan de dijk. Willem van Oranje had geen geld meer om zijn troepen te betalen, en de Nederlandse opstand leek te gaan mislukken.

Dan komt er iemand die een beslissing durft te nemen: Admiraal Lumey, eigenlijk Willem van der Marck geheten, valt Den Briel aan. Dit was het begin van een goede samenwerking tussen de adel, de geuzen, en de steden. Daarna moest er nog heel wat afgevochten worden, maar zoals bekend werden de Spanjaarden uiteindelijk toch verslagen. Beslissingen durven nemen, daar gaat het om! En om zo'n Tachtigjarige Oorlog te winnen moeten er een heleboel beslissingen worden genomen.

Als je in Spanje vertelt dat je uit Nederland komt dan begint men vaak over tulpen, kaas, drugs en euthanasie, maar toch vooral over voetbal. Krwief (Cruijff) is bij de oudere generatie nog steeds goed bekend, maar ook Koeman en Van Nistelrooij scoren heel hoog.

In 2004 kwam er in Spanje een documentaire uit over Johan Cruijff, onder de titel “en un momento dado”. “op een gegeven moment”, genoemd naar een van de stopwoordjes van Cruijff, net als trouwens “por lo tanto” (=dus). Als Johan Cruijff aan het woord komt is het raadzaam om altijd pen en papier, of een opnameapparaat bij de hand te hebben, want er komen fraaie uitspreeksels uit zijn mond.

Zo noteerde ik vorig najaar tijdens een interview van Jack van Gelder met Johan Cruijff het volgende: (Het onderwerp was: Ajax stelt een commissie in het leven die de club organisatorisch en technisch tegen het licht moet houden)

JvG: "Wil jij niet in die commissie gaan zitten?"

JC: "Nee, ik ga niet in zo’n commissie zitten. Zo’n commissie dat heeft helemaal geen zin. Dat is alleen maar praten. Er moeten beslissingen genomen worden, anders bereik je niks".

JvG: "Wat zou jij voor beslissingen nemen?"

JC: "Een heleboel beslissingen!"

JvG : "Maar welke dan? Noem er eens een!"

JC: "Ja, maar het is er nooit één, het is er altijd meer dan één. Eén beslissing heeft geen zin, er moeten altijd meerdere beslissingen genomen worden, als je iets op wil lossen."

Prachtig, toch!? En nu gaat hij het nog doen ook, dus hij is heel consequent. En je zal zien, het gaat nèt zoals bij Den Briel. Dat wordt een uitstekende samenwerking tussen alle betrokken partijen. Beslissingen durven nemen, daar gaat het om!

zaterdag, februari 16, 2008

De Corrupte Slager

Foto: 550 jaar corruptie: van Filips II (Felipe II) tot Julián Muñoz, de corrupte burgemeester van Marbella

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 9: “De Corrupte Slager”.

In 1998 werd er in het Escorial in Madrid een grote tentoonstelling georganiseerd, gewijd aan het leven van Filips II (1527-1598). Daarbij werd nauwelijks aandacht besteed aan de Tachtigjarige Oorlog en helemaal géén aandacht besteed aan de negatieve aspecten van zijn regering. Zo ging tijdens zijn bewind Spanje drie maal failliet (in 1557, in 1575, en in 1596), hetgeen de ondergang betekende van vele ondernemers, zowel in Spanje als daarbuiten. De Spaanse staatsschuld liep onder Filips II zó hoog op dat dit ook op veel langere termijn een negatief effect had. De ondergang van de Spaanse economie in de 17e eeuw wordt vaak afgedaan met de magere capaciteiten van zijn opvolgers, Filips III en Filips IV, maar weinig wordt er verteld over het gestuntel van Filips II.

Om zijn dure oorlogen te kunnen betalen hief hij hoge belastingen, de “tercias”, “alcabalas“, en “almojarifazgos“. Daardoor gingen vele ondernemers failliet. In Nederland werd in 1569 de beroemde “tiende penning” ingevoerd, mede aanleiding tot de opstand, die later als de Tachtigjarige Oorlog de geschiedenis in zou gaan.
Na het verlies van de Armada werd in Spanje van 1588-1590 een buitengewone belasting ingevoerd, de “servicios de millones”, die de Spaanse economie de das omdeed. De koning begon een handel in ambten en titels, hetgeen in de hand werkte dat ambtenaren steeds corrupter werden, en anderzijds dat edelen relatief minder belasting gingen betalen dan degenen die lager op de ladder stonden. Om de staatsschuld te kunnen dekken liet de koning tenslotte ook nog al eens beslag leggen op handel, bijvoorbeeld op het zilver in schepen dat uit India afkomstig was.

Terug naar het heden. In Noord-Spanje speelt tegenwoordig iets wat men daar de Ver-Marbella-isering (Marbellalización) van de kust noemt. Grote stukken land worden opgekocht door aannemers en projectontwikkelaars. Vervolgens bouwt men daar op grote schaal woningen, meestal met een golfterrein.

De afgelopen twee jaar verrees in Galicië, ten noorden van La Coruña, nabij het dorp Miño een geheel nieuwe nederzetting, met de fraaie naam Anacara. Twaalfhonderd woningen, een hotel, een supermarkt, èn een golfterrein.
De toestemming voor het project werd gegeven in een raadsvergadering waarbij slechts één gemeenteraadslid aanwezig was, èn een vertegenwoordiger van de multinational Fadesa. De ontwikkel- en aannemersmaatschappij kreeg een vergunning voor het bouwen over een strook van maar liefst 10 kilometer lang, gelegen tussen de dorpen Miño en Pontedeume. De toenmalige landeigenaren, meest boeren, konden hun land aan Fadesa verkopen. Als ze dat niet deden werden ze onteigend. Ze ontvingen dan een vergoeding van 6 euro per vierkante meter.
Achteraf bleek dat de hele zaak illegaal was, want het project had moeten worden aanbesteed. Er werd aangifte gedaan, maar iedereen weet dat de woningen nooit meer afgebroken worden en dat Fadesa nooit een boete zal hoeven betalen. Tegenwoordig verkoopt Fadesa de grond waarop niet gebouwd is weer door. Voor 2000 m2 betaal je dan 240.000 euro. Dat is 120 euro per m2.

Het raadslid dat handjeklap deed met Fadesa, een eenvoudige slager uit het dorp Miño, zit sindsdien heel goed in het pak en rijdt in een mooie Mercedes. Boze tongen beweren dat hij ook een mooie nieuwe woning heeft gekregen, maar niemand weet hoe dat nou precies zit.

In Spanje is weinig veranderd. Zou de Tachtigjarige Oorlog nu uitbreken, dan hoeven we ons helemaal geen zorgen te maken, want we winnen hem zeker wéér, van dat corrupte zootje.

donderdag, februari 07, 2008

Dag van de Liefde

Afbeelding: legertenten worden opgezet voor de nieuwe Nationale Voortplantingsdag

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 8: “Leuke creatieve ideeën".

Met al dat geschrijf over de Tachtigjarige Oorlog groeit er bij mij toch het besef dat De Zaak nog niet verloren is, dat al die inventieve oplossingen ons beter maken dat welk Europees volk dan ook en dat Nederlanders een volk vormen dat niet voor één gat te vangen is.

Ondanks alle bangmakerij van Geert Wilders, het geschreeuw over een naderende economische crisis en dat soort dingen denk ik dat we het samen toch voor elkaar kunnen krijgen.

Er zit nog heel wat in die 21e eeuw voor Ons Nederland en dat kunnen we er best uit halen. Maar we moeten dan wel bereid zijn tot een gezamenlijke inspanning, als onderdeel van de vorming van een nieuw nationaal bewustzijn. En we zijn al op de goede weg. Met het televisieprogramma Babyboom hebben we al een eerste stap gezet naar een collectief antwoord op het negativisme dat ons - vooral vanuit het buitenland - bedreigt. We moeten de handen ineenslaan. Met het Nederlandse realisme, dat waar we zo beroemd om zijn, dat liberale, recht door zee, wat geen ander Europees volk heeft. Niet dat halfzachte van Valentijnsdag, met een kaartje en een roos in zilverpapier, hetgeen toch een erfenis is van het hypocriete Amerikaanse puritanisme. Nederlands heeft iets nodig dat zoden aan de dijk zet.

Daarom: De Nationale Voortplantingsdag. Onder begeleiding van deskundige teams verzamelen verloskundigen, vroedvrouwen, gynaecologen, huisartsen, politieagenten, ambulancebestuurders zich in Fertiliteitsbegeleidingsclubs, en bereiden zich voor op die grote gezamenlijke inspanning van de Nederlandse bevolking. Het antwoord op de vergrijzing.

Weg met het slappe zaad. Maak een omslag naar bevolkingsgroei en een nationale bevolkingsgroei die ons de 22e eeuw in gaat helpen. De economische groei volgt vanzelf. Een nieuwe generatie betekent nieuw arbeidspotentieel.

Uiteraard wordt het een jaarlijks gebeuren, met een evaluatieproces, zodat we elk jaar er wat bij leren en beter van bil leren gaan. De Nationale Voortplantingsdag!

De gordijnen gaan collectief dicht, en wát een lol gaan we daaraan beleven. Véél leuker dan Valentijnsdag, en veel meer recht op de man en vrouw af. Iedereen die meedoet geeft dat van te voren op. Meetbare resultaten, daar gaat het om.

Maar homo’s, en niet-vruchtbaren, mogen, nee, ze moéten ook meedoen, zodat er een gevoel van solidariteit ontstaat, een grote opgewonden wave die door de hele bevolking heen gaat. En is er een motief bijgekomen voor internetdating: “ik zoek nog iemand voor de Nationale Voortplantingsdag”.

Ergens in mei, dacht ik zo. Gelijk met de vogels en dan krijgen we ná de kerst de baby’s. We bereidden ons vanaf januari voor, sporten, vitamines en ijzer slikken. Een vruchtbaarheidsdieet.

Mensen die thuis geen gelegenheid hebben worden opgevangen in Nationale Voortplantingscentra. Hotels dienen kamers af te staan. Desnoods zet het leger tenten op.

Tja, daar hebben wij die Tachtigjarige Oorlog ook mee gewonnen, en daar ontbrak het die Spanjaarden aan. Gewoon, leuke creatieve ideeën.

vrijdag, februari 01, 2008

Carnavalsgedicht

Op de valreep, getiteld "Sjoem aon de vuej"

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, allemoal,..

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Veur goan noe danse

Veur zitte hier gezellig int café
En iedereen die drinkt er eentje mee
We drinken hier nog fijn een glèske bier
Veur hubbe met zun alle zoen plezier.(boem boem)

Ut pils dat plenst gezellig in het rond
Ut glas dat vindt dan plots niet meer de mond
Ent kostbaar vog dat valt dan op de vloer
Ja jammer dan, je kiekt un bitje zoer.(boem boem)

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Veur goan noe danse

Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, Joa, Joa, Sjoem aon de vuej.
Veur hubbe sjoem aon de vuej,
Joa, allemoal,..

De vuej die kan ik bienoa neet meer zeen
Mun beerboek, joe da kan ich neet omheen
Ich wor vanoavand gere un bietsje zaat,
Mun vuej die zien vanoavond dan maar naat,

Reteketet (en dan nog eens het refrein)

La porra

In de serie In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 7: “La porra”.afbeelding: drie slimme Nederlandse jongens uit de 17e eeuw

In Spanje heb je geen inburgeringscursussen. Als je er als gastarbeider binnenkomt dan zoek je het zelf maar uit. Aanpassen is het motto en als je dat niet doet, dan wordt je met de nek aangekeken. Je moet snel Spaans leren, want alleen in toeristische zones verstaat men nog wel eens een andere taal.

Geen probleem, een Nederlander spreekt meestal al meerdere talen. Hij laat zich niet direct uit het veld slaan en slaat aan het leren. De Spaanse taal is niet ingewikkeld. De grammatica is consistent en er zijn weinig uitzonderingen op de regel. De Spaanse taal is moeilijk om andere redenen. Een daarvan is dat het Spaans soms nogal snel wordt gesproken en een andere, iets belangrijker, is dat de Spaanse taal boordevol zit met dichos, taco’s, en palabrotas, oftewel uitdrukkingen, scheldwoorden, en schuttingtaal.

In mijn ijver mij de Spaanse taal eigen te maken vraag ik wel eens aan mijn vrouw om mij iets uit te leggen.

Zo vroeg ik een tijd geleden:

“Wat betekent het woord porra, in de uitdrukking: ve te a la porra”?
“Waarom wil je dat weten?”.
(Hierbij vermeld ik dat een Gallega of Gallego, iemand die geboren is in Galicië, een vraag bijna altijd met een wedervraag beantwoordt).
“Omdat ik graag meer wil weten over die uitdrukking. Dus,.. wat betekent “ve te a la porra”?
“Niets”, antwoordde mijn vrouw, zonder een spier te vertrekken.
“Hoezo, niets?”, vroeg ik.
“Dat betekent niets. Dat is een uitdrukking: “ve te a la porra”.
“Tja”, zuchtte ik, “dàt weet ik wel, dat het een uitdrukking is, en ik weet ook dat die uitdrukking betekent , “ga heen, of ga toch weg”.
“Nou, als je het zo goed weet, … waarom vraag je het dan?” zei mijn vrouw, al wat geïrriteerd.
Ik zag haar denken: ècht weer iets voor hem, dat gezeur.
“In het Nederlands zeg je bijvoorbeeld: “loop naar de maan. En dan is de maan de maan, die planeet die om de aarde cirkelt”.
“Volgens mij is de maan geen planeet”, zei mijn vrouw.
“Dat weet ik niet!”, riep ik. “Daar gaat het mij niet om. Wij in Nederland zeggen: loop naar de maan. Dus de maan is iets waar je naar toe moet lopen”.
“Wel romantisch”, … moest mijn vrouw toegeven.
“Maar wat betekent nou porra?”, probeerde ik nog eens.
“Niets”, zei mijn vrouw.

Ik gaf de moed op. Later zocht ik het op. Porra betekent behalve wapenstok, ook gewoon stok, of paal. Het Spaanse gezegde luidt dus: “loop naar de paal”. Ik weet niet waar dat nu vandaan komt. Misschien stond er vroeger in elk Spaans dorp een paal, een soort van schandpaal, of een vergaderpaal. Als de achtergrond weet, schrijft u het mij dan.

Het Spaanse woord mochila betekent in het Nederlands rugzak. De Spanjaarden namen tijdens de Tachtigjarige Oorlog Nederlandse kinderen in dienst om hun ransel te dragen.

Kapitein Alonso Vázquez schreef zijn ervaringen als soldaat in de Tachtigjarige Oorlog op. Zo noteerde hij:

"De mochileros komen als kinderen bij ons in dienst. Ze leren het Spaans en onze soldatentaal soms beter dan hun meesters. Als ze er de leeftijd voor hebben, worden ze gewoon soldaat, soms als een gunst en soms omdat ze daarvoor extra hun best hebben gedaan. In de loop van de tijd vergeten we dan waar ze vandaan kwamen, ook al omdat ze steeds worden overgeplaatst. Iedereen denkt dat het echte Spanjaarden zijn. Dikwijls blijkt echter dat hun liefde voor hun vaderland toch de overhand krijgt en ze hebben ons dan ook vaak verraden. De beste soldaten die de Nederlanden hebben, en die ons het felst bestrijden, zijn onze vroegere mochileros."

Nu kom ik in de knoei want ongewild stip ik hier alweer een veelvoud van redenen voor de Spaanse nederlaag aan: gemakzucht, het onvermogen om iemand iets uit te leggen, gebrek aan overtuigingskracht, en gebrek aan kennis van de eigen taal. Ik kies voor de laatste en dan heeft u voor die andere nog een paar schrijfsels van mij tegoed.

Gebrek aan kennis van de eigen taal is de zevende reden waarom de Spanjaarden de 80-jarige oorlog verloren hebben.



woensdag, januari 30, 2008

Anne Feddema maakt juweeltjes

Kunstenaars kan je vaak beter niet aan het woord te laten. Dat leidt tot een grote teleurstelling. Als ze praten dan beginnen ze over zichzelf in plaats van over hun werk. Ze hebben ze hun talent te danken aan een klap van de mallemolen, een jeugdtrauma, een ongeluk, te veel armoede of rijkdom. En wat ze zelf daar over zeggen is weinig interessant, want van jezelf is het moeilijk afstand nemen.
De kunstenaar heeft zijn creativiteit te danken aan een speling van het lot. Ze zijn speelbal van goden, maar daardoor worden ze zelf geen god, hooguit orakel.

Toch ben ik benieuwd naar wat Anne Feddema te zeggen heeft, want behalve een begaafd schilder is hij ook dichter. Misschien is hij zo gek als een deur, net als Van Gogh, waarmee hij zichzelf in één van zijn werkjes neerzet.

Anne Feddema's schilderijen zijn juweeltjes. Ze zijn zó mooi dat eigenlijk iedereen maar één schilderij per jaar van Anne Feddema zou mogen zien. Neemt u van mij aan: lange rijen zouden zich vormen voor de nationale expositieruimtes. Zijn schilderijen zijn suikergoed, een veelheid van kleuren en details. Met gevoel voor humor en pracht.
Anne Feddema schildert de componist Liszt op een fiets, Mozart op zijn sterfbed, Poesjkin in duel, en Kuifje. Gaat dat allen zien in Museum Bèlvédere in Oranjewoud! Dat museum is zowiezo wel een bezoekje waard. Ik ga nu een dichtbundeltje van Anne kopen, daarover later bericht.
afbeelding: het Poesjkin duel (2004)

zondag, januari 27, 2008

La Cena

Toegegeven, eten is belangrijk. Eten is een primaire levensbehoefte. Maar een krachtig volk, zoals het Nederlandse, onderscheidt zich toch door het vermogen om af te kunnen zien van deze primaire levensbehoefte, door haar opofferingsgezindheid, door eensgezind néé te zeggen tegen de avondmaaltijd, op het moment dat dat ècht nodig is, voor het vaderland. Dat kunnen wij, Nederlanders. En de Spanjaarden niet. En dat is de zesde reden dat wij de Tachtigjarige Oorlog hebben gewonnen.

Carnaval 1590. De stad Breda was sinds 1581 bezet door de Spanjaarden, maar moest nu heroverd worden. De Nederlanders verzonnen een list, gebaseerd op de legende van het Paard van Troje.

Op 25 februari 1590 zouden soldaten in dienst van Oranje zich op een turfschip verstoppen, en ’s nachts Breda binnen varen met het doel de stad te ontzetten. Acht-en-zestig Oranje-soldaten trokken heldhaftig onder leiding van commandant Charles de Héraugière naar het Zwartenbergse Veer, maar wachtten daar tevergeefs op het schip. De schipper, Adriaen van Bergen uit Leur, die zelf de list had bedacht, had zich verslapen. De volgende dag kwam hij wèl opdagen, maar toen was de moed hem in de schoenen gezonken. Twee van zijn neven moesten tenslotte het schip naar Breda varen, waar het uiteindelijk pas op 3 maart aankwam. In de slotgracht van het Kasteel van Breda stootte het schip lek, en met veel pompen wist men het uiteindelijk drijvende te houden.

De soldaten aan boord hadden het koud. Het was een zeer strenge winter. De manschappen moesten zich warm houden met dierenvellen en wollen kleden. Vuur maken konden ze niet, want dan zouden ze zichzelf verraden. De Spanjaarden waren met vier keer zoveel soldaten, maar, u raadt het al, ze waren druk bezig met La Cena, (het avondeten), op deze Carnavalsavond ongetwijfeld vergezeld van een wijntje en een trijntje. De Soldaten van Oranje klommen uit het turfschip en hadden binnen de kortste keren het Kasteel van Breda heroverd. Op dat moment rukte ook de prins met zijn troepen naar Breda om de stad te veroveren. Maar de aanval werd afgekocht. Zo gaven de Spanjaarden zich over, maar konden ze toch nog even lekker dooreten en carnaval vieren.

Als het overgrote deel van de West-Europese bevolking de avondmaaltijd al lang en breed achter de kiezen heeft beginnen de Spanjaarden pas met koken. Door de week eet de Spanjaard zijn avondmaal zo ongeveer tussen 21.00 en 22.30 uur. In het weekend is dat meestal later, vanaf 22.00 uur, maar dat kan uitlopen tot wel 01.00 uur ’s nachts, een enkele keer nog later.

Als we in Nederland een maaltijd missen, dan zuchten we “ach, dan nemen we wel een boterham”, In Spanje is dit vrijwel ondenkbaar. Eten vormt een dusdanig belangrijk onderdeel uit van de Spaanse cultuur, dat niet-eten als een crime wordt beschouwd, een aanslag op het eigen welzijn, op de cultuur, en dus op het Spanjaard-Zijn. Het avondeten is meestal wel wat minder zwaar dan de middagmaaltijd. Ook de Spanjaard neemt tegenwoordig wat lichter en gezonder voedsel tot zich. Het avondmaal is meestal warm eten, dat wel, maar op doordeweekse avonden wordt meestal licht gegeten, bijvoorbeeld een omelet en wat sla, of spaghetti.

In het weekend, en op feestdagen, vooral bij gelegenheden waar vrienden en familie elkaar ontmoet wordt ’s avonds nog wel eens stevig gegeten, compleet met voor-, hoofd- en nagerecht, natuurlijk met een van een wijntje en een stevige borrel achteraf.

De Spaanse keuken is eenvoudig, recht-toe recht-aan, weinig geraffineerd. De Spanjaard houdt niet van sauzen of dingen waar veel ingrediënten aan te pas komen. Hij eet liever een visje of een stuk vlees gebakken in olijfolie, met aardappels, friet of rijst, dan dat hij zich aan exotische gerechten met een veelheid aan onbekende ingrediënten waagt. Na de maaltijd wordt er nog wel veel gepraat, en soms gedanst, of gevreeën. Maar gevochten wordt er niet meer.

woensdag, januari 23, 2008

La Merienda

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 5: “La merienda”.

Dit schilderij van het Beleg van Alkmaar geeft duidelijk te zien: op de voorgrond het Spaanse tentje met de broodjes voor la merienda en op de achtergrond het leger en de stad.

Er bestaan drie hele angstige momenten in het leven van een Spanjaard. Het eerste moment is dat waarop zijn ouders hem vertellen dat de Reyes niet bestaan. De Reyes dat zijn de Drie Wijze Koningen uit het Oosten die de Spaanse kinderen op 6 januari hun cadeautjes brengen. Het Sinterklaasfeest kennen de Spaanse kinderen niet (logisch, want Sinterklaas deelt zijn cadeautjes liever aan aardige Nederlandse kinderen uit).
Het tweede moment is wanneer zijn moeder hem zegt dat hij nu echt te oud is voor la merienda, meestal zo rond het 14e levensjaar.
En het derde moment is dat waarop zijn ouders hem zeggen dat hij nu eindelijk maar eens op moet hoepelen om een eigen woninkje te gaan zoeken (zonder gekheid; tegenwoordig verlaat de gemiddelde Spanjaard pas op 34-jarige leeftijd het ouderlijk huis).

Om 6 uur ’s middags – nee, niet ’s avonds, want in Spanje is het pas om negen uur avond – is het plotseling tijd voor een hapje: la merienda. Moeders roepen hun kinderen naar binnen: “Hay que merendar” , ”Er moet gemerendeerd worden”. Er is eigenlijk geen Nederlandse vertaling voor de merienda. De Engelsen hebben iets vergelijkbaars met hun “High Tea”.
La merienda bestaat vaak uit een glas melk en een boccadillo, of een panecillo. Een bocadillo is een stuk Spaans stokbrood, met daartussen meestal de bekende Jamon (zie Jamon en Hysterie) , chorizo of kaas. Een panecillo is een klein, hard puntbroodje. De Merienda kan ook bestaan uit een of andere pastei (bollería), zoals een donut, of een wafel. Volgens de statistieken eten de kinderen in Spanje tijdens de merienda:

  • bocadillo (65%),
  • bollería (20%),
  • pan con chocolate (20%), (brood met chocola)
  • yogur y fruta (20%), (yogurt en fruit)

75% van de Spaanse kinderen eet la merienda. Aangezien sommige gewoonten moeilijk af te leren zijn willen de volwassenen zich ook nog wel eens schuldig maken aan een merienda. Vooral als het middageten er een beetje bij ingeschoten is.

Nu stelt u zich voor: De Spanjaarden arriveren bij Alkmaar. Hongerig, moe, en duizenden kilometers ver van huis. Wat is dat voor stad?, vragen ze aan hun commandant, Don Fadrique de Toledo.
De Kaasstad, natuurlijk! roept hun commandant. Hier komt de kaas voor de broodjes van de kinderen vandaan. Dan herinneren de Spaanse soldaten zich plotseling hun kindertijd, hoe ze stierenvechtertje aan het spelen waren op het plein, en hoe hun lieve moeder hen om 6 uur naar binnen riep voor la merienda. Daarop vervallen de soldaten in heimwee en er ontstaat zo’n melancholische stemming dat ze niet meer fatsoenlijk kunnen vechten.

Bij Alkmaar begon de victorie. Tot drie maal werden de Spaanse bestormers afgeslagen. honderd-een-en-twintig welvoltallige compagnieën, zestienduizend soldaten waren niet in staat de dappere Alkmaarders te verslaan.

Een citaat uit “Alkmaars beleg” van Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint:
"Het was of deze rustige burgers, deze visschers uit de zeedorpen, deze huislieden, voormaals door ieder krijgsgeschrei opgeschrikt, nu met elke vrees en schroom hadden afgedaan, of zij in gevleeschte duivels herschapen waren, die maar één vast denkbeeld hadden: weerstand bieden; zij stormden tegen de bestormers in, in de bres stelde ieder het eigen lijf ten bolwerk, zij verweerden zich met alle wapenen die onder hun bereik waren. Die geen vuurroer had trok zijn mes, die geen spies had greep de zeis of den dorschvlegel; wien de arm was afgeknot, sloeg de tanden in het lichaam van zijn tegenstander: niemand week van de wallen in die volle vier uren strijds, tenzij hij dood of gekwetst van daar werd gedragen.
"

Duveltjes waren het die Alkmaarders.

zondag, januari 20, 2008

Symmetrie slaat toe!

Foto: Sinds vanmiddag heb ik een ècht Nederlandse vensterbank.

Tijdens mijn zondagse wandelingetje valt het me op dat in Nederland het symmetrisch denken heeft toegeslagen. Terwijl door het dorp loop kijk ik naar de ramen van de huizen. Voor bijna alle ramen staan, gebroederlijk naast elkaar, twee vazen, of twee kandelaars, twee bloempotten.
Ik vind het verontrustend, grijp naar mijn mobiel en bel een bevriende dame. “Wat heeft dat te betekenen?”, vraag ik. “Beinvloedt kunstmatige inseminatie nu ook al het Nederlandse interieurontwerp? “.
”Nee”, antwoordt ze, “Jan des Bouvrie heeft dat bedacht”. Ze legt uit dat die symmetrie harmonie brengt en rustgevend elementen oplevert. Ik bedank haar en wandel verder.
Ooit heb ik geleerd dat de geometrische figuren in het aardewerk bij de Oude Grieken duidde op een cultuurverarming. Zou deze symmetrie ook duiden op een terugslag? Vast wel.

Hoera! Duveltje heeft het gebracht tot nummer 150 in de Blog50 van categorie van persoonlijke weblogs. Blog 50 is de index van de meest populaire Nederlandstalige blogs in Nederland en België. En in de totaalrangschikking sta ik op 741.

Ik ben euforisch en spring een gat in de lucht. Wat een succes met mijn schrijfsels! Maar dan begin ik er eens over na te denken. Betekent dit dan mijn virtuele identiteit mijn echte identiteit aan het overstijgen is? Mijn virtuele identiteit wordt belangrijker dan mijn “echte” aanwezigheid in deze wereld. Want in het dagelijks leven kent niemand mij. Terwijl mijn virtuele identiteit hoe langer hoe duidelijker aanwezig lijkt begint mijn echte lichaam te verdwijnen. Het lijkt wel een verhaal van Marten Toonder. Wie ben ik dan? Of ben ik twee? En waar houdt dit op?

Jarenlang heb ik minachtend gedaan over al diegenen die zich zonodig moesten verschuilen achter een virtuele identiteit. Kijk naar al die kinderen, waaronder mijn Opzetzoon, met MSN Messenger. Geen één heet er meer Alfredo, Pedro, Herman of Jaap. Ze hebben allemaal bijnamen. Niemand is zichzelf.
Waarom heb ik dan een alias, nick, pseudoniem zo u wilt, gekozen? Ach, u moest eens weten! Misschien dat ik er ooit eens over uit zal wijden, maar neemt u maar aan dat er een serieuze reden voor was. In Spanje zijn de mensen wat minder begripvol dan in Nederland. Bovendien, ná Hirsi Ali denk ik niet veel kans te maken op een adequate beveiliging van overheidszijde.

Ik word heen en weer geslingerd tussen twee landen. Spanjaard ben ik zeker niet, maar Nederlander ook niet meer. “Mijn vaderland is waar ik inlog”, zo schreef Jacob van Kokswijk een paar jaar terug. Voor mij wordt het nu “Mijn vaderland is waarop ik inlog”, met andere woorden, het Internet is mijn vaderland.

Die symmetrie, misschien heeft het wat te maken met het ontkennen van die schizofrenie? Je bent net als een van die witte vazen die daar achter de ramen staan en ter bevestiging zet je het spiegelbeeld er tegenover neer. Nee, nee, zo simpel kan het niet zijn: die symmetrie is gewoon weer zo’n typisch Nederlandse hype. En als ik me Nederlander wil voelen, dan kan dat. Dan moet ik gewoon meedoen. Identiteit is gewoon te koop bij Jan des Bouvrie. Ik moet even snel twee van iets aanschaffen en die in voor het raam zetten. Helaas,.. het is zondag en de winkels zijn hier dicht.

Dan maar gauw iets geïmproviseerd en in de vensterbank neergezet. Het helpt, ik voel me weer een stuk beter. Zo kan ik gewoon weer door met mijn blog!

donderdag, januari 17, 2008

La Siesta


In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 4: La Siesta.

Foto: Net als in Nederland worden tegenwoordig ook in Spanje 65-plussers weer actief ingezet in het arbeidsproces.

Het Spaanse volk is een van de weinige volkeren die het nietsdoen tot cultuurgoed heeft verheven. Natuurlijk, in het zonnige zuiden van Spanje loopt de temperatuur in de middag hoog op en met 35 graden en is het heel onprettig om een akkertje om te moeten ploegen. Dáár vormt die siësta een terechte onderbreking van het werk. Maar in het midden en noorden van Spanje is er nauwelijks een excuus voor een werkonderbreking van soms wel twee of drie uur. Ook in Spanje is de airconditioning geïntroduceerd en zou men Europese arbeidstijden kunnen hanteren.

Niet elke Spanjaard “slaapt” de siesta. Er zijn er ook die alleen maar eten en daarna even iets anders gaan doen. Wát precies,dat blijkt vaak een raadsel. Vraag een Spanjaard wat hij tijdens de siësta heeft gedaan en je krijgt meestal een onduidelijk antwoord. Een groot deel van het mystieke leven van de Spanjaard speelt zich af tijdens de siesta.
Als de mogelijkheid bestaat om een bed op te zoeken, dan zal de gemiddelde Spanjaard een kort dutje doen. Zo niet dan brengt hij de tijd door in een restaurant of cafetaria in de nabijheid van zijn werkplaats of kantoor. De overspelige Spanjaard maakt natuurlijk driftig gebruik van de siësta. Eén op de tien getrouwde vrouwen heeft volgens de statistieken een buitenechtelijke relatie, terwijl dit bij de mannen tot één op de twee zou oplopen.

De siesta beïnvloedt de door Het Ontbijt en La Comida toch al zo inefficiënte arbeidsleven op zeer nadelige wijze. Denk alleen al aan het, in Nederland ook niet onbekende, fenomeen van de TeLaatKomers en de WegGlippers. In plaats van één keer te laat komen, wordt het nu twee keer te laat komen, en degenen die bij ons slechts de kans krijgen om één keer te vroeg van het werk weg te glippen, moeten dat nu twéé keer doen. Het gewezen vervoermiddel in Spanje is de auto. Dus twee keer per dag op een neer naar het werk met de auto is geen uitzondering. Twee keer zoveel benzine verstoken, en twee keer een parkeerplaats zoeken in een druk stadscentrum.

Gelukkig hebben de Spanjaarden onderling veel begrip voor deze moeilijke indeling van hun arbeidstijd. “Ah, kom je vandaag wat later, Alfredo, … natuurlijk jongen, geen probleem, “, zegt Pedro. En de volgende dag neemt Pedro de telefoon op en zegt tegen Alfredo: “een half uurtje later,.. nee, dat redden we wel zonder jou .. “.
Zo ging het natuurlijk ook met de soldaten onder Alva. De aflossing van de wacht bracht aardig wat problemen met zich mee, waardoor onze Geuzen en Soldaten van Oranje genadeloos toe konden slaan.

vrijdag, januari 11, 2008

La Comida

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deel 3: La comida.

Op de foto, gemaakt tijdens de Tachtigjarige Oorlog, en wel op 6 juli 1600, is goed te zien hoe de Nederlandse soldaten tijdens de lunch gewoon doorgingen met vechten. De Spanjaarden zijn in geen velden of wegen meer te bekennen.

De Spaanse werkdag wordt aardig in de war gegooid door de ontbijtcultuur, maar de productiviteit wordt nog eens extra aangetast door la comida, oftewel het Spaanse middageten. Veel Spaanse kantoren zijn vanaf ongeveer 2 uur tot 4 uur ’s middags gesloten.

In 1986 kwam Spanje bij de Europese Unie. Internationale contacten namen toe en in sommige gevallen betekende la comida een dusdanige aanval op de productiviteit dat bedrijven noodgedwongen overgingen tot het invoeren van een ‘”horario Europeo”, een Europees werkurenschema. Op veel kantoren is heeft men echter vastgehouden aan de Spaanse traditie. Er moet gegeten worden, en goed ook. Het ene kantoor gaat om half twee ’s middags al dicht, het andere om twee uur, en anderen om half drie of om drie uur. Winkels gaan meestal om twee uur dicht en daarna om vijf uur weer open.

Een baan als ambtenaar is in Spanje nog steeds een felbegeerde positie. Het salaris is redelijk, vaak zelfs beter dan in het bedrijfsleven en het aantal te werken uren is minimaal. De werkuren van de ambtenaren liggen namelijk veelal tussen 08.00 en 14.00 uur. Na 14.00 uur werken de meeste ambtenaren al helemaal niet meer, met als uitzondering natuurlijk politie, belastingdienst en nog wat andere overheidsdiensten. Banken zijn bijna zonder uitzondering alleen ´s ochtends open.

Al die verschillende openings- en sluitingstijden zijn natuurlijk een excuus om zo weinig mogelijk te hoeven werken. Om de verwarring nog completer kunnen te maken gaan er nu stemmen op voor het invoeren van twee verschillende tijdzones op het Iberische Schiereiland.

Terug naar het eten. De gemiddelde Spanjaard begint om een uur of één last te krijgen van opkomende honger en schuifelt onrustig en knorrend op zijn stoel heen en weer tot het moment waarop hij zich eindelijk huiswaarts mag begeven om aan la comida te beginnen.

De Spaanse lunch neemt zijn aanvang ergens tussen één en vier uur ’s middags. Soms wordt de lunch voorafgegaan door het nuttigen van enkele tapa’s in een bar, doch dit is doorgaans alleen het geval op vrije dagen. In Nederland bestaat nogal wat misverstand omtrent de tapa’s. De tapa’s die wij hier in de supermarkt kopen hebben weinig te maken met de Spaanse tapa’s. Ik zal daar een andere keer wel eens een artikeltje aan wijden. Net zomin als een Japanner dagelijks rauwe vis eet, zo eet een Spanjaard niet iedere dag tapa’s. De Spaanse keuken verschilt sterk van streek tot streek, maar over het algemeen nuttigt een Spanjaard een voorgerechtje, in het Spaans Entrada, bijvoorbeeld een Ensalada Verde (een salade bestaande uit sla, tomaat, ui), en vervolgens vlees, of vis, met aardappelen of rijst, en daarna een Postre (nagerecht). Gedurende het middageten mag best een wijntje of een biertje worden gedronken. Vervolgens wordt de maaltijd afgesloten met een kopje koffie, of een carajillo (koffie waarin een scheut sterke drank is gegoten). Na het eten volgt, voor zo ver dat mogelijk is, de siësta, een middagslaapje, dat varieert in lengte van 15 minuten tot maar liefst 2 uur.

Na het eten neemt de Spaanse bedrijvigheid stevig af. Twee keer deed ik een telefonische interviewronde onder klanten van het bedrijf waar ik werkte. Slechts 10 procent van onze klanten was na de siësta nog te bereiken. De rest was blijkbaar in het eten of in de siësta blijven steken.

Bekend is ook het fenomeen van de vallende bouwvakkers. Aangeslagen door het vele eten en de genuttigde alcohol is het moeilijk om op een gammele steiger je evenwicht te houden. In 2006 kwamen er in Spanje 1352 dodelijke bedrijfsongevallen voor. In Nederland waren dat er ongeveer 75. Verhoudingsgewijs betekent dat dat er in Spanje ongeveer 6 x zoveel mensen om het leven komen bij bedrijfsongevallen.

Van hun eetgewoonten wijken de Spanjaarden slechts bij hoge uitzondering af. Ziet u een toerist om een uur of één ’s middags de menukaarten van een restaurant in Amsterdam verkennen, dan kunt u er vrijwel zeker van zijn dat het een hongerige Spanjaard betreft. Wilt u files op de Spaanse snelweg vermijden? Reis dan tussen twee en vijf uur ’s middags.

Bijna onnodig om te vermelden dat in de Tachtigjarige Oorlog ondanks het feit dat de Spaanse troepen talrijker waren, beter uitgerust en getraind, de Spaanse gevechtskracht dankzij het Spaanse middageten enorm afnam. Voeg daar nog bij het ontbreken van de benodigde ingrediënten voor het bereiden van de Spaanse maaltijden, zoals olijfolie, spaanse pepers, en tomaten. U kunt zich het funeste effect op het Spaanse moreel zeker voorstellen.

donderdag, januari 10, 2008

Spaanse Koffietijd

In de serie ”80 redenen waarom Spanje de Tachtigjarige Oorlog verloren heeft”, deze keer: “El desayuno”.

Eigenlijk maakt eten zo’n belangrijk onderdeel uit van de Spaanse cultuur dat het als één volledige reden voor de ondergang van Spanje in de Tachtigjarige Oorlog zou kunnen worden genoemd.
Het zou echter zonde zijn de ruimte die het onderwerp mij biedt zodanig te verkwisten. Daarom maak ik van eten de volgende afzonderlijke onderwerpen: el desayuno (het ontbijt), la comida (het middageten), la merienda (tussen middageten en avondeten in), la cena (het avondeten), waarbij ik vervolgens tussendoor nog la siesta (het middagslaapje) zal behandelen.

Een ieder die op een Spaans kantoor heeft gewerkt kent het “vamos a tomar un café” (“we gaan een kopje koffie drinken”). 's Ochtends, niet lang nadat iedereen op kantoor is gearriveerd, meestal om een uur of tien, staan de eerste Spanjaarden al weer op en kondigen aan dat ze een kop koffie gaan drinken. Een echt Spaans ontbijt bestaat niet. Het Spaanse ontbijt bestaat veelal uit een café con leche (koffie met veel melk, oftewel een koffie verkeerd) met een croissant of een ander soort pasteitje met chocola of andere zoetigheid.

Iedere Spanjaard maakt er een sport van om zijn eigen maatwerkkoffie te bestellen. Zo kijkt geen enkele ober op van: “Por favor, un café con leche, pero largo de café y con poca leche, la leche un pocito templada, y si puede ser con sacharina en un vaso en vez de una taza”. ("Alstublieft, een koffie met melk, maar met véél koffie en weinig melk, en de melk een beetje lauw en als het kan met sacharine in een glas en niet in een kopje”).

Het koffiekwartiertje loopt al gauw uit tot een halfuurtje, waar niemand bezwaar tegen kan maken, zelf de baas niet. Die doet zelf het hardste mee, want om de haverklap is hij met een relatie naar de bar om de hoek, waar hij nog een kopje koffie neemt. Komt het ene groepje terug uit de dichtstbijzijnde koffiebar (veelal met Granja aangeduid), dan vertrekt het volgende groepje. De communicatie op de Spaanse kantoren verliep daarom tot de komst van de email uiterst slecht. Op kantoor zelf wordt nauwelijks koffie gedronken. De Spanjaard is een sociaal wezen en met een automaat is het slecht ouwehoeren.

U kunt zich voorstellen wat deze koffiedrinkgewoonte voor effect had bij de belegering van Alkmaar of Leiden. Voor degenen die Spaans willen leren spreken beveel ik nog even deze cursus aan. Het is wel een oude maar nog steeds leuk.



maandag, januari 07, 2008

Samenzweringstheorietjes

In de serie “80 redenen waarom de Spanjaarden de Tachtigjarige Oorlog verloren hebben” :
Reden 1: gebrek aan eensgezindheid.
Op de foto: Lord Mountbatten

Gebrek aan eensgezindheid is de Spanjaarden niet vreemd (zie ook mijn blogje voor of tegen de vrijheid).
De verdeeldheid in de Spaanse politiek wordt ook wel aangeduid met “la crispación”, dat in het Nederlands vertaald kan worden met verkramping.
Het Spaanse koningshuis is sinds de val van Franco een van de weinige krachten geweest die leek te werken aan de eenheid van Spanje. Helaas voor de monarchen ligt het koningshuis het laatste jaar nogal onder vuur. Nationalisten vinden de koning een symbool voor de centraliserende macht van Madrid. Natuurlijk klopt dat. Het zijn de Reyes Católicos die van Spanje één land hebben gemaakt. Rechts Spanje vindt de koning te links, want hij lijkt beter met de socialisten te kunnen opschieten dan met de rechtervleugel van de politiek.
Links Spanje zag de koning jarenlang als degene die na de dood van Franco succesvol had bemiddeld tussen de fascisten en de nieuwe democraten, en daarmee een drijvende kracht achter de moderne Spaanse democratie was. Maar dit krediet heeft de koning inmiddels verteerd en nieuw links ziet de monarchie als een geldverslindend relikwie uit vroeger tijden.
Daar komt nog bij dat Juan Carlos in zijn jongere jaren een bon vivant was, die er - volgens geruchten - wat buitenechtelijke relaties op na hield. Door het volk wordt hij omschreven als “cachondo”, oftewel ondeugend. Vroeger werd hem dat niet aangerekend (ondeugd wordt door veel Spanjaarden juist als een positieve eigenschap beschouwd), maar tegenwoordig werkt het in zijn nadeel.
Nu circuleert in Spanje in linkse kringen het verhaal dat het incident met Hugo Cháves geheel doorgestoken kaart was. De koning zou expres het conflict met Chaves hebben gezocht. Door de aanvaring met de Spaanse koning verloor de Venezuelaanse president tenslotte zoveel stemmen dat hij de verkiezingen verloor.
Dit veronderstelt een band tussen het Huis van Bourbon en de regering Bush.
Die banden waren er vroeger wel. Lord Louis Mountbatten was een neef van de koning en reisde begin jaren ’70 Washington om daar met president Nixon te onderhandelen over Amerikaanse steun aan het Spaanse vorstenhuis. Diezelfde Lord Mountbatten zou voor de CIA hebben gewerkt en werd in 1979 vermoord door een bomaanslag van de IRA. De IRA zou weer banden hebben met ETA.
Nu begin ik een beetje op Willem Oltmans te lijken, dus ik zet er hier een punt achter.

zondag, januari 06, 2008

Het wordt een fijn 2008!

Het schilderij van Velazquez dat de overgave van Breda in 1625 weergeeft wordt in het Spaans ook wel Las Lanzas (de lansen) genoemd.

Op 31 januari 1608, vierhonderd jaar geleden, zette de Spanjaard Ambrogio Spinola, Marqués de los Balbases, voet aan wal in Rotterdam. Met zijn komst begon een nieuwe fase in de Tachtigjare Oorlog, en zonder hem was die oorlog misschien wel heel anders afgelopen.

In Spanje laat ik mij nog wel eens een opmerking over de Tachtigjarige Oorlog ontvallen. “Geen wonder dat jullie die verloren hebben!” roep ik dan. Dat leidt bij Spanjaarden tot wat verwarring. Ze zijn weten helemaal niets van een oorlog met Nederland die tachtig jaar duurde. Ja,..ze weten wel dat er ooit wat problemen waren, ergens daar in het noorden van Europa.

In 1998 was het vierhonderd jaar geleden dat Filips II stierf. Toen werd er in de Nederlandse kranten ook geschreven over deze Spaanse onverschilligheid ten opzichte van de strijd tegen de Lage Landen.

Voor iemand die

  • 1566 – aanbieden van het smeekschrift aan Margaretha van Parma
  • 1568 – slag bij Heiligerlee, begin Tachtigjarige Oorlog
  • 1 april 1572 – verovering van Den Briel
  • 1574 – slag op de Mookerheide
  • 8 februari 1575 – Leids Ontzet
  • 8 november 1576 – Pacificatie van Gent
  • 1579 – Unie van Atrecht, Unie van Utrecht
  • 10 juli 1584 – Willem van Oranje vermoord door Balthasar Gerards
  • 1588 – Spaanse Armada verslagen
  • 1600 - Slag bij Nieuwpoort
  • 1609 – 1621 Twaalfjarig bestand
  • 1648 – vrede van Muenster, einde Tachtigjarige Oorlog

uit zijn hoofd heeft moeten leren is dat moeilijk te verteren.

De afgelopen veertien dagen trok ik met mijn Spaanse vrouw en Opzetzoon naar Brussel en daarna naar Parijs. Op weg kwamen we langs Breda.
'Breda!', riep mijn vrouw enthousiast. 'Dat ken ik van een schilderij van Velazquez, de overgave van Breda!
'Ja, dat was de Tachtigjarige Oorlog', zeg ik.
'Welke oorlog?' vragen vrouw en Opzetzoon. Een oorlog van 80 jaar, Spanje tegen Nederland, … Filips II, Alva,.. 16e en 17e eeuw.
'Ah', mompelen ze, verbaasd maar tegelijkertijd ongeïnteresseerd.

`En,.. wie won er nou bij die slag van Breda?` vraagt mijn vrouw.
`Nou, zeg ik, gezien het een schilderij is van Velazquez dat nog steeds in het Prado hangt kan je er wel vanuit gaan dat jullie die slag om Breda hebben gewonnen`.
“Nee hoor”, zegt ze, “volgens mij verloren we die”.
`En waar logeren jullie in Nederland vraag ik?`.
`In Bitzerzog`, zegt mijn vrouw.
`In Bletsterzak` zegt mijn Opzetzoon.
`Na drie maanden kunnen jullie nog steeds de naam van dat dorp niet uitspreken`, roep ik.
`Vinden jullie het gek dat jullie die Tachtigjarige Oorlog verloren hebben? Luiheid, domheid, vergeetachtigheid! Ik kan wel tachtig redenen bedenken waarom jullie die Tachtigjarige oorlog hebben verloren!`
Genoeg mijn blog mee vol te schrijven in 2008, zo denk ik gelukzalig.

  • 1567 vertrekt Willem van Oranje na de beeldenstorm uit Breda, daartoe gedwongen door de oprukkende troepen van Noircarmes.
  • 1577 verlaten de Spaanse troepen Breda en trekken de troepen van Oranje de stad weer binnen.
  • In 1581 wordt Breda opnieuw bezet door de Spanjaarden
  • Op 4 maart 1590 veroverde kapitein Charles de Héraugière voor Prins Maurits Breda op de Spanjaarden, door de beroemde list met het turfschip.
  • In 1624 en 1625 wordt de stad belegerd door de Spaanse veldheer Ambrosius Spinola, en op 5 juni 1625 geeft de stad zich over aan de Spanjaarden.
  • In 1637 wordt Breda uiteindelijk weer terugveroverd door Frederik Hendrik.

dinsdag, december 18, 2007

Zwarte Kerst

Van de week verschenen er foto’s van de ramp voor de kust van Zuid-Korea, zoals deze hierboven. Door de kleuren en de opstelling van de figuren krijgt de foto - heel misplaatst - iets feestelijks.

Januari 2003 maakten ik met mijn vrouw en zoon een uitje naar het plaatsje Muros, een dorpje dat is gelegen op zo’n 100 kilometer onder La Coruña. Het was geen gewoon uitje.
Op 19 november 2002 verging iets zuidelijker de olietanker de Prestige. Hoewel het ramptoerisme ons tegen de borst stuit, leek het ons toch een goed idee om onze zoon te confronteren met een andere realiteit dan die van zijn Playstation. Op ongeveer 2 kilometer van de kust was de misselijke makende stank van olie al allesoverheersend. Ter plekke aangekomen zagen we de zwarte drap op de rotsen, en een paar mensen die daar moedig bezig waren om er wat van weg te krabben. We hielden het er niet lang uit. Zwaar gedeprimeerd keerden we terug naar huis.

De Spaanse regering zette die eerste dagen na de ramp slechts 350 man in, voor een kustlijn van 33 kilometer. Later bleek dat 190 kilometer kust met olie was vervuild. Deze mensen droegen geen beschermende kleding, anders dan die zijzelf hadden georganiseerd. Daarna begint een enorme vrijwilligersbeweging op gang te komen. Mensen stromen toe, bewoners van de dorpen langs de kust zelf, mensen uit andere delen van Spanje, en mensen uit andere landen. Op 2 december komt een rapport naar buiten waarin staat dat de olie zeer giftig en kankerverwekkend is. Op dat moment zijn al honderden mensen in behandeling vanwege vergiftigingsverschijnselen, overgeven, irritatie van huid, keel en ogen, duizeligheid, etc.. Greenpeace schetste de mogelijke lichamelijk schade die de olie op lange termijn zou kunnen hebben zoals blijvende aantasting van het zenuwstelsel, long- en huidkanker.

Ook in Korea zijn het weer de mensen uit de dorpen uit de kust en de vrijwilligers die hun gezondheid, misschien wel hun leven op het spel zetten om de kust weer schoon te maken. Het zal weer maanden duren voordat ze daar mee klaar zijn. In 2002 was het in Galicië, in 2007 in Zuid-Korea, een zwarte kerst.

zondag, december 09, 2007

Vóór klimaatverandering

plaatje: het Laatste Oordeel door Hieronymus Bosch (1450-1516)
Bent u vóór klimaatverandering? Kan dat dan,vraagt u zich af. Jazeker! Duveltje is namelijk vóór klimaatverandering. Wèg met die hysterie. Van de week las ik - in de wachtkamer, bij de dokter - in een modern Nederlands mannenblad een interview met Jan Mulder. Jan riep dat hij tegen “die windmolenhysterie” was . Lelijk, zo vond hij die windmolens. Nee, dan liever één grote kerncentrale, dan weet je tenminste waar je aan toe bent. Jan Mulder heeft meestal gelijk, waar hij het ook over heeft, dus het kan geen kwaad om er nèt zo over te denken.
Ook Duveltje ziet alleen maar voordelen. Nederland wordt een land met een Middellandse Zeeklimaat. Al die toeristen die nu nog naar Spanje gaan komen straks hier naar toe. Het lelijke polderland stroomt onder en er komen nòg meer stranden bij. En Nederland biedt natuurlijk kwaliteitstoerisme, iets waar die Spanjaarden, Grieken en Italianen niet toe in staat zijn. We krijgen een zuidelijk karakter, dat is gezellig. En het voetbal is in die landen ook veel beter. De poolkappen smelten langzaam weg, en daardoor kan er straks weer geboord worden naar de olie die zich nu nog onder de poolkappen bevindt. Dan zijn we minder afhankelijk van die enge arabieren. Wie had er nu iets aan die poolkappen? Bovendien is George Bush nu ook tegen klimaatverandering. En als Bush ergens tegen is, dan ben ik juist vóór. En die Al Gore die ziet er ook te gelikt uit.
Duizenden diersoorten verdwijnen, maar daar zit ik ook niet mee. Er blijven er nog duizenden over. In Nederland schijnen everzwijnen te leven. Ik heb nog nooit één everzwijn gezien. Mist u de dodovogel? Ik kan me mijn leven zonder pandaberen wel voorstellen.

In mijn nieuwe woning moet ik een voorschotbedrag betalen van 288 euro aan gas en elektriciteit. Dat is bijna evenveel als ik aan huur betaal. In de krant lees ik dat er nog tot 2080 genoeg gas uit de Groningse bodem gewonnen kan worden. Al in de zeventiger jaren hoorde ik dat dat gas na 25 jaar op zou zijn. Ik ben jarenlang voorgelogen. Ik moest zogenaamd zuiniger omspringen met energie. Maar toch verstoken we ieder jaar meer gas, en verbruiken we telkens meer elektriciteit. De winkels liggen vol met steeds meer onnodige elektrische apparaten, energieverkwistende hebbedingetjes. Als er echt een probleem zou zijn, dan zou de overheid al lang een verbod hebben afgekondigd op de verkoop van binnen- en buitenkerstverlichting, doucheradio’s, daglichtsimulatoren, stoomreinigers, massageapparaten en andere flauwekul.
Steeds zuiniger en toch steeds meer betalen. Ik doe er niet meer aan mee. Dan maar lekker verkwisten en nòg iets meer voor energie betalen. Ik bezuinig voorlopig op kleding en op eten.
Als het binnenkort warmer wordt dan verstook ik wel weer wat minder.
Zorgen voor het nageslacht? Ik heb geen kinderen, dus ook geen nageslacht. Bovendien zie ik dat het nageslacht van de anderen zich helemaal geen zorgen maakt over de natuur en zich voornamelijk als goedopgeleide consument gedraagt. Daarom gooi ik van nu af aan al het afval weer bij elkaar, draai ik de kraan niet meer zo snel mogelijk dicht, douche ik zo lang ik wil, laat ik de verwarming aan staan als ik boodschappen ga doen, schaf ik geen spaarlampen meer aan.
En als het dan tòch helemaal mis mocht gaan, dan komen die Jehova’s en andere einde-der-tijden-aanhangers ook een keer echt aan hun trekken. Eindelijk een Laatste Oordeel met alles erop en eraan. Hebben ze toch verdiend na al die jaren met die krantjes langs de deur. In weer en wind. Windmolenhysterie!

dinsdag, december 04, 2007

Beslissen doe je niet zó


(foto boven: Jolet als ze mocht kiezen hoe ze eruit kon zien- foto beneden: de èchte Jolet.)
Nu onze vorsten zo boos zijn, slaat die boosheid natuurlijk ook een beetje over op het plebs, het gewone volk, zeg maar. Ik huurde een professionele klusjesman in om een werkkamertje te bouwen. Hij ging driftig aan de slag en timmerde het geheel af met balkjes en met gipsplaten en isoleerde het geheel met glasvezel en andere rommel. Door de isolatie-actie kromp de kamer.
Nadat de klusjesman was vertrokken kwam ik erachter dat door de deur van de kamer niet meer dichtging. Ik belde de vakman op en zei voorzichtig: “misschien dat u er eens over na kan denken hoe we dit op kunnen lossen”. Hij werd boos en sprak: “U kijkt alleen maar naar wat er mis is gegaan! Heeft u niet gezien hoe mooi het behang er op zit?”
“U heeft gelijk”, stamelde ik, verrast, en ik hing de hoorn op de haak. Iedereen heeft recht op zijn eigen boosheid, dacht ik. Als Bea boos mag zijn, dat mag de klusjesman dat ook.
Toen ik afgelopen zaterdag door de Volkskrant bladerde stuitte ik op een artikel onder de titel “Beslissen doe je zo” van Jolet Plomp, E-Coach beslissen. En ik werd boos. Hoewel het eigenlijk te min voor woorden is. “Beslissen is hot”, zo begint het artikel. Natuurlijk is dat alleen al absolute flauwekul. Vervolgens gaat ze door: “Beslissen is leuk, het hoort bij onze welvaart en daar hebben we hard en doelbewust naar toegewerkt. We kunnen en mogen veel meer kiezen dat vijftig jaar geleden”.
Mensen opgelet, weest waakzaam, dit is rioolpsychologie! Het is juist dit soort zich prostituerende wetenschappers, zichzelf verkopend onder de naam E-Coach, waartegen de maatschappij beschermd zou moeten worden. Keuze veronderstelt vrijheid. De keuzes waarmee de huidige maatschappij ons opzadelt hebben echter niets met vrijheid te maken. Integendeel, ze simuleren vrijheid. Een vriendin van mij bezocht laatst een wat minder ontwikkeld land. “Heerlijk”, riep ze, toen ze terug was. “Er was maar één soort frisdrank te koop in de winkel, ik hoefde niet te kiezen tussen vijftig soorten zoals hier in de supermarkt”. De kapitalistische maatschappij schept een schijnvrijheid. We mogen kiezen tussen vijftig verschillende frisdranken, twintig soorten shampoo en als we geld hebben tussen honderden verschillend vakanties, maar over veel belangrijke dingen mogen we helemaal niet beslissen, en niet kiezen. Zo mogen de meeste mensen niet kiezen of ze morgen gaan werken of een vrije dag nemen, of ze om negen uur willen beginnen met werken of om twaalf uur ’s middags. In veel gevallen beslist iemand anders wanneer je met vakantie of met pensioen mag. Beslissen of je dood wil als je een ernstige ziekte hebt, of beslissen dat je van je partner gaat scheiden, met alle problemen vandien; “beslissen is hot” en “beslissen is leuk”.
Dan: “Mensen zijn gebouwd op schaarste – elke kans pakken in een ongewisse omgeving. Toen de mensen op de savanne rondtrokken, lang geleden, was dit de beste overlevingsstrategie”. Mevrouw Plomp heeft misschien tijdens haar studie geput uit “Winnetou en Old Shatterhand”?
Tenslotte citeer ik nog één stukje (anders word ik te boos): “Uiteindelijk stommelen we allemaal maar wat rond. Soms leidt een keuze tot mooie dingen, en soms valt het enorm tegen”. Hoe kan je jezelf nu overleveren aan zo’n onbenul?!
Jolet heeft er ook een boekje over geschreven. Dat moet verkocht worden. En Jolet heeft besloten dat het boekje beter verkoopt met de foto van een mooie jonge vrouw op de voorkant dan met haar oude, lelijke kop. Jaaaa, Jolet kan zelf héél goed kiezen.